Melkvee100Plus
Show article

Standaard een breedspectrummiddel inzetten bij mastitis? Dat is verleden tijd. Gebruik melkmonsters om een gerichte behandeling te kiezen en speur naar mogelijke oorzaken. Dit is advies van specialisten. Het kijken met een kritische blik naar mogelijke besmettingsbronnen kan mastitisgevallen voorkomen. Een kijkje naar ervaringen uit het uit buiten- en binnenland leert ons dat gerichte behandeling werkt.

Eerstekeus antibiotica voor een gerichte behandeling

Voor dierenartsen en veehouders in Denenmarken is het nemen van melkmonsters de gewoonste zaak van de wereld. Hun opdracht is duidelijk: achterhaal altijd wat de boosdoener is bij een klinische mastitis en kies dan gericht een antibioticum. Het standaardbeleid is om alleen smalspectrum antibiotica te gebruiken. Veehouders mogen alleen breedspectrum antibiotica gebruiken als bijvoorbeeld E. coli of Klebsiella in het monster is aangetroffen. Dit beleid kan ook prima toegepast worden in andere landen. Uit cijfers blijkt dat 50 tot 80% van de mastitisgevallen in Europa veroorzaakt worden door gram positieve kiemen, die te behandelen zijn met een smalspectrum antibioticum. Ook in Nederland is dit het geval, blijkt uit een veldervaring van veehouders en dierenartsen in Nederland. Doel van dit onderzoek was in kaart te brengen welke verwekkers gevonden worden bij een graad 1, graad 2 of graad 3 mastitis, om zo tot een juiste therapiekeuze te komen. De veehouders werd geadviseerd graad 1 en 2 mastitis met een nieuwe eerste keus penicilline injector te behandelen. Bij de graad 1 en 2 mastitisgevallen waar een mastitisverwekker was aangetoond, werd in 80% een gram positieve kiem gevonden.

Het klinische genezingspercentage na behandeling met een eerste keus smalspectrum antibioticum was 81%.

Oorzaken opsporen

Er wordt van oudsher onderscheid gemaakt tussen koegebonden en omgevings- gebonden bacteriën. Koegebonden bacteriën bevinden zich op de koe, bijvoorbeeld op de huid of in de melk, en worden vooral overgedragen tijdens het melken. Omgevingsbacteriën bevinden zich in de stal.

Bekende koegebonden mastitisverwekker is Staphylococcus aureus (SAU). SAU is te vinden in de melk en op de uierhuid. Bekende omgevingsgebonden bacteriën zijn Streptococcus uberis (SUB) en E. coli, te vinden in onder meer mest en ligboxen. Laat de hygiëne te wensen over, dan gaat het waarschijnlijk om een omgevingsgebonden ziekteverwekker. Maar is het juist heel schoon, denk dan eerder aan een koegebonden bacterie. Een kijkje in de melkstal kan ook geen kwaad want daar kunnen vaak ook nog extra maatregelen genomen worden zoals voorbehandeling verbeteren, een schone doek per koe, het dragen van handschoenen en dippen na het melken.

De melkmachine zelf verdient ook een grondige inspectie, want ook die kan een rol spelen bij het ontstaan van uierontsteking. Uiergezondheid heeft veel te maken met hygiëne.

Kijkend naar de koeien die mastitis hebben, is het goed om te letten op bijvoorbeeld lactatienummer, lactatiestadium, het celgetalverloop en welke kwartieren zijn aangetast. Dan kan een inschatting gemaakt worden wat genezingskansen van de koe zijn en of het zinvol is, om haar te gaan behandelen.

Besmettingsroutes nalopen

Toch wordt het speuren er niet gemakkelijker op. Het inzicht is gegroeid dat mastitiskiemen niet simpelweg te splitsen zijn in koegebonden of omgevingsgebonden. Alle grampositieve bacteriën kunnen zowel koe- als omgevingsgebonden zijn. Verder blijkt dat omgevingsgebonden bacterie S. uberis vaak rechtstreeks van koe naar koe gaat, en zich dus gedraagt als koegebonden kiem. Bijvoorbeeld in de melkstal. Het advies aan melkveehouders en dierenartsen is om goed te kijken naar mogelijke risicovolle besmettingsroutes op het bedrijf.

En naast het kijken naar koeien met mastitis is het dus zinvol om je te verdiepen in beschikbare kengetallen als het tankmelkcelgetal, de melkcontrolecijfers, uitslagen van bacteriologisch onderzoek, lactatienummer en -stadium, celgetalverloop en bij welke kwartieren mastitis zich voordoet. Tevens blijkt dus uit de ervaringen in het veld dat je milde mastitis graad 1 en 2 goed kunt behandelen met een eerstekeus smalspectrum antibioticum.

Uiergezondheid begint bij preventie. Bij problemen kan een analyse van de kiem die in het spel is en de besmettingsroute leiden tot extra maatregelen als voorstralen, goede speendesinfectie na het melken, geïnfecteerde koeien als laatste melken en extra aandacht voor afstelling van de machine. Ook bij mastitis geldt, voorkomen is beter dan genezen.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.