Melkvee100Plus
Show article

Door het maken van afwijkende keuzes is geld te verdienen. Denk aan gebruik van tweedehands stalinrichting of herstructuren van de eigen mechanisatie. Chinese ondernemers schromen afwijkende keuzes niet, daar gaan we de komende jaren van leren.

De bewerkingskosten, de kosten voor eigen ­mechanisatie en loonwerk, liggen gemiddeld rond de € 1.400 per hectare. De spreiding erin is enorm. De 20% bedrijven met de laagste kosten geven hier nog geen € 850 per hectare aan uit, de 20% ­bedrijven met de hoogste kosten gemiddeld bijna € 2.150. Een factor 2,5 op een post die goed is voor grofweg 20% van de totale kosten. Dat telt door in de marge.

Het is makkelijk oordelen over een ander. Kern is: maak keuzes. Kies voor óf loonwerk óf eigen mechanisatie. Maar niet een mengvorm, want dan lopen de kosten nodeloos heel hard op en vliegt de marge van het bedrijf weg.

Hoe scoor je als ondernemer op dit punt? En vooral: hoe doe je het ten opzichte van in grootte of intensiteit vergelijkbare bedrijven? Dat is snel te achterhalen door het invullen van de bewerkingskostenmonitor die partner Flynth voor de lezers van Melkvee100Plus gratis openstelt. Invullen van enkele makkelijk te produceren kengetallen of bedragen en een dag later is er duidelijkheid. Ik zou die kans op een onafhankelijke analyse niet laten lopen!

Andere kansen om kosten te drukken, liggen er bij inzet van tweedehands stalinrichting. De bijklank daarvan is al snel: ‘ouwe zooi’. Maar dat is allang een gepasseerd sta­tion. Er stoppen veel goede, modern uitgeruste bedrijven en vooral melkstallen, spanten, sandwichpanelen, ventilatoren, deuren en voerstations zijn prima herbruikbaar. Daarvan komt door de krimp in de sector steeds meer te koop, en ook steeds meer puik materiaal. Er zitten wel wat valkuilen in, maar voor wie technisch is en zich goed oriënteert, ligt het geld bijna voor het oprapen.

De zuivelmarkt in China kennen we eigenlijk alleen van de jarenlange uitstekend renderende afzet van kindervoeding. Dat is helaas de laatste jaren een stuk minder. Toch is de behoefte aan zuivel daar nog steeds immens. De melkproductie is namelijk niet genoeg om de eigen consumptie te dekken, de zelfvoorzieningsgraad is nog geen 80%.

China wil op geen enkel vlak afhankelijk zijn van grootschalige importen, zeker niet bij voedingsmiddelen. Daarom is een jaar of vijf geleden ingezet op schaalvergroting in de zuivel. Onder de 200 koeien mag je er geen melk meer afzetten naar een fabriek. De schaalvergroting die daar nu gaande is, gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Waar vijf jaar geleden een paar families 50 koeien hielden, is er nu een bedrijf met 500 tot 1000 koeien, of meer, onder één eigenaar. Nieuwbouw vindt volop plaats, 3.000 tot 5.000 koeien op een ­locatie is niks bijzonders en er zijn meerdere ondernemers die enkele tientallen van zulke locaties in een conglomeraat hebben. Vaak vergaarden de eigenaren hun vermogen buiten de landbouw. Ze kiezen voor melkvee vanwege de goede rendementen en stappen met frisse blik en ideeën de sector in. Daar gaan we de komende jaren zeker nog van horen en ook van leren. Dit type ondernemers blijft stappen zetten en schroomt afwijkende keuzes en innovaties niet.

Auteur

Robert-bodde_MVH_vierkant
Robert Bodde is chef rundvee- en varkenshouderij.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.