Melkvee100Plus
Show article

Een neventak op een groot melkveebedrijf is vaak geen noodzaak. Juist persoonlijke ambities van ondernemer en/of gezinsleden zijn bepalend. Een neventak kan hier bijdragen aan het verminderen van risico’s en een stabieler inkomen.

Verbreding in de landbouw is populair en de melkveehouderij loopt daarin voorop. Uit cijfers van het CBS blijkt dat inmiddels zo’n 40% van de bedrijven een activiteit naast de hoofdtak heeft. Natuur- en landschaps­beheer, huisverkoop, loonwerk, energieproductie en stallingen van goederen of dieren zijn de vijf belangrijkste. Daarna volgen eigen verwerking, boerderij-educatie, zorglandbouw en kinderopvang.

Arjan Monteny, voorzitter van de LTO-vakgroep Multifunctionele landbouw, ziet dat de melkveehouderij in het algemeen een belangrijke sector is binnen de multifunctionele landbouw. “Bedrijven met een open karakter lenen zich er beter voor dan met gesloten stallen. En het is een meer aaibare sector dan bijvoorbeeld de akkerbouw.”

Globaal is onderscheid te maken in nevenactiviteiten die een verlengstuk zijn van de productie, zoals zuivelproducten maken van de melk, het verkopen daarvan en beheer van natuur- en landschap. Daarnaast zijn er activiteiten die wat losser staan van de primaire tak zoals zorg en recreatie & toerisme. Die vragen vaak behoorlijke investeringen.

Een andere categorie zijn de activiteiten die in de persoonlijke aard zitten. Denk daarbij aan een adviesbureau, boerderijeducatie of loonwerk op andere bedrijven doen. Investeringen zijn beperkt maar er is wel sterke persoonlijke inzet vereist.

Dan is er nog een indeling te maken op basis van veel of weinig tot geen mensen op het bedrijf krijgen. De meeste aanloop van burgers is te vinden bij huisverkoop, zorgactiviteiten en recreatie & toerisme. Dat kan extra eisen stellen aan de locatie en de ligging van het bedrijf.

Financiering neventak

Verbreding wordt vaak geassocieerd met ­gezinsbedrijven, soms ook geboren uit noodzaak omdat er te weinig inkomsten uit de melkveehouderij komen. Toch zijn er ook ­legio grote melkveebedrijven die er ‘iets’ naast de koeien bijdoen.

Kijkend naar de verschillen tussen wat kleinere en grotere bedrijven ziet Monteny typisch voor die laatste categorie het mede-­ondernemerschap door broers, partners of kinderen. Opvallend: multifunctionele ondernemers zijn opvallend vaak vrouw. Dat biedt in de basis meer mogelijkheden om iets met neventak te doen. Ook is de bedrijfsvoering vaak nét wat rationeler, wat het gemakkelijker maakt om te organiseren of structuur aan te brengen.

Een ander aspect is de financiering van de neventak. Een professionele neventak opzetten kost serieus geld en banken zijn doorgaans terughoudend in de financiering ervan, zeker als saldo en risico’s niet goed onderbouwd kunnen worden. Dat is een uitdaging voor een gemiddeld bedrijf, maar grote ­bedrijven hebben vaak meer eigen middelen om te investeren of ter ondersteuning van de financiering.

Binnen de vakgroep zijn geen harde cijfers bekend van keuzes die grote of juiste kleinere bedrijven maken. Monteny heeft daar wel wat ideeën bij. “Activiteiten die minder effect hebben op de bedrijfsvoering en goed planbaar zijn, passen op de grote bedrijven vaak het beste. Denk aan energieproductie of groene diensten.” Aan de andere kant van het spectrum zet hij directe verkoop: dat is op het gemiddelde grote bedrijf moeilijker inpasbaar. Maar hij benadrukt dat er ook heel succesvolle grote bedrijven zijn met een heel goede thuisverkoop.

Economische bijdrage

Een neventak moet vooral heel goed passen bij de ondernemer en zijn bedrijf en kan dan een mooie aanvulling zijn op het inkomen. Maar hoe zit het met de terugverdientijden van investeringen en verdiensten tussen de verschillende neventakken? Het lastige is dat er geen standaard saldoberekeningen of benchmarken van neventakken zijn. Dat komt met name door de grote variatie in bedrijfstypen en verschillen in uitvoering. Wageningen Economic Research wil daar wel meer aan gaan doen.

Wel bekend is de economische bijdrage aan het totale bedrijf; die is gemiddeld niet groot. Uit cijfers van Flynth blijkt dat neventakken (overige opbrengsten binnen de ­niet-melkopbrengsten) op bedrijven met zo’n 1 miljoen kilo melk gemiddeld zo’n 1,5 cent per kilo melk bijdragen. Op grotere bedrijven is dat nog wat minder. Op individuele bedrijven zijn de aandelen van de neventak vanzelfsprekend veel groter, met situaties waarbij de neventak in economische zin zeker zo ­belangrijk is als de hoofdtak melkvee.

Klaas de Jong, bedrijfsadviseur bij PPP Agro Advies, heeft een flink aantal grotere melkveeklanten met een neventak. Hij ziet over de boekhoudingen heen dat met name neventakken met zorg, kinderopvang en vakantiehuisjes lucratief kunnen zijn en goed passen bij grote bedrijven. Maar wel een grote kanttekening. “Alles kan renderen als je er passie en tijd insteekt”, dus ook niet-renderen bij gebrek daaraan.

Specifiek voor grote bedrijven noemt hij ook activiteiten om advies en kennisoverdracht tot waarde te brengen passend bij dit soort bedrijven, en vooral het type ondernemer. Ook natuurbeheer kan soms goed tot waarde komen. Juist grote ondernemers denken volgens De Jong in kansen als ze gronden hebben liggen in gebieden waar afwaardering van landbouwgrond naar natuur wordt uitbetaald in harde euro’s. Die worden weer geïnvesteerd in bedrijfsontwikkeling.

Vorm van risicospreiding

Een adviseur die uit ervaring spreekt is Andries Jan de Boer van 3D Agro Advies. Hij heeft zelf een melkveebedrijf met 1,6 miljoen kilo melk en samen met een compagnon een volwaardig adviesbedrijf voor de melkveehouderij. Veel neventakken op grote bedrijven zijn uit ondernemersgeest ontstaan, is zijn ervaring. De Boer ziet dat op grote melkveebedrijven de neventak een mooie plus voor het totale resultaat kan betekenen. “Het is natuurlijk sterk afhankelijk van de verhoudingen tussen hoofdtak en neventak. In het algemeen blijft de melkveehouderij veruit de belangrijkste bron van inkomsten.” Wel ziet hij de neventak als een vorm van risicospreiding en in jaren met een lage melkprijs is de relatieve bijdrage van de neventak een stuk groter.

De Boer ervaart bij zijn klanten dat zo’n beetje alle typen neventakken op grote ­bedrijven kansrijk zijn. “Maar voor een succesvolle neventak is ook een bovengemiddelde ondernemershouding nodig.” Zuivelverwerking en -verkoop is vaak vanuit de historie gegroeid, niet zelden samen met een enthousiaste partner. Hij ziet veel kansen rondom energie, maar ook een professionele zorgtak kan prima passen. “Ik zie één gemene deler op de succesvolle bedrijven: de passie van de ondernemers.” Overigens ervaart De Boer zelf de voordelen van twee takken en de kruisbestuiving ertussen. Dat sluit goed aan bij zijn eigen interesses. “Ik zou wat missen als ik alleen melkvee zou hebben. De kick zit voor mij in het uitdenken en doorrekenen van plannen. Dat doe ik graag voor andere ondernemers. Mijn medewerkers doen juist heel graag het fysieke werk met eigen taakverantwoordelijkheden. Dat past dus heel goed.”

Resultaten onder druk

Een algemeen risico van een neventak is dat door verschuiving van aandacht of arbeidspieken de resultaten in de melkveehouderij onder druk komen. Het hebben van een neventak kan dan geld kosten in plaats van opbrengen. “Het is een bekende valkuil; de dingen maar half doen. De focus moet echt op beide takken blijven liggen.” Dat vraagt om goede vaardigheden op het gebied van plannen, organiseren en delegeren. “Je moet goed overzien waar je mee bezig bent en kunnen schakelen.”

Verder moet in alle gevallen een neventak passen bij de ambities van de ondernemer en de visie op de lange termijn. Als er opvolgers aankomen hebben die een stem in de keuzes die worden gemaakt. Juist op grote bedrijven kan een bestaande structuur met twee grote takken zorgen voor een mooie verdeling tussen ouders en opvolger(s). Beide takken zijn volwaardig voort te zetten of één tak kan worden afgestoten zonder dat het bedrijf omvalt. De Boer: “Dat is de luxe die een groot bedrijf heeft ten opzichte van een kleiner bedrijf. Daar kun je vaak niet zomaar stoppen met de neventak.”

Denk ook hieraan bij een neventak

* Controleer of de ideeën voor de neventak passen binnen het bestemmingsplan. Neem een ruimtelijke adviseur in de hand die bekend is met de gemeente.
* Overleg tijdig met buren als de neventak meer verkeer of andere vormen van overlast kan geven. Neem ook maatregelen dat mensen ordelijk kunnen parkeren.
* Betrek de adviseur van het accountantskantoor bij de plannen. Het kan handig zijn om te schakelen naar een andere bedrijfsstructuur met aparte bv’s. Bij verhuur van grond voor energieproductie kan de landbouwvrijstelling wegvallen.
* Besef dat de neventak ook gevolgen kan hebben voor huidige medewerkers of dat een ander type personeel nodig is. Dat moet wel goed passen.
* Probeer investeringen flexibel te maken zodat ze ook voor andere doeleinden geschikt zijn. Dat is ook goed voor het behoud van de waarde.

‘Meer rendement op geïnvesteerd vermogen’

Met 175 melkkoeien hadden Willeke Peek-de Boer en haar man Robert niet te klagen over werk. Toch opende de onderneemster afgelopen najaar op hun bedrijf in Wilnis (U.) een luxe vergaderaccommodatie ‘Milk and Meeting’ met diverse arrangementen. Ze richt zicht op het hogere segment dat wil betalen voor hoge kwaliteit, service en exclusiviteit.
Aan de basis liggen de plannen uit 2018 voor een nieuwe melkveestal. Een lang gekoesterde wens voor het creëren van een bijeenkomstruimte werd in de bouwplannen meegenomen. “Door aanschaf van drie melkrobots en andere arbeidsverlichting kwam arbeid vrij om de bijeenkomstruimte professioneel te exploiteren als goede tweede tak onder het bedrijf.”
Deze neventak past bij de locatie in het stedelijke gebied in de driehoek Schiphol, Amsterdam en Utrecht, en bij de ondernemers zelf. “Het is een nobel streven om aan mijn gasten uit binnen- en buitenland op een vrijblijvende manier iets van de Nederlandse melkveehouderij te laten zien. Mijn clientèle bekleedt gemiddeld wat hogere en soms ook invloedrijke posities. Dat levert soms interessante gesprekken op.”
Peek schat de investering op zo’n 3 ton. Een fors bedrag. “Als je geld wil verdienen, moet je groot durven denken. De kost gaat voor de baat.” Bij een openstelling van maximaal drie dagen per week moet een omzet van circa € 75.000 per jaar haalbaar zijn. De inschatting is dat het investeringsbedrag binnen zes jaar is terugverdiend. “Het rendement op het geïnvesteerd vermogen is hoger dan bij de melkveehouderij”. Ze merkt wel op juist de combinatie met het melkveebedrijf de kracht is van het succes van de vergaderlocatie. Naast financiële risicospreiding gaan ze met de extra inkomsten ook extra aflossen op de bedrijfsfinanciering.
De ontwikkeling en exploitatie van een neventak kost ontzettend veel tijd, energie en doorzettingsvermogen. Dat dit behalve extra inkomen ook uitdaging en plezier moet opleveren, staat volgens haar buiten kijf.

‘Niet aan beginnen als je het voor het geld doet’

Het bedrijf van familie Dreessen in Koudekerke (Z.) omvat niet alleen zo’n 400 melkkoeien, maar ook een waaier aan neventakken: een zorgboerderij, kaasmakerij, boerderijwinkel, camping met 25 plaatsen en ook nog agrarisch natuurbeheer en energieproductie via zonnepanelen. Het is een groot contrast met hoe ze ooit begonnen. Peter: “We hebben destijds zelf een bedrijf gekocht van 50 melkkoeien.” Om contacten met burgers te krijgen is toen een minicamping gestart. Dat liep goed en het geld dat binnenkwam is geïnvesteerd in een kaasmakerij. Zo is het balletje gaan rollen tot de huidige aantallen.
Ook na een bedrijfsverplaatsing naar een landgoed gingen de takken mee, groeiden door en kwam er een zorgtak bij met inmiddels zo’n 35 plaatsen. Hij wil minderbedeelden ook van de mooie omgeving laten genieten. Het graag met mensen werken en iets voor anderen doen is nog steeds zijn drijfveer. “Als je het voor het geld doet, kun je er beter niet aan beginnen.”
Inmiddels heeft het bedrijf zo’n omvang dat het melkvee eigenlijk niet nodig is, of toch in ieder geval niet zo groot. Toch peinst hij er niet over om koeien weg te doen. “Ik wil ook daarin ondernemen en uitdaging blijven zoeken.” Het is veel werk, zeker omdat hij zelf ook nog de koeien melkt. “Maar het management van het melkveebedrijf kan op de achterkant van een sigarendoos. Dat van de zorgtak is een groot boekwerk.” Belangrijk is wel dat alles stabiel en probleemloos loopt. “We zouden harder kunnen melken, maar dat doen we bewust niet.” Opvallend is dat de meeste mechanisatie in eigen hand is, juist omdat hij niet afhankelijk wil zijn van de planning van de loonwerker.
De tak met het grootste rendement is de zorg. Maar daar hoort wel nuancering bij; hij rekent dan geen kosten voor huur of eigen werk. “Op deze wijze kunnen we kwalitatief hoogwaardigere zorg bieden voor kleinere groepen waarbij ontwikkeling van deelnemers centraal staat.”

Auteur

Rene%20Stevens
René Stevens is sinds 2000 freelance redacteur bij Boerderij.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.