Melkvee100Plus
Show article

Een pekelbad met Himalayazout of zout uit de Dode Zee. Bij Rouveen Kaasspecialiteiten is het straks allemaal mogelijk. De kaasproducent wil zich nog verder onderscheiden door pekelen à la carte.

Rouveen Kaasspecialiteiten timmert flink aan de weg. Zowel in omzet als volume is de nichespeler de afgelopen jaren fors gegroeid. De kaasmakerij droeg oorspronkelijk de naam De Kleine Winst, inmiddels een understatement. De zuivelonderneming betaalt al jaren een meer dan bovengemiddelde melkprijs. Achter de historische voorgevel schuilt een van de modernste kaasmakerijen ter wereld. De gerobotiseerde fabriek is ingericht op de productie van kleine charges speciaalkazen, gemaakt van inmiddels 32 melkstromen. Het gaat om meer dan 400 soorten kaas. Naast kaas à la carte – kaas die volledig naar wens van een klant is geproduceerd – start de onderneming binnenkort met pekelen à la carte. “Doel is om in de komende jaren uit te groeien tot dé toonaangevende speler op de wereldmarkt voor speciaalkazen”, stelt directeur Klaas Hokse.

Hoe heeft Rouveen Kaasspecialiteiten afgelopen jaar gedraaid?
“De cijfers zijn nog niet gepubliceerd, maar ik kan al wel aangeven tevreden te zijn met de resultaten. Afgelopen jaar stond voor een belangrijk deel in het teken van voorbereiden op de nieuwbouw. Dat heeft ons vooral gedurende de eerste helft van het jaar wel hoofdbrekens bezorgd. Gelukkig ging het in de tweede helft beter. De melkprijs over 2019 valt iets lager uit dan in 2018. Dat is vooral een gevolg van de gedaalde roomopbrengsten. Op die prijs hebben we helaas geen invloed.”

Bij de kaasmakerij in Rouveen wordt flink gebouwd. Wat gaat er allemaal gebeuren?
“Er komt nieuwe kantoorruimte, en aan de achterzijde van de kaasmakerij ligt inmiddels een nieuwe toegangsweg met parkeergelegenheid. Ook komen daar komen nog vijf nieuwe losplekken voor onze RMO’s en een viertal laaddocks voor de kaas. Daarna gaat de voorzijde van het terrein volledig dicht voor verkeer. Voortaan hoeft het vrachtverkeer niet meer over de Oude Rijksweg in Rouveen. Daarmee verdwijnt eventuele overlast, en is in onze ogen de toekomst van Rouveen Kaasspecialiteiten op deze locatie verzekerd. De huidige losplekken voor RMO’s aan de zijkant van de kaasmakerij verdwijnen. Op deze plek komt een nieuw pekellokaal van 550 vierkante meter groot.”

Waarom een nieuw pekellokaal?
“Naast kaas à la carte bieden we straks ook pekelen à la carte aan. Of klanten nou een pekelbad willen met Himalayazout of zout uit de Dode Zee, dat behoort straks allemaal tot de mogelijkheden. We werken met kleine kooien, en kunnen onze klanten op deze manier nog meer exclusiviteit bieden.”

Hoeveel investeert Rouveen?
“Alles bij elkaar praat je over een investering van ruim € 20 miljoen. De leden-melkveehouders hebben die opgebracht. Los van genoemde nieuwbouw vindt ook een upgrade plaats van onze gerobotiseerde kaaslijn. Hierdoor gaat onder meer de productiesnelheid omhoog.”

Wat is de kleinste charge die een klant kan laten draaien?
“1.000 kilo kaas. Wij zeggen altijd: ‘Honderd keer 1.000 kilo is ook 100.000 kilo. (Lachend:) Al ben je er wel wat drukker mee. Tegelijk is het produceren van kleine volumes ons bestaansrecht. Als we hetzelfde gaan doen als andere kaasmakerijen, is het snel met ons gebeurd.”

Biedt deze tak van sport ook voldoende bestaansrecht naar de toekomst?
“Ja, zeker voor de komende jaren ziet het er voor Rouveen prima uit. Ons businessmodel ondersteunt veel partijen in de markt. Onze grootste klant is niet groter dan 15% van de productie. Dat houden we goed in beeld. Natuurlijk doen we niet moeilijk als een grote klant daar een keer 100 ton overheen gaat, maar het is dan wel zo dat we met onze toezichthouders bespreken waarom we over die 15% heen schieten. Het is wel zo dat de top-10 grootste klanten goed zijn voor 80% van onze productie.”

Betekent meer dan 30 melkstromen ook meer dan 30 verschillende melkprijzen?
“Nee, die proberen we zo veel mogelijk gelijk te houden. Natuurlijk krijgt iemand die wat extra’s doet daar wel een kleine vergoeding voor. Maar een veehouder die bijvoorbeeld meewerkt aan reclame, moet dat echt leuk vinden. Van belang is dat we altijd goed blijven kijken naar de kosten van melkproductie, wat we ermee kunnen verdienen als onderneming, en aan welke eisen melk minimaal moet voldoen om de wensen van de markt in te kunnen vullen. Ik kan je verzekeren dat alle 32 melkstromen commercieel verantwoord zijn. Ze dragen allemaal bij aan het resultaat van de coöperatie. Daar mag ook geen twijfel over bestaan.”

De Staphorster boerderij op het fabrieksterrein wordt straks een museum. Wat is de bedoeling?
“Hoewel wij niet rechtstreeks aan de retail leveren, krijgen we wekelijks bezoekers van over de hele wereld. Onze klanten nemen hun afnemers mee naar Rouveen. We vertellen dan over de historie van Rouveen en Staphorst, nemen ze mee door de fabriek, laten ze kaas proeven, en gaan dan vaak ook nog even langs bij een van onze veehouders. Op deze manier proberen we ons verhaal over te brengen en ervoor te zorgen dat ze ook in de toekomst kaas uit Rouveen willen hebben.”

Het museum in combinatie met een rondleiding door de fabriek zou ook een mooie toeristische trekpleister zijn. Is dat niet een mooie bron van extra inkomsten?
“Daar hebben we serieus over nagedacht, maar we gaan het niet doen. Voor grote aantallen bezoekers in de fabriek moet je eigenlijk nieuw bouwen. Je moet dan denken aan 60 tot 80.000 bezoekers per jaar. Daar zijn we niet voor ingericht. En daarbij willen we het dorp niet tot last zijn.”

Krijgt Rouveen Kaasspecialiteiten veel belletjes van leden over het stikstofdossier?
“Natuurlijk hebben ook wij daar mee te maken. Ik moet zeggen dat ik erg blij ben met het Landbouw Collectief. Het is een goede zaak dat veehouders op 1 oktober hebben laten merken dat de maat vol is. Daar sta ik echt voor de volle 100% achter. Het valt niet te rijmen dat we met z’n allen vier keer per jaar het vliegtuig instappen, terwijl de boeren worden afgerekend. Het is goed dat er vanuit de primaire sector eindelijk weer één geluid komt, want dat miste gewoon.”

Het ontbreken van één geluid lijkt de NZO eerder in een lastig pakket te hebben gebracht. Had de NZO achteraf gezien wel moeten meewerken aan de fosfaatregeling?
“Op basis van de beschikbare informatie hebben we gekozen voor de minst slechte oplossing. Zowel vanuit Brussel als Den Haag kregen we het signaal dat het niet vijf voor, maar al vijf óver twaalf was. Dat zonder ingrijpen de derogatie zou verdwijnen. Ik ga er nog steeds vanuit dat deze informatie klopte, en dat was de reden om met de uitvoering akkoord te gaan. We hebben wel duidelijk aangegeven dat deze taak niet bij de NZO thuishoort, en dat we dit in de toekomst ook niet meer willen.”

Leidde dit tot veel reacties van leden-melkveehouders?
“Natuurlijk, mensen vinden het vervelend. Maar ik heb hen ook uitgelegd op basis van welke informatie we een besluit moesten nemen. Het was een keus uit twee kwaden, en dan was dit veruit de beste oplossing. Maar als je het nu over stikstof hebt, dan is het toch veel beter dat er een Landbouw Collectief is dat namens de primaire sector onderhandelt. Wat ik wel jammer vind, is de vele kritiek op de NZO. De NZO gaat voor een sterke Nederlandse zuivel, en slaagt daar tot nu toe bijzonder goed in. Natuurlijk kunnen er altijd dingen beter, maar laten we tegelijk zuinig zijn op de dingen die goed gaan.”

Heeft LTO het laten afweten?
“Ik weet niet of LTO zijn werk wel of niet goed heeft gedaan. Daarvoor zit ik er niet diep genoeg in. Maar dat er in de communicatie iets verkeerd is gegaan lijkt me evident. Daarom is het Landbouw Collectief een goede oplossing. Naast een sterk collectief kan de NZO doen waar zij goed in is, en hopelijk komt alles straks weer samen in een sterk ZuivelNL.”

Hoe nu verder met het stikstofdossier?
“De juiste partijen zitten aan tafel en ik hoop dat ze tot een oplossing voor de lange termijn komen. Volgens mij moet je het niet bij voorbaat hebben over minder dieren en minder melk. Nee, stel de sector een doel, en geef vervolgens vrijheid om dat in te vullen. Misschien is er met behulp van technologische oplossingen zelfs nog wel ruimte voor groei. De wereld moet gevoed worden, en wij kunnen daar op een zeer efficiënte en duurzame manier ons steentje aan bijdragen.”

Rouveen Kaasspecialiteiten in het kort

Klaas Hokse (48) werkt sinds 1992 bij Rouveen Kaaspecialiteiten en is nu vijf jaar algemeen directeur. De coöperatie telt 260 leden-melkveehouders, waarvan 60 biologisch. De meeste bedrijven bevinden zich binnen een straal van 25 kilometer rond de fabriek. In elk land waar kaas wordt gegeten, ligt volgens directeur Hokse kaas van Rouveen. In de strategie is opgenomen om in 2023 internationaal toonaangevend te zijn wat betreft de productie van speciaalkazen. Hoofddoel blijft om met een hoogwaardig assortiment een goede melkprijs neer te zetten. “Ik werk elke dag voor een zo hoog mogelijke melkprijs voor de boer”, aldus Hokse. Daarbij moet er een aantrekkelijk groeiperspectief blijven voor de leden.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.