Melkvee100Plus
Show article

Jonge runderen krijgen vaak te maken met luchtwegaandoeningen. Vaccineren van kalveren kan helpen om problemen te voorkomen. Dat werkt pas goed als vaccinatie deel uitmaakt van een planmatige aanpak.

Luchtwegproblemen komen op ieder melkveebedrijf voor, en kunnen daar veel schade veroorzaken. Na het spenen van kalveren is het de meest voorkomende aandoening; voor het spenen is het na diarree de meest voorkomende aandoening. Op korte termijn bestaat de schade uit extra arbeid, inzet van medicijnen en sterfte. Op de lange termijn gaat het om verminderde groei, later afkalven en een lagere melkproductie.

Bovine Respiratory Disease (BRD) is een verzamelnaam voor luchtwegaandoeningen bij runderen en komt meestal voor bij kalveren en jongvee. Verschillende ziekteverwekkers kunnen BRD veroorzaken; zowel virussen als bacteriën. Diverse ziekteverwekkers, bijvoorbeeld Mannheimia haemolytica, kunnen ook bij gezonde dieren aanwezig zijn. Of ze ook daadwerkelijk ziekte veroorzaken hangt af van de weerstand van het kalf en omgevingsfactoren als de stal, de stalbezetting, het stalklimaat en het weer. Goed management is dus heel belangrijk. Daarnaast kunnen vaccinaties helpen. Vaccineren draagt bij aan de bescherming van een individueel dier, maar helpt ook om de infectiedruk te verlagen en groepsimmuniteit te bewerkstelligen. Hoe succesvol vaccineren uitpakt, is van diverse factoren afhankelijk. Niet alleen van het beschikbare vaccin maar ook van onder andere de huisvesting, het klimaat, de infectiedruk, het biestmanagement en de wijze van toediening. Bij vaccineren tegen BRD zijn er twee toedieningsmogelijkheden: in de neus of per injectie.

Gat in de afweer

Een lastig punt bij het beschermen van kalveren tegen BRD is het optreden van de zogenoemde immunity gap. Bij een goede biestvoorziening beschermen maternale antistoffen het jonge kalf tegen infecties. Maternale antistoffen die het kalf via de biest van zijn moeder heeft meegekregen verdwijnen geleidelijk. Als dat sneller gaat dan het opbouwen van immuniteit door het kalf zelf, is er op enig moment sprake van een immunity gap, en is het dier kwetsbaar voor BRD.

Vaccineren van een heel jong kalf om het ontstaan van een immunity gap te voorkomen, kan ineffectief zijn omdat maternale antistoffen in het kalf de werking van een vaccin kunnen belemmeren. Dit ongewenste effect is grotendeels te voorkomen door bij jonge kalveren te kiezen voor intranasale vaccinatie, omdat deze ook effectief is in aanwezigheid van maternale antistoffen.

Dat vaccinatie een goede keuze kan zijn voor jonge kalveren is ook de conclusie van dierenarts Monique Driesse, werkzaam bij Boehringer Ingelheim Animal Health Netherlands. ‘De ervaring leert dat veehouders en dierenarts vaak pas kiezen voor vaccineren tegen BRD als luchtwegaandoeningen op een bedrijf voor fikse problemen zorgen.’ Een betere aanpak is volgens Driesse om niet te wachten op problemen maar om op basis van de bedrijfssituatie te beoordelen of vaccineren zinvol kan zijn. En zo ja wat dan de beste vaccinatiestrategie is. ‘Zo’n beoordeling begint met het in beeld brengen van de op het bedrijf aanwezige pathogenen.’

Driesse concludeert dat het standaard vaccineren van kalveren tegen BRD op melkveebedrijven geen gekke gedachte is. ‘Het rund is een diersoort die door de anatomie van de longen heel gevoelig is voor BRD. Daar komt bij dat BRD een multifactorieel probleem is, waarbij onder meer huisvesting, stalklimaat en infectiedruk een rol spelen. Het is een syndroom waarbij de hele koppel een rol speelt. Daarom zou je, als je BRD wilt aanpakken, moeten streven naar het opbouwen van koppelimmuniteit. Door koppelimmuniteit kunnen pathogenen zich moeilijker verspreiden en gaat de infectiedruk omlaag. Een gevaccineerd dier beschermt zichzelf maar ook jonge, nog niet-gevaccineerde, dieren.’

Driesse adviseert een vaccinatiestrategie die is gebaseerd op het starten met een intranasale vaccinatie bij kalveren vanaf 10 dagen leeftijd. ‘Je roept met vaccineren in de neus niet alleen een lokale bescherming op, maar het stimuleert ook het hele immuunsysteem. Intranasale vaccinatie is ook effectief als er maternale antistoffen aanwezig zijn.’

Voor langdurige bescherming is het mogelijk om een intranasale vaccinatie op te volgen met twee vaccinaties per injectie om het zogenoemde ‘boostereffect’ te krijgen Boosteren is het extra stimuleren van het immuunsysteem; hierdoor worden er nog meer antistoffen en verdedigingscellen aangemaakt. Het geeft opgroeiende kalveren de mogelijkheid zich te wapenen tegen virussen en bacteriën die de luchtwegen aantasten. Kalveren met aangetaste longen groeien minder goed, zijn vatbaar voor andere ziekten en geven later, als melkkoe minder melk. Dit maakt een BRD vaccinatie niet alleen hulpmiddel bij de kalveropfok, maar ook een investering voor de toekomst.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.