Melkvee100Plus
Show article

Ondanks hogere uitgaven in 2020 bleef de kritieke melkprijs nagenoeg gelijk. Door een lagere melkprijs is de gemiddelde marge sinds vijf jaar weer negatief. Grote bedrijven realiseren een hogere bruto geldstroom.

Het jaar 2020 is alweer even voorbij en accountantskantoren beginnen een aardig beeld te krijgen hoe de sector het dat jaar heeft gedaan. Ook Flynth heeft inmiddels de voorlopige cijfers berekend. De belangrijkste resultaten staan in de tabellen en grafieken op deze pagina’s.

Het gemiddelde bedrijf telde vorig jaar bijna 110 melk- en kalfkoeien en produceerde ruim 1 miljoen kilo melk (zie kader Bijna 110 koeien). Beide getallen laten een kleine toename zien, waarmee na de verstoorde jaren 2017 en 2018 voor het tweede jaar sprake is van gestage groei in aantallen en productie.

Op saldo per koe-niveau valt op dat de totale opbrengsten zo’n € 150 per koe lager liggen dan in 2019. De belangrijkste reden is de lagere melkprijs van € 36,55 tegenover € 38,59 in 2019. Deze prijs is ook lager dan het vijfjarig gemiddelde. Ook de post omzet en aanwas valt in 2020 lager uit.

Naast lagere opbrengsten hebben veehouders op (bijna) alle fronten met oplopende kosten te maken. Voerkosten liggen circa € 100 per koe hoger en in mindere mate stegen ook de veekosten. Er resteert dan een saldo melkvee van € 1.905; een daling van exact € 300 ten opzichte van 2019. Per hectare namen de bewerkingskosten toe met € 45 naar € 1.467 per hectare.

Kritieke melkprijs lager

Door de hogere melkproductie is de kostenstijging per kilo melk wat minder hoog. Dat is te zien in de opbouw van de kritieke melkprijs (zie tabel Kritieke melkprijs fradtie omlaag). De kosten voor voer, vee en overige toegerekende kosten liggen ook dan hoger; zelfs het hoogste over het afgelopen vijf jaar. Ook de niet-toegerekende kosten zijn gestegen, maar minder fors. Dat de totale kritieke melkprijs per 100 kilo een fractie lager ligt dan in 2019 is met name te danken aan de lagere rente en ­lagere privé-onttrekkingen. Daardoor liggen de totale uitgaven met € 43,72 op een iets ­lager niveau dan het jaar ervoor.

Bij de overige uitgaven en inkomsten valt op dat de omzet en aanwas met € 2,12 per 100 kilo het laagste niveau heeft van de afgelopen jaren. Met name de fors lagere opbrengstprijs van koeien is daar debet aan. De overige saldo’s en bedrijfsopbrengsten liggen juist een fractie hoger. Onder de streep resulteert een kritieke melkprijs van € 37,49 per 100 kilo melk; dat is € 0,13 minder dan het jaar ervoor maar bijna € 1 meer dan het vijfjarig gemiddelde. Doordat de melkprijs bijna € 2 lager ligt dan in 2019 is de marge voor het eerst sinds 2016 negatief, namelijk –€ 0,94. Ook de reserveringscapaciteit ligt met € 5,78 op het laagste niveau sinds 2016.

Melkprijs klein bedrijf

Flynth analyseerde de verschillen in bedrijfs­resultaten over 2020 bij verschillende bedrijfsomvang (zie tabel Hogere bruto geldstroom op groot bedrijf). Door een andere bronselectie zijn de cijfers niet op een-op-een met de algemene resultaten van 2020 te vergelijken.

De gemiddelde melkproductie lag op 9.100 kilo per koe. Bedrijven tot 100 melkkoeien realiseerden een gemiddelde productie van 8.841 kilo per koe. In de groepen met meer dan 100 koeien, lag de gemiddelde melkproductie op ruim 9.300 kilo per koe.

Hoe groter de bedrijfsomvang, hoe lager de gemiddeld gerealiseerde melkprijs in de groep. Oorzaak zijn de lagere gehaltes in de melk en relatief minder weidetoeslag op de grote(re) bedrijven. Kleinere bedrijven realiseren naast de hogere melkprijs ook iets meer overige bedrijfsopbrengsten per kilo melk. In combinatie met goede vet- en eiwitgehalten weten bedrijven tot 100 melkkoeien de hoogste melkprijs te realiseren. De totale ontvangsten zijn op deze bedrijven € 39,25 tegenover € 37,76 bij de grootste bedrijven.

‘Saldo door vakmanschap’

Wat betreft de uitgaven voeren grote bedrijven relatief meer natte bijproducten en kopen meer ruwvoer aan. Voerkosten liggen op een wat hoger niveau. Op de kleinere bedrijven worden per kilo melk meer kosten gemaakt voor diergezondheid en fokkerij. Het verschil in veekosten tussen kleinere en grotere bedrijven bedraagt zo’n € 0,75 cent per 100 kilo melk.

De hogere melkprijs op de kleinere bedrijven zorgt ondanks meer veekosten toch voor hogere saldo’s per kilo melk. Volgens Hans Scholte, sectorleider melkveehouderij bij Flynth, wederom het bewijs dat kleinere bedrijven een goed saldo kunnen behalen. “Met name door goed vakmanschap van de melkveehouders.”

Tegelijkertijd blijven bedrijven tot 100 koeien achter in brutomarge en ruimte voor privé-uitgaven, aflossing en reservering. Bedrijven tot 100 koeien realiseerden over 2020 een bruto geldstroom rond de € 10 per 100 kilo melk; grotere bedrijven halen zo’n € 2 extra. De oorzaak ligt met name bij relatief lagere kosten voor gebouwen, voor mechanisatie met loonwerk en lagere algemene kosten. Zo realiseren bedrijven tot 100 melkkoeien een kostenniveau van € 5,62 per 100 melk voor loonwerk + mechanisatiekosten, terwijl de grootste bedrijven hier met € 4,75 in het voordeel zijn.

Op grotere bedrijven blijken ook goede technische resultaten te kunnen worden behaald, dus geen schaalnadelen. Deze factoren leveren de grotere bedrijven een voorsprong en maken volgens Scholte het verschil.

Bijdrage aan rendement

Op basis van de opbouw van alle cijfers van 2020 adviseert Scholte goed te kijken naar effecten van bedrijfsaanpassingen in relatie tot de kritieke opbrengstprijs van de melk. Bijvoorbeeld om het effect van extra krachtvoer goed te doorgronden.

Bij investeringen is het belangrijk om het ­effect te plaatsen naast het rendement en de terugverdientijd. “Investeren in bedrijfsomvang is vandaag een dure en soms ook ingewikkelde opgave. Daarom is het nog belangrijker om voor de eigen situatie na te gaan of de ondernemer het écht wil en welke bijdrage de uitbreidingsinvesteringen leveren aan het rendement. Daarmee zijn risico’s te beperken.”
De lage rente zorgt voor lagere lasten en het is volgens Scholte slim om deze ruimte te benutten voor aflossingen.

De verschillen tussen individuele bedrijven zijn ook nu weer groot. Scholte benadrukt dat de gemiddelde trend slechts een algemeen beeld geeft. “Van belang is om na te gaan hoe de ontwikkeling op het eigen bedrijf is en welke marge en buffercapaciteit aanwezig zijn.”

Bijna 110 koeien

Het gemiddelde melkveebedrijf in de Flynth-administratie telt in 2020 bijna 110 melkkoeien en 52 stuks jongvee. Het bedrijf produceert ruim 1 miljoen kilo melk. Het gemiddelde bedrijf heeft 55,5 hectare grond waarvan 8,5 hectare snijmais. De melkproductie per koe is 9.074 kilo melk met 4,52% vet en 3,61% eiwit.
Na enkele jaren impact van fosfaatreductie ligt het aantal koeien op de Flynth-bedrijven twee koeien boven het niveau van 2017. De totale melkproductie is nooit gedaald en steeg van 915.000 kilo in 2017 naar de ruime miljoen in 2020. Ook de gehaltes zijn in de jaren gestaag gestegen. Het areaal grond steeg met gemiddeld 4 hectare terwijl de jongveebezetting afnam van 6,4 naar 5,0 stuks jongvee per 10 koeien.

Auteur

Rene%20Stevens
René Stevens is sinds 2000 freelance redacteur bij Boerderij.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.