Melkvee100Plus
Show article

Op veel bedrijven is het puzzelen om de aanwezige fosfaatrechten optimaal te benutten. Het fosfaatplafond wordt formeel nog overschreden maar op basis van fosfaatproductie is er volop ruimte. Deze is echter niet te gebruiken.

Sinds de invoering van het stelsel met fosfaatrechten proberen melkvee­bedrijven zo optimaal mogelijk de rechten te benutten. Een deel van de ondernemers kreeg lang niet het aantal rechten als verwacht en moet schoorvoetend rechten aanschaffen. Anderen kopen of ­leasen naar gelang groeiambities of om niet in de problemen te komen door jaarlijkse wisselingen in productie.

Nederlandse melkveebedrijven hebben samen afgerond 85,1 miljoen kilo fosfaatrechten toegewezen gekregen. Het totaal ligt met zo’n 85,7 miljoen fosfaatrechten hoger, maar een deel zit bij de vleesveehouderij. Een stuk lager ligt de berekende fosfaatproductie. Het CBS berekende over 2019 een productie door de melkveehouderij van afgerond 75,5 miljoen kilo fosfaat. In theorie is er dus een fosfaatruimte over alle bedrijven heen van 9,6 miljoen kilo.

Veehouders kunnen de ruimte op bedrijfsniveau echter niet benutten. De (werkelijke) fosfaatproductie wordt berekend op basis van aangevoerde fosfor en niet, zoals bij de fosfaatrechten, op basis van forfaits. De lagere excretie komt onder andere vanwege een lagere fosforaanvoer. Volgens het CBS is vergeleken met 2015 het gehalte in mengvoer vorig jaar gedaald van 4,5 tot 4,0 gram fosfor per kilo. Van de kuilgrasoogst daalde het fosforgehalte in die periode van 4,0 tot 3,6 gram per kilo droge stof. Bij de berekening van het aantal te houden koeien wordt echter alleen met verschillen in melkproductie rekening gehouden.

Herrold Lammertink, directeur van DLV Advies, pleit er al langer voor dat de sector deze ruimte kan benutten. “Het stimuleert veehouders om efficiënter te produceren.” Wel verwacht Lammertink dat het stikstof­plafond snel bereikt wordt als veehouders deze fosfaatruimte mogen opvullen. “Maar met excretiemaatregelen kan die uitstoot ook naar be­neden. Bij een bedrijfsspecifieke systematiek kan het verlagen van je ruw eiwit in het totale rantsoen zomaar 10% stikstofvoordeel op­leveren.” In alle gevallen zal het een politieke keuze zijn in hoeverre invulling van het aantal dieren afhankelijk mag zijn van de werkelijk gerealiseerde fosfaat- en stikstofproductie.

Marge aanhouden

Ook met een andere berekeningswijze hebben bedrijven nog fosfaatruimte. Dat blijkt als de totale fosfaatproductie met de rechten-systematiek wordt bepaald. Het is een sigarendoosberekening met een aantal onzekerheden maar het geeft wel een indicatie van de situatie.

Volgens het CBS waren er in april en december afgerond gemiddeld1,58 miljoen melkkoeien, 422.000 stuks jongvee jonger dan een jaar en 460.000 stuks jongvee ouder dan een jaar. Bij een gemiddelde melkgift van 9.000 kilo produceert een koe 43,5 kilo fosfaat. Voor jongvee is de productie respectievelijk 9,6 en 21,9 kilo fosfaat per dier. Dat betekent dat vorig jaar in totaal zo’n 83 miljoen kilo aan fosfaatrechten nodig waren om alle koeien inclusief jongvee te houden. Dat is dus ruim 2 miljoen kilo minder aan fosfaatrechten dan er aan rechten voor de melkveehouderij zijn uitgegeven.

Een factor die een rol speelt bij het verschil tussen het aantal geregistreerde en benutte rechten is de veilige marge die veehouders aanhouden. Als tegen het einde van het jaar een paar honderd kilo niet is benut, is het niet interessant deze te verleasen. Er vond immers altijd een korting plaats en ze hebben vaak ook met andere (transactie)kosten te maken. Bij 100 kilo per bedrijf en 13.000 melkvee­bedrijven met meer dan 50 koeien, is dat al 1,3 miljoen kilo fosfaat. Overigens ligt er nu een voorstel om jaarlijks 100 kilo zonder korting over te dragen, wat het wellicht wat interessanter maakt. Verder zijn er stoppende melkveehouders die geen of minder koeien op stal hebben maar waarvan de rechten nog niet zijn verkocht.

In beide berekeningen blijft de melkveehouderij dus onder het fosfaatproductieplafond van 84,9 miljoen kilo. Dat er toch een ­afroming plaatsvindt, komt omdat het ministerie het aantal fosfaatrechten onder het vastgestelde productieplafond wil hebben. Daar wordt het door Brussel op afgerekend.

Hans Scholte, sectorleider melkvee bij Flynth, benadrukt dat vanwege de gewijzigde beleidslijnen rondom fosfaatrechten voor vleesvee en jongvee elke berekening vertroebeld. “Relevanter is hoe het beleid verder gaat ten aanzien van opkoop in relatie tot stikstofproblematiek en eventuele koppeling stikstof en fosfaatrechten.” Ook vraagt hij zich af wat kabinet en ministerie gaan doen met het advies van de Commissie Remkes ten aanzien van de afrekenbare stoffenbalans (Minas 2.0). Daarbij kan het stelsel van fosfaatrechten worden afgeschaft.

Individuele bedrijven

De rechtensituatie op individuele bedrijven is lastig te bepalen aangezien er geen openbare cijfers zijn hoe ruim of krap bedrijven in hun fosfaatrechten zitten. Daar komt bij dat de meeste veehouders pas in de loop van het jaar hun fosfaatsituatie gaan beoordelen en dan besluiten of ze nog rechten erbij nemen of juist een deel kunnen verleasen.

Geraadpleegde marktdeskundigen verwachten dat bedrijven dit jaar wel wat krapper komen te zitten of minder snel een overschot kunnen verleasen. Vorig jaar is de veestapel licht gegroeid. Flynth ziet bij haar klanten van 2018 naar 2019 een gemiddelde toename van 5 melkkoeien per bedrijf.

Verder valt op dat dit jaar de handel in fosfaatrechten zeer traag verloopt. Door onzekerheden in de markt is de animo voor uitbreiding kleiner dan enkele jaren geleden. Verder verwachten makelaars dat de verhoging van de afroming van 10 naar 20% maakt dat veehouders minder snel kopen, terwijl de maatregel juist was bedoeld om meer fosfaat uit de markt te halen. Vorig jaar is er nog ruim 359.000 kilo aan fosfaatrechten afgeroomd, waarvan ruim 157.000 kilo in december. Het is de vraag of deze aantallen dit jaar worden gehaald. Wel zullen veehouders die goede hoop hadden om extra fosfaatrechten als knelgeval te krijgen, zich op de fosfaatrechtenmarkt begeven. Voor de kopers staan samenwerkingsverbanden in de belangstelling.

85,7 miljoen kilo fosfaatrechten

Op 1 mei dit jaar waren er ruim 85,7 miljoen kilo fosfaatrechten in de markt. De uitspraak van het CBb (College van Beroep voor het bedrijfsleven) heeft ertoe geleidt dat met name jongvee van vleesvee extra fosfaatrechten kreeg toegekend. In totaal gaat het om 228.000 kilo fosfaatrechten.
Minister Schouten wil de wet wijziging dat voor jongvee alleen fosfaatrechten nodig zijn wanneer de dieren een kalf krijgen of bestemd zijn om een kalf te krijgen. Jongvee van vleesvee, dat bestemd is om af te mesten, wordt dan vrijgesteld van fosfaatrechten.
Verder is tussen januari 2018 en mei van dit jaar bezwaar aangespannen voor in totaal ongeveer 382.000 kilo fosfaatrechten. Deze fosfaatrechten komen bovenop de eerdere beschikking van fosfaatrechten. Van de in totaal 8.979 ingediende bezwaarschriften zijn er in juni 8.635 afgehandeld en lopen er nog 334. Van de 650.000 kilo fosfaatrechten die het ministerie heeft gereserveerd voor de knelgevallenregeling zijn tot mei 448.000 kilo fosfaatrechten uitgekeerd.

Fosfaatrechten binnen vijf jaar terug te verdienen

Wel of geen fosfaatrechten kopen is altijd een beslissing die afhangt van meerdere factoren. Een belangrijke is uiteraard de prijs van de rechten, maar ook het saldo dat veehouders per kilo realiseren bepaalt of de investering zich terugverdient. Scholte van Flynth ziet dat dat bij de huidige prijzen binnen vijf jaar kan. “Ook voor banken is het belangrijk de financiering binnen vijf jaar terug te betalen.”
In de tabel Hoge productie... staat de benodigde hoeveelheid fosfaat per productieniveau. In de tabel Productie en marge... staat het effect van saldo per kilo melk en productieniveau op het saldo per koe. Stel een bedrijf met 9.000 kilo melk en 20 cent saldo per melk realiseert een saldo per koe van € 1.800. Bij 23% jaarkosten in het eerste jaar (3% rente en 20% aflossing) hoort daarbij een investering van € 7.826 of € 148 per fosfaatrecht. Over de hele periode is de rentelast 1,5% lager, dus stijgt de maximale prijs voor fosfaat naar € 158 per recht. Andersom is ook de minimale marge te bepalen waarbij het aankopen van rechten uit kan. Stel dat een fosfaatrecht € 140 per kilo kost. Dat is € 7.420 per koe (inclusief jongvee). De jaarkosten hiervan zijn € 1.707 in het eerste jaar en € 1.595 over de gemiddelde periode. Per kilo melk is dat respectievelijk 19 cent en 17,7 cent. Bedrijven met een lager saldo verdienen de investering van € 140 dus niet in vijf jaar terug.

Werkelijke saldo’s
Flynth heeft een analyse van de verschillende saldo’s op de melkveebedrijven. Daaruit blijkt dat 17% van de melkveehouders een saldo realiseert lager dan 20 cent per kilo (zie tabel Saldo...). Bij 20 cent mogen fosfaatrechten maximaal € 129 tot € 157 kosten, afhankelijk van het productieniveau. Zo’n 30% realiseert een saldo van 25 cent of meer. Deze groep kan bij dat saldo € 161 tot € 199 voor een fosfaatrecht betalen.
Het aantal bedrijven met minder dan 20 cent saldo per kilo melk neemt toe naarmate ze intensiever zijn. Bij bedrijven boven 22.500 tot 25.000 kilo melk per hectare valt 40% in deze categorie; boven de 25.000 kilo melk is dat zelfs de helft. Gemiddeld hebben deze laatste twee categorieën een saldo van respectievelijk 20,6 en 19,9 cent per kilo melk. Wel benadrukt adviseur Rinus Wientjens dat er tussen bedrijven van dezelfde intensiteitscategorie grote verschillen bestaan in saldo per kilo melk. Dat wordt vooral veroorzaakt door verschillen in toegerekende kosten voor voer, vee en mestafvoer. Dat maakt ook de verschillen groot in ruimte om te investeren in fosfaatrechten. “En let op dat bij uitbreiding de intensiteit per hectare toeneemt, met hogere kosten voor aankoop ruwvoer en mestafzet tot gevolg. Deze kosten verlagen de saldo’s na uitbreiding.

Auteur

Rene%20Stevens
René Stevens is sinds 2000 freelance redacteur bij Boerderij.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.