Melkvee100Plus
Show article

Melkveehouders krijgen sinds eind vorig jaar meer melkgeld binnen. Op een deel van de bedrijven ontstaat daardoor extra liquiditeit. Veehouders kunnen ermee bufferen, aflossen of investeren.

Na jaren van middelmatige melkprijzen hebben zuivelnoteringen eindelijk de weg naar boven gevonden. Met melkprijzen boven de € 45 per 100 kilo melk komt er weer geld binnen op melkveebedrijven. Een kleine maar niet onbelangrijke kanttekening dat kosten voor met name voer, kunstmest en energie ook fors zijn gestegen. Juist daardoor zullen bedrijven met een lage kritieke melkprijs eerder en meer profiteren van de hogere melkprijs.

Meer liquide middelen

Een deel van de veehouders krijgt dus inmiddels weer aardig wat liquide middelen ter beschikking. Het is de vraag wat verstandig is te doen: eventuele kredieten aflossen, een buffer aanleggen of investeren? Dat kunnen zowel uitgestelde uitgaven zijn, maar ook investeringen die (op termijn) bijdragen aan een hoger rendement.

Rick Hoksbergen, branche-expert melkveehouderij bij Countus, onderschrijft het beeld van meer liquiditeit maar geeft wel een winstwaarschuwing. “Lang niet alle veehouders nu al profiteren. De spreiding is enorm en achterstanden zijn nog niet overal ingelopen.” Hij schat dat een kwart van de bedrijven inmiddels tot de categorie behoort waar keuzes over geldbesteding gemaakt gaan worden.

‘Eerst bufferen’

Het devies van Hoksbergen is de volgende volgorde: eerst bufferen, eventueel tijdelijk krediet aflossen, investeren en dan pas extra aflossen op de reguliere lening. Dat is vooral in deze tijd van het jaar van toepassing, waarbij veehouders richting voorjaar met hogere uitgaven voor kunstmest en loonwerk krijgen te maken. “Je kunt nu wel aflossen, maar het is niet handig als in het voorjaar toch weer extra krediet nodig is.” Zeker met de meer kritische houding van banken in het achterhoofd is het beter om het geld op eigen rekening te hebben staan. “Je houdt dan zelf de regie”, zegt Hoksbergen.

Daarom is eerst bufferen volgens hem de beste optie maar het is natuurlijk niet zwart-wit. “Als de maaier kapot is moet er nieuwe komen.” Hoksbergen adviseert veehouders als richtlijn te werken aan een buffer van € 500 per koe.

Krediet aflossen

Hetzelfde geluid is te horen van Patrick van Oijen, adviseur en mede-eigenaar van financieel adviesbureau Exitus. “Het is belangrijk dat veehouders voldoende werkkapitaal behouden. Bedrijven die liquide zijn, kunnen op het juiste moment de juiste dingen doen. Daarmee kun je het bedrijf blijven ontwikkelen.” Hij maakt wel verschil in type financieringen; van dure leningen is het zaak zo snel mogelijk af te komen, vooral nu er financiële middelen zijn. Hetzelfde geldt voor kredieten bij commerciële partijen, met name de voerleverancier. “Daar wil je als bedrijf niet aan gebonden zijn.”

Van Oijen is ook voorstander van buffers maar heeft geen concreet richtbedrag. “De kapitaalsbehoefte van bedrijven over het jaar heen is zeer verschillend. Voor een intensief bedrijf is dat heel anders dan voor een bedrijf dat zelf het meeste ruwvoer teelt.” Met een liquiditeitsprognose (zie kader) kunnen ondernemers meer inzicht krijgen in de eigen situatie. Hij vindt het belangrijk dat ze daar zelf het voortouw innemen, zodat bedragen wat meer gaan leven.

Grip houden op de liquiditeit

Om grip op de liquiditeit te houden kunnen veehouders gebruik maken van een liquiditeitsprognose. Populair zijn ze niet en zeker in tijden van hoge melkprijzen heeft het weinig aandacht. Toch hameren adviseurs er steevast op dat veehouders inzicht moeten hebben in de geldstromen voor de korte en wat langere termijn.
Een ondernemer weet beter dankzij zo’n prognose waar hij staat en voorkomt financiële verrassingen. Een bijkomend voordeel van inzicht in de liquiditeit is dat het positief werkt bij een aanvraag voor het tijdelijk stopzetten van de aflossing of krijgen van extra financiering.
Goed en realistisch begroten is lastig. Je moet gevoel hebben bij de markt en inschatten wat reële prijzen en verwachtingen zijn. Om de liquiditeit gemakkelijker in beeld te brengen zijn er tools op de markt, zoals via managementprogramma’s of accountantskantoren. Zelf een overzicht in Excel maken, kan de betrokkenheid echter versterken. Periodiek toetsen aan de werkelijke cijfers hoort daar wel bij.

Bijdragen rendement

De derde optie is dus investeren. Voor het doen van andere investeringen dan noodzakelijke raadt Hoksbergen aan even aan te zien hoe de economische situatie ontwikkelt. Blijft de liquiditeit groeien, dan hebben investeringen die bijdragen aan het rendement de voorkeur. Dat is zeer bedrijfsafhankelijk en net waar de zwakke schakels van het bedrijf zitten. Denk aan verbeteringen aan de stal, een andere manier van voeren, arbeidsbesparing of meer en betere voeropslag. Ook de persoonlijke situatie is bepalend. “Iemand van 63 zonder opvolger of tegen een Natura2000-gebied maakt waarschijnlijk andere keuzes dan iemand met volop toekomstperspectief.”

Hij merkt dat de inschatting of nut en noodzaak in de praktijk nogal eens anders gaat. Hij noemt het de ‘emotionele inschatting van noodzaak van een investering’. “Een nieuwe trekker is lang niet altijd zo hard nodig als dat veehouders soms denken.” Maar het zijn niet altijd feitelijke omstandigheden die tot keuzes leiden.

Voor Van Oijen heeft investeren in arbeidsverlichting en efficiënt werken prioriteit; arbeid is steeds moeilijker in te vullen, het komt elke dag terug en raakt ook veehouders persoonlijk. “Zoek naar investeringen die de basis van het bedrijf versterken.”

Ook investeringen die bijdragen aan het rendement zijn te overwegen. Zo hebben zonnepanelen een eigen verdienmodel én dragen bij aan lagere energiekosten. Daarmee beperken ze risico’s voor het totale bedrijf. “Kies iets dat bij het bedrijf maar ook bij jezelf past.”

Investeren in grond

Grond aankopen van het extra melkgeld is ook een optie. Het is qua rendement de meest slechte keuze maar kan voor de langere termijn de slagkracht en vermogenspositie versterken. De noodzaak naar grondgebondenheid hoeft echter niet alleen ingevuld te worden met grond in eigendom. Het is wel belangrijk een goede balans in eigendom en pacht te behouden. Zekerheden rondom continuïteit van het bedrijf zijn bij pacht minder in eigen handen dan bij volledige eigendom.

Van Oijen maakt wel duidelijk verschil in de mate waarin grond wat toevoegt voor het totale bedrijf. “Percelen tegen de eigen huiskavel blijven aantrekkelijk. Een grotere huiskavel is waardeverhogend voor het hele bedrijf en draagt bij aan efficiënter werken.” Verkeerde investeringen kunnen het bedrijf echter flink schade toedienen wat de onderneming jarenlang kan blijven achtervolgen. “Over het algemeen is de verdiencapaciteit relatief laag en tikt dat nog jaren door.”

Auteur

Rene%20Stevens
René Stevens is sinds 2000 freelance redacteur bij Boerderij.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.