Melkvee100Plus
Show article

Zowel melkveehouders als de sector moeten zich meer bezighouden met een visie op de lange termijn. Alleen wie dat helder heeft, kan gericht acteren zodra de opkoopregeling afgekondigd wordt.

De melkveehouderij moet een langetermijnvisie ontwikkelen, zowel de individuele ondernemers als de ketenpartijen en de hele keten. Dat stellen diverse ‘buitenstaanders’ in het artikel ‘Als jullie het niet kunnen, wie dan wel’. Ze signaleren dat de melkveehouders en hun keten eigenlijk maar hapsnap beleid voeren. Geen visie op afzet, geen visie op productie en geen visie op inzet van middelen. Doordat er niet echt samengewerkt wordt met de overheid regent het ook nog eens regelgeving omdat het wantrouwen overheerst.

Een harde boodschap, die wel hout snijdt. Waar zijn we immers nu mee bezig? In de kern: zo veel mogelijk melk maken en maar zien waar die te slijten is. Natuurlijk denken veehouders wel na over waar ze de komende jaren naartoe willen. Veelal is dat groeien in aantal dieren en hectares. Dat is niet anders dan meer van hetzelfde om de ­dalende inkomsten te compenseren met minimale wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie. Maar is een andere locatie niet beter? Of investeren buiten de landbouw? Overstappen op een heel ander beroep misschien? Buiten de enkeling die opgekocht wordt voor woningbouw, natuur of wegen, stelt niemand zich die vragen.

Toch is het voor veel ondernemers, met name die rond natuurgebieden, zaak zich die vraag te stellen. In 2021 komt er immers een generieke opkoopregeling rond de Natura 2000-gebieden waarbij degene die de meeste ­depositie levert, als eerste uit een pot van € 700 miljoen mag snoepen. De ervaring leert dat de eerste ronde van zo’n nieuwe regeling de hoogste prijzen biedt. Wie op het vinkentouw zit, krijgt dus een uitgelezen kans voor een gefaciliteerde grote verandering. Dat kan verplaatsing zijn, maar ook stoppen of overstappen in een andere sector of naar een ander beroep. Voor verplaatsing zijn legio mooie grootschalige bedrijven te koop in heel Nederland.

Die opkoop in 2021 klinkt als ver weg, maar een jaar is zo voorbij. Dat jaar is waardevol te maken door alvast na te denken: wat wil ik nou eigenlijk, wat kan ik, wat is er voor een verandering nodig. Hoe valt dat financieel en fiscaal uit? Wat moet dan de minimale prijs van mijn bedrijf zijn? Alleen wie dat helder heeft, kan gericht acteren zodra de opkoopregeling afgekondigd wordt. Anders moet in twee maanden tijd de kogel door de kerk met levensgrote kans op spijt achteraf.

En dan de sector, de keten. Naast wat kleine retail-deelstroompjes en kindervoeding zijn het in de basis nog steeds de basisproducten kaas, kaas, kaas en poeder waarop de afzet en melkprijs drijven. Keuzes in die grote afzetstromen worden niet gemaakt, anders dan op basis van EU-regels. Van extra dierwelzijns- of milieu-eisen blijven de grote verwerkers in deze stromen ver weg, uit angst de toeleveranciers af te schrikken of een kostprijsvoordeel ten opzichte van de concullega’s onder druk te zetten. Gelukkig is dat in het buitenland ook zo, maar er komt een keer een moment dat een Arla, DMK of Sodiaal wel stappen zetten en een stevige markt overnemen en dan is Leiden in last. Daarom is het zaak een gerichte visie te ontwikkelen in de keten. Concurrentie tussen de zuivelaars is een goede zaak, maar er ligt ook een gezamenlijk belang en dat is de laatste jaren te veel uit het oog verloren.

Auteur

Robert-bodde_MVH_vierkant
Robert Bodde is chef rundvee- en varkenshouderij.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.