Melkvee100Plus
Show article

Broers of andere familieleden die samen een bedrijf exploiteren kan een ijzersterk model zijn. Deze familiebedrijven zijn er in meerdere soorten en maten, uit kracht maar soms uit noodzaak.

In de melkveehouderij is het een bekend ­fenomeen: gemiddeld wat grotere bedrijven waar broers (of andere familieleden) samen een bedrijf exploiteren. Soms samen met de oudere generatie, soms met de toekomstige opvolgers. En dat op één of meer locaties. De juiste combinatie van ondernemerschap en vakmanschap zijn op deze bedrijven hand in hand gegaan, wat tot een sterke groei en dik bovengemiddelde omvang heeft geleid. In de lijst 500-plus qua omvang zitten veel van dit soort bedrijven.

Families die dit goed organiseren benutten tevens schaalvoordelen en kunnen de arbeidsvraag goed managen. Ze halen op meerdere plaatsen efficiëntievoordeel. Het oude gezegde ‘een plus een is drie’ kan hier zeker van toepassing zijn. De situatie kan blijven ­bestaan tot er sprake is van opvolging, waarbij één of meer kinderen verder gaan in het ­bedrijf. Vaak is dat het moment om het bedrijf op te splitsen, maar dat hoeft niet. Het is in het algemeen een kritische periode voor het familiebedrijf.

Gé Backus, directeur van Connecting AgriFood, heeft als voormalig onderzoeker van Wageningen Economic Research onderzoek gedaan naar bedrijfsstructuren in de landbouw. Ook de grotere (familie)bedrijven kwamen aan de orde. “Deze ondernemers kunnen de complexe bedrijfsopzet managen. De span of control (aantal medewerkers waar leiding aan wordt gegeven, red.) bepaalt de omvang die zulke bedrijven uiteindelijk kunnen krijgen.”

Het familiebedrijf kan bij de juiste aansturing leiden tot een zeer succesvolle onderneming. Maar er zijn ook risico’s. Grotere bedrijven kunnen kwetsbaar zijn door afhankelijkheid van vreemde arbeid. Ook kunnen ondernemers te ver van het werk in de stal af komen staan.

Naast de bedrijfsovername ligt een groot risico op het persoonlijke vlak. Door verschillen tussen mensen kunnen spanningen ontstaan. Een cruciaal moment is zodra er partners, neven/nichten en derden in het bedrijf komen. Broers en zussen komen uit hetzelfde nest, uit hetzelfde ‘familiesysteem’, die elkaar verstaan. Met andere invloeden erbij ontstaat een andere dynamiek. Communicatie is daarbij het sleutelwoord, maar ook het maken van goede afspraken. Deze kunnen worden vastgelegd in een zogenoemd familiestatuut (zie kader).

Andere bedrijfsstructuur

In grote lijnen is de bedrijfsstructuur in de melkveehouderij vergelijkbaar met andere sectoren, maar verschillen zijn er wel. Vergeleken met de intensieve sectoren is er meestal meer grond en kapitaal maar geen bijpassend rendement. Er zijn voornamelijk eenmansbedrijven of een vof/maatschap. De bv komt in de melkveehouderij weinig voor als gevolg van fiscale regels rondom de landbouwvrijstelling en afroming van fosfaatrechten bij inbreng in een bv. Ook is de echte schaalvergroting veel later gestart dan in de varkenshouderij of de glastuinbouw. Nieuwe vraagstukken rondom arbeid en management zijn daarvoor veel recenter.

De meeste familiebedrijven in de melkveehouderij hebben daardoor nog een traditionele structuur; familieleden zijn gezamenlijk eigenaar en verdelen de arbeid en zeggenschap. Zo zijn er legio bedrijven met twee broers/zussen die samen het bedrijf exploiteren. Bij andere sectoren blijkt dat een familiebedrijf een opstap kan zijn naar een andere structuur. De glastuinbouw loopt wat dat betreft voor. Die kent al jarenlang structuren waarin familieleden gezamenlijk een bedrijf exploiteren, maar kapitaal is gescheiden en/of aangevuld met investeerders. De grotere bedrijven in de varkenshouderij gaan ook al wat die kant op, maar zijn nog de uitzonderingen. De melkveehouderij komt daar achteraan. Dat neemt niet weg dat ook voor deze sector op termijn andere bedrijfsvormen voor grote (familie)bedrijven in beeld kunnen komen.

Potentie benutten

In alle sectoren geldt dat familiebedrijven verschillende achtergronden hebben en in de melkveehouderij is dat niet anders. Bij een groot deel ontstaan ze vanuit kracht, dus de ambitie om samen te werken en als gezin de schouders eronder te zetten. Maar soms kan het ook noodzaak zijn; het bedrijf is klein of realiseert te weinig rendement om te splitsen waardoor familieleden min of meer tot elkaar zijn veroordeeld. Tjalling de Jong, account­manager Food & Agri bij Rabobank, ziet in de praktijk beide categorieën. Een familiebedrijf kan ook uit noodzaak ontstaan als gevolg van een bedrijfsovername; er blijft dan kapitaal in het bedrijf omdat anders het bedrijf niet over te nemen is. In veel gevallen gebeurt dat met de vorming van een cv, een commanditaire vennootschap. “Het past ook wel in een trend waarbij exploitatie en eigendom losgekoppeld worden.

Aansluitende competenties

Ook de mate waarin broers of andere familieleden de potentie van een familiebedrijf benutten is zeer verschillend. “Als de focus goed is, dan kunnen heel mooie dingen gebeuren.” Het aloude ‘een plus een is drie’ is daar zeker van toepassing. Dat gebeurt vooral als competenties op elkaar aansluiten of elkaar versterken. Ook biedt het praktische voordelen zoals een logische werkverdeling, beter regelen van vrije tijd en altijd een sparringpartner in de buurt. Arbeid wordt volgens De Jong nog vaak onderschat en maakt een familie­bedrijf wat dat betreft minder kwetsbaar.

Toch is een familiebedrijf geen garantie voor succes; het gebeurt dat een bedrijf uiteindelijk wordt gesplitst of één van de broers de ander uitkoopt. “In veel gevallen gebeurt dat als er geen duidelijke visie of duidelijk plan op het bedrijf aanwezig is”, ziet De Jong. In het algemeen vraagt samen een bedrijf exploiteren en dagelijks samen werken best wel wat vaardigheden van ondernemers. Communiceren is waarschijnlijk de belangrijkste.

Ondanks veel onzekerheden is de verwachting dat bedrijven de komende jaren blijven groeien in omvang. Wageningen University & Research gaat uit van een gemiddelde bedrijfsomvang van zo’n 140 koeien in 2030. Daar zullen ook zeker nieuwe familiebedrijven bijzitten, maar De Jong vreest dat dat vaker uit noodzaak dan uit kracht zal zijn. Uitbreiden is immers duur en het gemiddelde rendement laag. Wel ziet hij varianten ontstaan waarbij één van de leden een baan buitenshuis heeft, of een andere tak gaat exploiteren. “Verbreding kan juist heel goed passen op een familiebedrijf, als één van de ondernemers daar ambities in heeft.”

Harde en zachte afspraken vastleggen in een familiestatuut

Samenwerken betekent afspraken maken en dat is zeker nodig in een familiebedrijf. Dat kan in een familiestatuut. Dat is méér dan de keuze voor een passende bedrijfsvorm, aldus Wim van Uum. Hij is als procesbegeleider gespecialiseerd om het ‘onbespreekbare bespreekbaar te maken’ en het vastleggen van afspraken. “Een samenwerking of bedrijfsovername waarbij alleen over harde feiten als de bedrijfsvorm, fiscale aspecten of de cijfers voor de bank wordt gesproken, is onvolledig en mist de menselijke kant.”
In het statuut wordt alles vastgelegd; van familiewaarden, eigendomsverdeling en juridische afspraken tot taakverdeling en overlegmomenten. Ook de intreding en uittreding tot het familiebedrijf is geregeld. Soms blijft Van Uum betrokken om familiegesprekken gaande te houden.
Van Uum verwacht dat in de melkveehouderij communicatie en een goede verstandhouding binnen families mogelijk nog een grotere rol spelen dan in de varkenshouderij. “Omdat de organisatiestructuur vaak anders is en sprake is van aanzienlijk vermogen. Dat maakt de gun-­factor belangrijk.”
Met families die alle harde en zachte ­afspraken willen vastleggen in een familiestatuut gaat hij een proces in van vragen stellen aan en luisteren naar elkaar. “Het kan snel geregeld zijn, maar er zijn ook ­situaties waar we 1,5 jaar om de twee ­weken bij elkaar hebben gezeten. Soms moeten er nog dilemma’s of zelfs trauma’s uit het verleden worden verwerkt voordat er weer stappen kunnen worden gezet om samen door te gaan.”

Kenmerken van een familiebedrijf

Bij het eenmansbedrijf is de eigenaar met privévermogen verantwoordelijk en levert de meeste of alle arbeid. Meestal op één locatie.
Bij het gezinsbedrijf kan er één eigenaar zijn, maar ook een maatschap of vof tussen echtelieden en/of kinderen. Arbeid wordt voornamelijk geleverd door de ondernemer en gezinsleden. Meestal één locatie.
Het familiebedrijf bestaat uit meerdere familieleden die met elkaar het bedrijf exploiteren. Broers/zussen zijn gezamenlijk eigenaar met eventueel ouders of kinderen. Eigendom, zeggenschap en arbeid kunnen los van elkaar staan. Buiten veehouderij vaak bv-vorm. Soms meerdere locaties.

Splitsing bedrijf was geen optie

Sinds 1992 werken de neven Pier (52, links op de foto) en Harmen (56) Gerbrandij samen in het melkvee­bedrijf van hun ouders die dat ook al tientallen jaren deden. In 1998 namen ze het stokje helemaal over. Op dat moment was splitsing of een bedrijf erbij geen optie. “We wilden zelf graag samen verder”, vertelt Pier. “We hebben de voordelen altijd bij onze ouders gezien.” De overname was juridisch en fiscaal complexer dan in een traditionele situatie. Door er vroegtijdig aan te beginnen heeft dat niet tot problemen geleid.
Het samen werken in een echt familiebedrijf bevalt ze heel goed, waarbij ieder wel eigen taken heeft op basis van eigen interesses. Ze kunnen wel voor elkaar invallen, zoals tijdens vakanties. Het gezamenlijk dragen van verantwoordelijkheid geeft vooral rust, ook in praktische zin. Zo heeft ieder om de week een avonddienst voor onder andere de robots, afkalven en het laatste rondje door de stallen. “Om de maandag heb je dan het gevoel dat je vakantie hebt.”
Ook als het over grote beslissingen gaat, zoals bouw van een stal of aankoop van rechten, moeten ze elkaar kunnen vinden. Harmen: “Natuurlijk denken we wel eens anders over dingen. Maar het gaat erom dat je de ander serieus neemt. We komen er dan samen altijd uit.” Per saldo vinden ze dat de samenwerking het bedrijf eerder versterkt dan dat het remmend werkt.
Belangrijk naar eigen zeggen is dat ze niet alleen neven zijn, maar ook vrienden die gewoon goed met elkaar op kunnen schieten. En misschien is het voor neven nét iets gemakkelijker dan voor broers, aangezien de verwevenheid met privé wat kleiner is. Open en eerlijke communicatie is belangrijk en dat is volgens beide nooit een probleem.
Het bedrijf zal een nieuwe fase ingaan als de bedrijfsopvolging concreter wordt ingevuld. Er is één potentiële opvolger: de zoon van Harmen. De ambitie is om dat binnen vijf jaar op de rails te hebben staan. In de huidige opzet en verdeling van eigendom is die puzzel een stuk complexer te leggen dan bij een ‘gewone’ overname. Beiden zijn echter positief dat dit goed ingevuld gaat worden.

Auteur

Rene%20Stevens
René Stevens is sinds 2000 freelance redacteur bij Boerderij.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.