Melkvee100Plus
Show article

Veel problemen in begin lactatie zijn terug te voeren op de droogstand. Daar actie ondernemen kan veel ellende schelen.

eker 80% van de problemen die koeien ondervinden in begin lactatie, zoals (sub)klinische melkziekte, nageboorteproblemen of mastitis zijn terug te voeren op de droogstand. Dat hield René Knook, productmanager bij De Heus Voeders de veehouders voor tijdens een bijeenkomst in Easterein (Fr.). Met name de bloedcalciumwaarde van nieuwmelkte koeien ligt frequent onder de normwaarde van 2,125 mmol/l zo blijkt uit eigen onderzoek van De Heus.

Feitelijk heeft de koe dan subklinische melkziekte. Er zijn dus geen verschijnselen, zoals bij klinische melkziekte waarbij de koe in ernstige gevallen aan de grond komt te liggen en acute behandeling nodig heeft. Calcium heeft invloed op de spierfuncties van koeien. Een lage waarde (subklinisch) betekent een minder goede spierfunctie. Daarmee heeft het ook invloed op bijvoorbeeld het functioneren van het slotgat, wat de bescherming tegen bacteriële infecties vermindert. Ook de pens is een spier en bij lage calciumwaarde in het bloed leidt dat dus ook tot verminderde penswerking en suboptimale voeropname en benutting.

De vruchtbaarheid wordt ook beïnvloed door het calciumniveau. De baarmoeder is namelijk ook een spier en zorgt daarom voor het beter afkomen van de nageboorte en het opschonen. Bij een goede droogstand is binnen drie weken na afkalven de eerste tocht bij koeien in lactatie zichtbaar.

Steekproefsgewijs calciumwaarde vaststellen

Veehouders doen er goed aan om de bloedcalciumwaarde van verse koeien steekproefsgewijs te laten vaststellen door de dierenarts. Doe dat tussen twee dagen en een week na afkalven. Het geeft een beeld van de uitgangssituatie.

In de droogstand is het zaak de voeropname in de droogstand op peil te houden, rond 13 kilo droge stof, en ervoor te zorgen dat de kation-anionbalans in het rantsoen van de koeien kort voor afkalven een stuk lager is dan van de koeien die net droog zijn gegaan. De voeradviseur kan daarbij helpen. Vooral een hoog kaliumgehalte in het voer is gevaarlijk.

Knook: “Investeer daarom in de kuilanalyses en laat ook de mineralen onderzoeken, niet alleen van het ruwvoer dat bestemd is voor de melkgevende koeien, maar zeker van het ruwvoer dat aan de droge koeien wordt verstrekt. Bij een hoog kaliumgehalte in het ruwvoer en/of het rantsoen is het zaak voldoende magnesium bij te voeren. De noodzakelijke hoeveelheid zal in de meeste gevallen oplopen tot 50 à 100 gram per dier per dag.”

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.