Melkvee100Plus
Show article

Tot een leeftijd van 14 dagen krijgen de kalfjes 3 keer per dag melkpoeder, onbeperkt kalverbrok en water in de eenlingbox. In de kalverdrinkautomaat krijgen kalfjes van vaarzen een andere voercurve dan nakomelingen van de koeien. Melkveehoudster Jitske van Dalen meet ieder kalf, pas vanaf 80 kilo lichaamsgewicht worden ze gespeend op basis van een handmatige melkafbouw. Deze secure, individuele aandacht voor ieder kalf levert een hoge groei op, waardoor Van Dalen het jongvee uiteindelijk eerder kan insemineren en een lagere afkalfleeftijd van de vaarzen realiseert.

Bij de jongveeopfok kiest Jitske van Dalen heel bewust voor een individuele benadering, terwijl de rest van het bedrijf flink geautomatiseerd is. Samen met haar man Geert houdt ze op het ouderlijk bedrijf van Geert zo’n 200 melkkoeien en 140 stuks jongvee op 110 hectare. Ze runnen het bedrijf de meeste dagen samen, met een heldere taakverdeling tussen hen beiden. “Als een pasgeboren kalf de eerste biestgift heeft gehad, is ze van Jitske. Ik hoef haar dan pas weer terug te zien als ze kalft”, geint Geert, die tussendoor wel de inseminaties verzorgt.

De kalfjes komen terecht in een eenlingbox, waar ze een kalverbodywarmer om krijgen. Na de biestperiode gaan de dieren over op het melkpoeder Kalvolac Power CAIR , wat extra ondersteuning biedt voor de longgezondheid. “Ik gaf ze ook wel eens periodes twee keer per dag melk, het kost toch een hoop tijd om drie keer per dag te voeren, maar ik zie wel dat ze echt beter groeien bij drie keer per dag melk”, is de ervaring van Jitske, wat ook hun dierenarts telkens opvalt als hij op het bedrijf komt.

Op zo’n twee weken leeftijd verhuizen de kalfjes naar de kalverdrinkautomaat. Ook hier krijgen ze Kalvolac Power CAIR, naast hooi en onbeperkt kalverkorrel DairyStart® Vitaal. Kalfjes van vaarzen, die over het algemeen wat kleiner zijn, komen in een andere melkcurve, waarbij ze 5 dagen langer melk krijgen tot in ieder geval 70 dagen. “Je moet niet bezuinigen op de voeding van de jongste kalveren”, is de overtuiging van de boerin, die meer voeren vertaalt ziet in een hogere groei.

Rond week vijf begint het eerste meetmoment van de kalveren. Pas bij een gewicht van 75 tot 80 kg bouwt Jitske de melkgift langzaam en zelfs handmatig af. Een week nadat de melkgift is afgebouwd schuiven de kalfjes, in kleine groepjes, door naar de ligboxjes waar ze nog steeds hetzelfde rantsoen krijgen. Vanaf 6 maanden krijgt het jongvee kuil met kalverbrok. “Het is in principe luxe voer, maar we willen liever niet verdunnen met stro, want dan moeten we dat weer compenseren met extra eiwit. Door zo ruim te voeren kan het jongvee ook eerder afkalven”, is de ervaring van Geert.

Specifiek rantsoen per groep

Het bedrijf van maatschap van Dalen-Bakker is flink geautomatiseerd. De koeien zijn verdeeld in vier groepen; een vaarzengroep, twee hoogproductieve groepen en een oudmelkte groep. Elke groep heeft een eigen Lely A4 melkrobot, mestrobot en specifiek rantsoen. Ieder uur komt het automatische voersysteem, de Lely Vector, langs om het voer aan te schuiven en te meten hoeveel voer er voor het voerhek ligt. Vervolgens pakt deze, indien nodig, voer voor elk van de 4 melkveegroepen en de droge koeien, die in een far off -en close-upgroep zitten. Geert hoeft maar eens in de week de voerkeuken te vullen, wat hem veel werk bespaart, ook omdat hij het landwerk (maaien, schudden en harken) zelf doet. Het rollend jaargemiddelde ligt nu op 10.827 kg melk met 3,63% eiwit en 4,25% vet.

100.00ste meting

Van Dalen doet mee aan de hoogtemeetservice van Agrifirm. Dat betekent dat studenten het jongvee meten, waarna de specialist Jongvee de resultaten komt bespreken. Hun koe Atlantic 13 (Atlantic x Olympic) was als pink zelfs het 100.000ste gemeten dier dat geregistreerd is in Agrifirm Focus Jongvee. “Inmiddels doen al meer dan 700 bedrijven mee aan de meetservice”, vertelt Margreet de Boer, specialist Jongvee. “De uitkomsten zijn enorm waardevol bij het evalueren van de opfok en geven een goed beeld van de goede punten én verbetermogelijkheden die er nog zijn.”

Boven de groeicurve

“Het valt op dat de koppel enorm uniform is”, vertelt Margreet over de uitkomst bij Van Dalen. “Alle dieren tot 1 jaar zitten boven de groeicurve. Er was één dier dat onder de lijn zat, maar die was bij het bespreken zelfs al verkocht. Ook na een jaar blijven ze mooi op de lijn zitten.” Het jongvee staat er zichtbaar goed bij, met een mooie glans op het haar en in goede conditie. “Uit de metingen komt dat de conditiescore wat aan de ruime kant ligt, waardoor het belangrijk is de dieren op tijd te insemineren zodat je problemen door vervetting voorkomt”, geeft Margreet als tip mee. Door de hoge groei kan Geert de dieren al op 13 maanden leeftijd insemineren. Vanwege het gebruik van gesekst sperma op alle pinken, waar de drachtigheidsresultaten wat lager van liggen, ligt het inseminatiegetal met 2,19 wat hoger dan het Nederlandse gemiddelde van 1,46. Na twee inseminaties met gesekst sperma gaat Geert over op conventioneel sperma, waarbij daarna nog een eigen stier uitkomst kan bieden. Zowel de verwachte als de gerealiseerde afkalfleeftijd van de vaarzen ligt op 23 maanden, aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde van 26,6 maanden. Kortom: de resultaten laten zien dat de individuele aanpak van het jongvee mét het regelmatig meten van de dieren loont.

Sponsor

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.