Melkvee100Plus
Show article

Arbeidsplezier is een moeilijk iets om te kwantificeren. Voor de een ligt dat in het werken met dieren, voor de ­ander in het ondernemen. Dat is het verschil tussen de koeienman en de manager. Een voerrobot is voor beide financieel interessant. Waarom draaien er dan maar 250 in Nederland?

Met alle commotie rondom de boerenacties en de stikstofcrisis zou je bijna vergeten dat er ook nog zoiets is als ondernemen en geld ­verdienen. Met dat laatste zit het wel goed trouwens. De helft van de melkveehouders realiseerde in 2016, 2017 én 2018 een fiscale winst van meer dan € 75.000, een derde heeft structureel meer dan een ton. Let wel, dat is per ondernemer, niet per bedrijf. De bv zal dan ook de komende jaren wel verder oprukken, aangejaagd door een structurele belastingverlaging van 10 mille per jaar.

Dat het jaar op jaar goed gaat met melkveehouders komt misschien als een verrassing. Want in de media overheersen de klaagverhalen. Maar kijk eens naar de waardeontwikkeling van de bedrijven. In 25 jaar tijd groeide het gemiddelde bedrijf van 30 naar 53 hectare eigendom en verdubbelde de melkproductie. Het balanstotaal nam met een derde toe naar zo’n € 3 miljoen. De toename van het vreemd vermogen is geringer, de solvabiliteit zweeft structureel rond twee derde. Oftewel: de bedrijfsgroei en investeringen hadden een gezonde basis, een deel van het inkomen is ervoor ­ingezet.

Structureel valt elke 20 jaar de helft van de melkveehouders af. Dat zijn veelal de bedrijven waar al langer vraagtekens aan hangen. Matige technische resultaten, te laag inkomen en regelmatig pech verhogen niet de arbeidsvreugde. En als kinderen zien dat er weinig werk­plezier is en onvoldoende middelen zijn voor leuke dingen, daalt de animo voor bedrijfsovername snel tot onder het vriespunt. Dat zal niet snel spelen bij structurele inkomens boven 75 mille.

Arbeidsplezier is een moeilijk iets om te kwantificeren. Voor de een ligt dat in het werken met dieren, voor de ­ander in het ondernemen. Dat is het verschil tussen de koeienman en de manager. Een voerrobot is voor beide ­financieel interessant, toont het overzicht op pagina 46 in deze editie. Hogere voeropname door vaker per dag voeren ­levert meer melk per koe, De lagere arbeidsbehoefte ten opzichte van het laden en voordraaien van een vracht voer via de mengwagen vreet immers tijd. En de lagere energiekosten zijn ook een evident voordeel van de voerrobot.

Waarom draaien er dan maar een 250 voerrobots in Nederland? Hiervoor geldt zeker niet onbekend maakt onbemind. Veel meer is het een financieringsvraagstuk. Bij een systeem met voermengwagen is er geen sprong-investering. Het begint vaak met de aanschaf van een gebruikte voermengwagen die gevuld wordt met de voorlader van de reeds aanwezige trekker. Dat daarna in een paar jaar tijd geïnvesteerd wordt in een shovel, een betere voermengwagen en randapparatuur maakt de investering niet veel lager, maar wel geleide­lijker, dus makkelijker door te voeren. De pak ’m beet € 140.000 voor de voerrobot (inclusief stalaanpassingen) moet ineens opgehoest worden. Bij nieuwbouw van een stal, hét moment voor plaatsen van een voerrobot, spreekt de bank stevig mee. Dan verdwijnt die voerrobot als een van de eerste investeringen van de lijst, ook al zijn de jaarkosten lager.

Auteur

Robert-bodde_MVH_vierkant
Robert Bodde is chef rundvee- en varkenshouderij.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.