Melkvee100Plus
Show article

Onlangs is het regeerakkoord van de vier coalitiepartijen bekend geworden. Hoewel de teneur van het akkoord positief is waarbij werken lonender moet gaan worden en belastingtarieven in de inkomstenbelasting (box 1) en de vennootschapsbelasting flink zullen dalen zijn er toch ook belangrijke kanttekeningen te plaatsen.

In deze visie wil ik een lichtje laten schijnen op een aantal punten in het regeerakkoord waar de ondernemende Nederlander, met name diegene zich in de BV begeeft, minder gelukkig van wordt. Tja, sommige weetjes zal menigeen de wenkbrauwen 5 cm laten opveren. In het regeerakkoord zitten er, naast de mooie 4% tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting en de verlaging van de box 1 tarieven in de inkomstenbelasting, behoorlijk wat nare puntjes voor de DGA. Ook zitten er wat onevenwichtige elementjes in en een geniepigheidje.

Op het einde van deze opinie wil ik nog aandacht vragen voor de rigoureuze heffing binnen box 3. U zult zien dat het niet alleen maar hosanna is bij de immer goed gul lachende Rutte.

Heffing met terugwerkende kracht

In de media is de verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven breed uitgemeten. Dit nieuws lekte al snel tijdens de formatie onderhandelingen uit en stemt menig ondernemer met een BV uiteraard tot flinke tevredenheid. De tarieven worden 16% voor gerealiseerde winst van een BV tot een bedrag van € 200.000 en 21% voor een winst van de BV boven dat bedrag.

Echter, deze verlaging van de vennootschapsbelasting wordt nagenoeg teniet gedaan door een verhoging van de box 2-heffing. Die gaat in twee stappen omhoog van 25% naar 28,5% vanaf 2021. De totale heffing van een ondernemer met een BV is daarmee nagenoeg gelijk gebleven met respectievelijk 40% en 43,5%. So far so good zou je dan nog kunnen zeggen. Bedenk daarbij wel dat de box 2-heffing wordt verschuldigd over alles wat overgespaard is na de vennootschapsbelasting en alsdan doemt er een heel lelijk spook op. Die 28,5% gaat dus zonder nadere regelingen ook gelden voor het overgespaarde vermogen van vóór 2021. Kort samengevat, de box 2-heffing werkt ook terug in de tijd. Feitelijk wordt hiermee via een omweg niet uitgekeerd dividend met 3,5 % extra belasting getroffen en dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Voor die tijd dan maar dividend uitkeren? Da’s naar mijn smaak de omgekeerde wereld. Voorheen bestond die noodzaak immers ook niet. Inherent aan dividend uitkeren is tenslotte dat je zelf als vennootschap kunt bepalen wanneer dividend uitgekeerd wordt (dan wel mag worden). Hiermee zijn we er echter nog niet. De overgespaarde winsten kunnen immers ook in een pand of goodwill zitten. Van geld kun je nog zeggen dat je het nu maar moet uitdividenden, maar als het vastzit in stenen door een meerwaarde in het pand, dat kan je dat natuurlijk niet zomaar uit je vennootschap trekken. De DGA wordt opeens potentieel extra belast over vermogen dat niet liquide is uit een eerdere periode. Dat kan natuurlijk niet waar zijn en gilt om een nadere overgangsregeling!

Als we er vervolgens de vergelijking met de bedrijven over de grens bij pakken dan wordt het beeld al maar troebeler. Buitenlandse bedrijven betalen immers geen box 2-heffing. Voor hen gaat alleen het lage vennootschapsbelastingtarief gelden. Glimlachend zullen buitenlandse bedrijven naar Nederland komen. Kort samengevat, de concurrentiepositie van Nederland gaat erop vooruit, terwijl de concurrentiepositie van de Nederlandse ondernemer er ten opzichte van de buitenlandse investeerder hard op achteruit gaat.

Beperking afschrijving

Wat me verder opvalt aan het regeerakkoord is dat enkel voor de vennootschapsbelasting de afschrijving op gebouwen in fiscale zin wordt beperkt tot 100% van de WOZ. Dit wordt de fiscale bodemwaarde genoemd, een soort fiscale restwaarde voor gebouwen. Voor zelf gebruikte onroerende zaken is deze bodemwaarde nu nog 50% van de WOZ. Door de verhoging van die restwaarde voor gebouwen valt er minder op die gebouwen af te schrijven wat de winst en daarmee het te betalen bedrag aan belasting verhoogd. Dat kan voor sommigen een flinke slok op een borrel schelen.

Beperking Verliesverrekening

Bijzonder voor de DGA is ook dat alleen voor de vennootschapsbelasting de verliesverrekening zal worden beknot tot 6 jaar vooruit (was 9 jaar). Een verlies uit enig jaar moet dan 6 jaar later met winsten zijn ingelopen. Voordeel is wel dat deze regeling pas over een aantal jaar in gaat en je er nu al wel mee aan de slag kan gaan. Ik vraag me wel af waarom de beknotting van de verliesverrekeningstermijn beperkt blijft tot de vennootschapsbelasting.

Mochten de winsten uit de “normale” bedrijfsuitoefening te weinig soelaas bieden dan dien je intern winst te genereren. Ideeën zijn dan bijvoorbeeld: herwaarderen van activa, intern verkopen van bedrijfsmiddelen aan een andere BV binnen het concern (desnoods richt je daartoe een nieuwe BV op), systeemwijziging van voorraden of indien mogelijk voorzieningen vrij laten vallen.

Lijfrente aftrek in mineur

Als geniepigheidje in het regeerakkoord wil ik noemen dat, naast de zelfstandigenaftrek en de hypotheekrenteaftrek, aftrek van lijfrente premie in de toekomst enkel mogelijk zal zijn tegen het eerste belastingschijftarief van 37%. Dit is met name voor stakers op termijn een vervelend gegeven. Nu is het zo dat voor stakingswinst met en bij staking (dus ook voor de winst wegens vrijval van de FOR) die lijfrente aftrek fiscaal neutraal plaatsvindt. Die winst kan nu “opgevangen” worden door eenzelfde bedrag aan lijfrentepremieaftrek. Er is nu zelfs nog een voordeeltje van 14% van de stakingswinst te behalen door slimme toepassing van de MKB-winstvrijstelling. In de toekomst zal dat voordeeltje omslaan in een goed denkbare deceptie, doordat de lijfrentepremieaftrek plaatsvindt tegen het lage belastingschijftarief van 37% en de stakingswinst belast wordt tegen het hoge tarief van 49,5%. Let wel, dit fenomeen kan zich ook voordoen bij een inbreng in een BV.

Leeglopen in box 3

Als laatste wens ik op te merken dat het tijd wordt dat er een flinke aanpassing op de heffing in box 3 komt. In het regeerakkoord wordt daartoe terecht aandacht gevraagd en opgemerkt dat “sneller wordt aangesloten op werkelijk behaalde rendementen”. Echter, hoe snel zal dat zijn en tot welke aansluiting zullen ze komen? In de wetenschap dat het huidige forfaitaire systeem van box 3 voor de overheid zeer makkelijk hanteerbaar is en daarmee qua inningskosten uiterst vriendelijk voor haar werkt, ligt het niet voor de hand dat in zijn geheel bij de werkelijk behaalde rendementen zal worden aangesloten. Als je je evenwel bedenkt dat er op dit moment een belastingheffing van zo’n 3200% (!) plaatsvindt op een internetspaarrekening van boven de miljoen (de heffing boven de miljoen is nu 1,617% en bij een rendement van 0,05% volgt een dergelijke bezopen heffing), dan schreeuwt dat om actie. In welke bananenrepubliek moet je wonen om een dergelijke heffing mee te kunnen maken. Juist ja, NL !

Robin Nijhuis

Sponsor

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.