Melkvee100Plus
Show article

DLV-directeur Herrold Lammertink ziet dat veel veehouders geremd worden in de ontwikkeling, zowel vanuit de overheid als de banken. Dat vraagt soms om andere keuzes te maken, waaronder niet perse grond in eigendom.

Nog maar drie jaar geleden sprak Melkvee100Plus met DLV-directeur Herrold Lammertink. De melkveehouderij had net kennisgemaakt – of beter gezegd: was overrompeld door – de komst van fosfaatrechten en de impact op bedrijven was breed in de sector voelbaar. De directeur voorspelde dat 25 tot 30% van de bedrijven in de knel zou komen, vooral bedrijven die fors zijn uitgebreid en de stal op de beruchte peildatum niet vol hadden staan. Daar kwamen de strenge bankeisen rondom financieringen nog bovenop met financiële problemen tot gevolg.

Mede door de fosfaatregelgeving voorzag Lammertink een daling van het aantal melkveebedrijven tot 8.000 tot 10.000 binnen tien jaar.

We zijn drie jaar verder. Staat uw voorspelling over het aantal bedrijven nog altijd?
“Ik denk dat de aantallen van destijds redelijk goed zijn ingeschat. De impact van de fosfaatregelgeving is inmiddels een stuk kleiner geworden. De sector heeft daar een weg in gevonden, onder andere met samenwerking rondom fosfaatoverdracht. Maar nieuwe problemen zijn ervoor in de plek gekomen. Ik hoef stikstof niet eens te noemen, naast de andere milieu-opgaven die er liggen. Het probleem vandaag is dat de sector niet stabiel is en er geen minimale milieuruimte geclaimd is.”

Waar zit het gevaar?
“Dat er geen ontwikkeling en innovatie meer in de sector plaatsvindt. Er dreigt elke keer een beetje milieuruimte weg te vallen waardoor opvolging van bedrijven steeds lastiger wordt. Via het rechtensysteem stroomt geld de sector uit richting de bejaardenhuizen en is er onvoldoende liquiditeit aanwezig voor investeringen. Een euro kan je maar één keer uitgeven. Opkoop van bedrijven door de overheid kan voor een individuele veehouder prettig zijn, maar is funest voor de sector als geheel. Het is heel belangrijk dat de veehouderij voor de langere termijn die milieuruimte wel krijgt, rechten van stoppers blijven dan in ieder geval in de sector. Helaas merk ik dat overheden het vakmanschap van ondernemers om daarmee milieuruimte te behouden steeds ter discussie stellen. Het gaat al lang niet meer over de inhoud, terwijl daar juist de oplossingen liggen. Bronmaatregelen tegen ammoniakuitstoot zijn veel effectiever dan opkoop van bedrijven. De sector heeft zijn best gedaan en is nog steeds bereid om zaken op te pakken. Maar het zijn vooral de politieke keuzes waardoor veel geld wordt verspild.”

Dat zijn grote ontwikkelingen waar een veehouder zelf weinig grip op heeft. Wat kan hij toch doen om bij de blijvers te behoren?
“Het klinkt als een open deur, maar alles ­begint met goed ondernemerschap. Vanzelfsprekend een goed vakman zijn maar ook kansen zien en benutten. Niet te onderschatten is het bewustzijn van de plaats die de melkveehouderij in de maatschappij inneemt, dus ook in ieders eigen directe omgeving. Vergeet niet dat de sector bij het publiek een veel positiever imago heeft dan menigeen denkt.”

En voor een gezonde marge?
“Kostprijsbeheersing blijft voor elk bedrijf heel belangrijk. Misschien zijn er mogelijk­heden in de kostenstructuur maar tegelijkertijd is het dan ook de vraag waarom het laaghangend fruit op dat gebied niet eerder is ­geplukt. Zeker zoveel aandacht mag het verlagen van prijsrisico’s hebben. Als DLV werken we met de MTC (Milk Trading Company; het systeem om prijsrisico’s via de termijnmarkt af te dekken, red.) aan het managen van opbrengstprijzen.”

Met alle respect, maar een paar cent maakt toch niet het verschil?
“Een verschil in melkprijs van 2 cent per kilo is voor een bedrijf met een miljoen kilo melk wel € 20.000 per jaar. Dat jaarlijks hebben, kan wel degelijk een verschil maken. Maar nog belangrijker dan de meerprijs is het voorkomen van het wegzakken van de melkprijs in slechte tijden. Op die manier is beter een prijsdal te overbruggen.”

Het aantal deelnemers is met ergens in de honderd nog niet zo groot.
“Dat klopt maar het begint beter te lopen. Iets nieuws is altijd wennen maar we merken een grote interesse, zeker onder de grote melkveebedrijven.”

Gaat grondgebondenheid een gamechanger worden voor de melkveehouderij? Grond is groei?
“Grond is belangrijk maar er is door veehouders vooral focus op bezit in plaats van gebruik. Grond in eigendom heeft de sector financieel krachtig gemaakt, maar inmiddels ervaren bedrijven ook de nadelen ervan. Bij bedrijfsovername zijn stille reserves op de grond een steeds groter probleem. Het gemiddelde melkveebedrijf heeft zekerheden genoeg en het is daarom belangrijk om de ­afhankelijkheid van de financierder te beperken.”

Dus pacht in plaats van koop?
“Dat is een mogelijkheid, maar er zijn ook ­alternatieven zoals een samenwerking aangaan met een akkerbouwer of een stoppende veehouder. Een veehouder zou bij elke hec­tare die hij erbij krijgt af moeten vragen wat de eigendomsvorm is die het bedrijf voor de langere termijn sterker maakt. Het is proberen om financieel minder kwetsbaar te zijn en minder afhankelijk van de bank.”

Wat merkt u bij de banken dan?
“We hebben de afgelopen jaren heel vervelende gesprekken gehad met melkveehouders en hun bank. Een deel van de bedrijven is bij bijzonder beheer terechtgekomen na drie droge jaren met weinig ruwvoer. Banken doen daar panisch om en missen dan de ­expertise om dat op een correcte manier door te vertalen naar de toekomst. Dit jaar hebben we ruwvoer zat met daarnaast een positieve ontwikkeling voor de melkprijs, waardoor alleen al meer ‘rust’ ontstaat op de lopende rekening.”

Financieel adviseurs noemen al jaren de mogelijkheid om op andere manieren dan via de bank te financieren. Krijgt dat vorm?
“Er zijn zeker mogelijkheden, zoals met ver­zekeringsmaatschappijen en particuliere investeerders. Het gebeurt ook steeds meer. We hebben inmiddels behoorlijk werk met her­financieren met naast de bank ook andere partijen. Banken blijven belangrijk voor de bedrijfsfinanciering maar zullen in de toekomst steeds meer een onderdeel zijn van de totale financiering. Iets meer flexibiliteit in de wijze van financieren is wenselijk.”

Hoe taxeert u de financieringslast per kilo melk op dit moment?
“In de basis zegt een financieringslast per kilo geleverde melk natuurlijk niet alles. De verschillen tussen de bedrijven zijn te groot om daar een bedrag aan te hangen. Gaat het om een pachtbedrijf met alleen een erf in eigendom, of een bedrijf met 100 hectare goede grond in eigendom? Los van het verschil in ondernemerschap, verkaveling en grondsoort is het al erg lastig om te zeggen wat een passende financieringslast is. Er zijn melkveehouders waarbij € 0,50 financiering per kilo melk al een uitdaging is, zoals er ook melkveehouders zijn die met € 2,50 nog een prima boterham verdienen.”

Naast hoge grondprijzen kent Nederland ook hoge kosten voor huisvesting. Prijzen van € 10.000 per plaats bij nieuwbouw zijn geen uitzondering. Moet de sector meer werk maken van eenvoudige – dus goedkope – stalsystemen?
“Er zit verschil in bouwkosten, maar helaas zijn er veel eisen waar ondernemers niet ­onderuit kunnen. Bouwen zal in Nederland daarom altijd relatief duur blijven. Ook kan een hogere investering opwegen tegen meerwaarde in productie of arbeidsgemak. Automatisering en vierkante meters maakt stallen wel erg duur en daar zijn vaak wel ­besparingsmogelijkheden. Ik adviseer ­melkveehouders met bouwplannen ook eerst eens goed in de buurt te kijken of er geen ­interessante stallen te koop staan. Waarom nieuw gaan bouwen als vlak bij een bijna nieuwe stal staat voor veel minder geld. Twee of drie kleinere locaties is in mijn ogen beter dan één locatie helemaal volbouwen, ook voor het maatschappelijk draagvlak.”

Dat klinkt mooi maar grond maakt het natuurlijk lastig.
“Elke situatie is uniek maar biedt ook kansen. Er zijn vaak meer mogelijkheden dan op het eerste gezicht lijkt. Zoals al aangegeven is het niet altijd nodig om alle grond in eigendom te hebben, ook niet bij een tweede locatie. Denk aan pachten of samenwerken. Het is een kwestie van die puzzel goed proberen te leggen. Dat kan wel vragen om wat ‘out of the box’ te denken.”

Herrold Lammertink (51) is directeur en mede-eigenaar van DLV Advies. Lammertink heeft in 1992 de Agrarische Hogeschool in Larenstein afgerond. Na een bedrijfsleidersfunctie in Drenthe, trad hij in 1998 in dienst bij het voormalige DLV als rundveeadviseur.
Samen met Paul Bens kocht Lammertink in 2005 een deel van de toenmalige DLV Adviesgroep NV. De adviestakken voor de rundveehouderij, intensieve veehouderij, makelaardij en bouw werden daarmee geprivatiseerd. Vanaf dat moment is er gewerkt aan uitbreiding van de adviesterreinen en specialismen. Vandaag de dag werken voor DLV Advies de circa 120 medewerkers vanuit vier kantoren: in Deventer, Uden, Vianen en Drachten.
Lammertink adviseert, naast zijn werkzaamheden als bestuurder, vanuit het speerpunt Financieel Management vooral bij melkveehouders.

Auteur

Rene%20Stevens
René Stevens is sinds 2000 freelance redacteur bij Boerderij.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.