Melkvee100Plus
Show article

De zuivelmarkt is enigszins hersteld na de coronapiek in het voorjaar. Er ligt ook behoorlijk wat product in de private opslag van de Europese Commissie. Het sentiment is niet eens slecht, de onzekerheid is het grootste probleem.

De zuivelprijzen zijn sinds het dieptepunt van de coronacrisis weer redelijk opgeveerd. Vooral boter en mageremelkpoeder verloren in maart en april veel van hun waarde. Halverwege mei volgde het herstel. In de periode tot juli werd vooral boter weer duurder. Er kwam in relatief korte tijd 30% bij de prijs op: € 333 per 100 kilo. De melkpoeders wonnen ook terrein terug, maar niet in dezelfde mate als boter. Deze producten zitten nu op 80 tot 85% van het prijsniveau van vóór de coronacrisis. Ter vergelijking: voor boter is dit al ruim 90%.

Dat boter iets beter ‘scoort’, heeft volgens handelaren vooral met de relatief hoge roomprijzen te maken. Daar profiteert ook boter van. Tegelijkertijd ligt er ook veel product in voorraad. De dit voorjaar door de Europese Commissie ingestelde private opslag voor boter, kaas en mageremelkpoeder is goed gevuld. Dat geldt zeker voor boter. Medio juli was al 68.000 ton Europese boter aangemeld voor deze opslagregeling. Daarvan kwam maar liefst 22.000 ton uit Nederland. De kaasvoorraad is met 48.000 ton ook fors. Van mageremelkpoeder ligt met 21.600 ton wel duidelijk minder in opslag.

De moeilijke afzetmarkt blijft zo in deze toch al rustigere zomerperiode verstoken van flink wat extra tonnen zuivel. Het aanbod blijft binnen de perken. Toch lijken de maatregelen de zuivelmarkt vooral te ‘stutten’. De prijzen stijgen niet langer door. Sterker: ze staan sinds een maand licht onder druk. Mageremelkpoeder en wei werden zelfs alweer iets goedkoper. De druk is bepaald niet van de markt. Dat is ook te merken aan de melkprijzen. Het voorschot van FrieslandCampina werd de afgelopen maanden flink naar beneden geschroefd en ligt ruim € 3 lager dan vorig jaar.

Meer melkaanvoer dan in 2019

De piek van het coronavirus viel nagenoeg samen met de hoge melkaanvoer in het voorjaar. Dat zette nog eens extra druk op de markt. Na de piek in april/mei loopt de aanvoer weer terug. In juni produceerden alle Nederlandse boeren samen 38.495 ton melk per dag. Dat was in mei nog 39.150 ton. Niettemin ligt de aanvoer in het eerste halve jaar 2,4% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar (wel met extra schrikkeldag). Ook in juni werd 1% meer melk aangevoerd dan in 2019 (bron: RVO).

Die extra volumes melk zijn lastig af te zetten op de markt. Vooral de afzet in Zuid-Europa valt tegen. Er zijn minder vakantiegangers en dat is te merken in de horeca en bij de foodservice. Vooral kaas heeft hier last van. Buiten Europa is de export sowieso moeilijk en daar komt het nadeel van een sterker geworden euro bovenop. Middenin de coronacrisis werd de EU-export nog enigszins geholpen door een zwakke euro; € 1 was toen $ 1,06 waard. Inmiddels staat diezelfde € 1 alweer gelijk aan $ 1,18. De laatste keer dat de euro sterker was, was in het voorjaar van 2018. Dit maakt concurreren met de VS en Nieuw-Zeeland niet makkelijker.

Veel onzekerheid, kopers voorzichtig

De zuivelmarkt staat de laatste weken weer sterker onder druk. Al vertaalt zich dat nog niet direct in dalende prijzen. Handelaren merken dat het sentiment niet eens zo slecht is, het is vooral de onzekerheid die de markt plaagt. Corona hangt opnieuw als een donkere wolk boven de markt. Zoveel binnen als buiten Europa neemt het aantal corona-besmettingen weer toe. Dat leidt tot toenemende onzekerheid en kopers blijven vooralsnog voorzichtig.

De EU heeft in de eerste vijf maanden van dit jaar in ieder geval 3,5% minder kaas, melkpoeder en boter geëxporteerd dan in dezelfde periode vorig jaar (bron: Europese Commissie). Een lichtpuntje was er wel. China voerde in die periode iets meer Europese zuivel in dan in 2019. Het land importeerde minder mageremelkpoeder, maar compenseerde dit ruim met extra EU-boter.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.