Melkvee100Plus
Show article

Een Holsteinveestapel van 200 koeien vervangen door 240 Jerseys kan jaarlijks € 134.120 extra opleveren. Dat becijferde Koole & Liebregts. Omschakelen betekent meer koeien, een hogere voerefficiëntie en meer melkvet en -eiwit. Dat biedt extra rendement, zowel op een intensief als een extensief bedrijf.

Het aantal Jersey-melkers in Nederland ligt tussen 55 en 100. Groei is mogelijk, want (volledige) omschakeling van Holsteinkoeien naar Jerseys kan financieel aantrekkelijk zijn. Dat blijkt uit een rekenmodel van fokkerij-organisatie Koole & Liebregts (zie tabel Berekening extra saldo).

Voor Jerseys zijn minder fosfaatrechten nodig en dat betekent meer koeien houden op hetzelfde bedrijf. Jerseys zetten voer effi­ciënter om in melk (+15%) en hebben meer vet en eiwit in de melk. Volgens het reken­model is het vetpercentage 46% hoger en het eiwitpercentage 17%. Dat levert per kilo fosfaat meer kilo’s vet en eiwit op en dat is extra rendement.

Walter Liebregts schat dat 25% van de veehouders, die interesse heeft om Jerseys te melken, in één keer omschakelt. 75% kiest voor een geleidelijke omschakeling. CRV ziet ook kansen voor inkruisen met of omschakelen naar Jerseys. “Het kopen van zuivere Jerseys kost ongeveer € 1.400 tot € 1.500 per dier”, zegt Liebregts. Volgens Henk Lutke Willink van CRV is dat eerder € 1.800 tot € 2.000. In één keer vervangen van de veestapel is voor grote melkveebedrijven dan ook een forse investering. “Geleidelijk overschakelen is gunstiger voor de cashflow, maar het duurt wel langer voordat je de voordelen van Jersey melken kunt verzilveren”, zegt Liebregts.

Vervanging van 200 Holsteins door 240 Jerseys ineens kan jaarlijks € 134.120 extra opleveren. “Ons model laat zien wat er financieel mogelijk is bij omschakeling als de Jerseys op hun maximale productie zijn gekomen. Dat duurt meestal enkele jaren. Steek je 40 nieuwe Jersey-vaarzen in, dan levert dat na enkele jaren 40/240 x € 134.120 ofwel een extra saldo van € 22.353 per jaar.”

Hogere opbrengsten

De melkopbrengst van 240 Jerseys is gemiddeld 21% hoger dan die van 200 Holsteins. De productie van de Jerseys is met 8.200 kilo melk per jaar lager dan die van Holsteins met 10.300 kilo melk per jaar. Maar het vet- en eiwitpercentage van Jerseys is veel hoger dan van Holsteins. Holsteins produceren gemiddeld 4,25% vet en 3,45% eiwit, Jerseys gemiddeld 6,20% vet en 4,05% eiwit. “De totale hoeveelheid geleverde kilogrammen vet en eiwit is met 240 Jerseys 28% hoger dan met 200 Holsteins. Dat levert op jaarbasis al € 145.307 extra melkgeld op”, becijferde Liebregts.

Lutke Willink van CRV vindt de prognose van 8.200 kilo melk met 6,20% vet en 4,05% eiwit voor Jerseys wel erg ambitieus. “Volgens de CRV-jaarstatistieken van Jersey-veestapels met minimaal 75% Jersey, is de gemiddelde melkproductie 6.911 kilo melk met 5,87% vet en 4,20% eiwit. De Nederlandse hoogste mpr-bedrijven halen producties van tot bijna 15.000 kilo melk. De hoogste mpr-resultaten van Jersey-melkers halen 7.400 kilo melk”, zegt Lutke Willink.

Liebregts plaatst daarbij de kanttekening dat de gemiddelde productie van Jerseys in Nederland lager ligt dan wat haalbaar is. “Er zijn relatief veel biologische bedrijven met Jerseys, die minder melk per koe produceren. De niet-biologische toppers halen met Jerseys wel 8.500 kilo met 6,15% vet en 4,20% ­eiwit. In onze berekeningen zijn we uitgegaan van wat maximaal haalbaar is en niet van gemiddelden”, zeg Liebregts. Voor een eerlijke vergelijking moet je volgens Lutke Willink in het rekenmodel uitgaan van de maximale melkgift bij Holsteins. “Dus 14.843 kilo melk per koe per jaar in plaats van 10.300 kilo. Het Jersey-ras heeft zeker voordelen, maar je moet geen appels met peren vergelijken.”

Gerard Scheepens van KI Samen vindt een saldovoordeel van 37% wel extreem. “Als je met Jerseys werkelijk € 134.120 per jaar extra verdient, zouden veehouders wel gek zijn om niet direct naar Jerseys om te schakelen. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen”, zegt Scheepens, die pleit om van gemiddelden uit te gaan. “Het gemiddelde van Deense Holsteins kwam in 2014-’15 uit op 10.522 kilo met 4,00% vet en 3,39% eiwit en voor Jerseys op 7.376 kilo met 5,87% vet en 4,14% eiwit. Met vergelijking van deze gemiddelden krijg je een realistischer beeld van de werkelijkheid”, meent Scheepens. “Wageningen zou onafhankelijk, wetenschappelijk onderzoek moeten doen naar het rendement van het melken van Jerseys. Ook al vanwege het milieuvoordeel, omdat Jerseys minder­uitstoot van ammoniak en broeigassen geven dan Holsteins.”

Minder vervanging

Jerseys vallen weinig uit vanwege klauwgezondheid, want ze hebben harde klauwen. Liebregts en Scheepens zien dat ook de vruchtbaarheid en levensduur van Jerseys beter is dan van Holsteins. Waarschijnlijk hangt dat samen met het hoge productie­niveau van Holsteins. “Hoogproductieve Holsteins laten meer problemen met de vruchtbaarheid zien. De oorzaak is de sterke selectie op melkproductie en dat heeft een negatieve correlatie met vruchtbaarheid”, zegt Liebregts. In de berekening van K&L is de tussenkalftijd van Jerseys 6% lager dan van Holsteins en de afkalfleeftijd van de vaarzen 4% lager. Jerseys gaan 200 dagen langer mee dan Holsteins, blijkt uit het model. Minder uitval en een langere levensduur verlaagt de vervanging van een Jersey-veestapel.

Lutke Willink betwijfelt of Jerseys langer meegaan. “Onder extensieve omstandig­heden en lage productieniveaus, waarbij minder wordt gevraagd van het dier, gaat die vlieger waarschijnlijk wel op. Maar bij hogere producties is dit net als bij Holstein niet realistisch.” Liebregts ziet in de praktijk dat Jerseys een hogere productieve leeftijd halen, waardoor minder jongvee nodig is. “Als je rekent met zuivere fokwaarden van Jerseys is de ­levensduur en het aanhoudingspercentage hoger dan die van Holsteins”, zegt Liebregts. Minder jongvee bespaart opfok- en voerkosten en het scheelt fosfaatrechten.

Opbrengsten en kosten

Aan de opbrengstenkant levert de 21% hogere melkopbrengst van 240 Jerseys in vergelijking met 200 Holsteins absoluut gezien de meeste extra euro’s in het laatje. Het verschil is € 145.307. De omzet en aanwas levert bij Jerseys € 20.387 minder op, vooral vanwege de lagere slachtwaarde van de afgevoerde koeien. Omdat Jerseys minder voer nodig hebben, kan de veehouder in het rekenvoorbeeld ruwvoer verkopen en dat levert € 4.812 op. Aan de kostenkant hebben Jerseys vanwege de hoge voerefficiëntie 6% minder voerkosten (de grootste kostenpost) en 6% minder mestafzetkosten. Een lager vervangingspercentage betekent ook 10% minder opfokkosten.

De diergezondheidskosten van Jerseys zijn wel 32% hoger. “De lichte Jersey-kalveren zijn wat zwakker en worden vaker behandeld. Daarnaast is het risico op slepende melkziekte bij Jersey groter dan bij Holstein”, verklaart Liebregts het verschil. De inseminatiekosten van Jersey liggen 39% hoger vanwege het toepassen van gesekst sperma. Netto is de opbrengst van 240 Jerseys 17% hoger en de netto kosten 1% lager dan van 200 Holsteins. Doorgerekend in het saldo is het verschil € 134.120 per jaar.

Op intensieve bedrijven is het financiële voordeel van omschakelen naar Jerseys het grootst. “Als je veel voer moet aankopen en veel mest moet afvoeren, kunnen Jerseys een hoger saldo opleveren. Hetzelfde geldt als je eigen ruwvoer efficiënter wilt benutten. Maar het is niet zo zwart-wit zoals geschetst”, vindt Lutke Willink.

Scheepens waarschuwt veehouders om zich niet te verkijken op het management van Jerseys. “Jerseys hebben veel aandacht nodig en je moet goed letten op een andere voedingsbehoefte van Jerseys. Zeker rondom het afkalven om melkziekte, waarvoor Jerseys ­gevoeliger zijn, te voorkomen. En denk vooral niet dat je minder werk hebt met Jerseys, want het vraagt net zoveel arbeid als het melken van Holsteins.”

Van Holstein naar Jersey omschakelen kan 23% tot 40% extra saldo opleveren

Een Holsteinveestapel van 150 koeien vervangen door 180 Jerseys kan jaarlijks € 59.971 opleveren op een extensief bedrijf en € 114.955 extra saldo op een intensief melkveebedrijf.

Vervanging van 150 Holsteins door 180 Jerseys ineens kan volgens Koole & Liebregts jaarlijks € 59.971 extra saldo opleveren. “Dat geldt voor een extensief bedrijf met 101 hectare grond. Als we het doorrekenen voor een intensief bedrijf met 53 hectare grond is het jaarlijkse saldovoordeel met € 114.955 extra per jaar nog veel groter. Ons model laat zien wat er financieel mogelijk is bij omschakeling als de Jerseys op hun maximale productie zijn gekomen. Dat duurt meestal enkele jaren. Steek je bijvoorbeeld 40 nieuwe Jersey-vaarzen in. Dan levert dat na enkele jaren 40/180 x € 59.971 ofwel een extra saldo op van € 22.353 per jaar op een extensief bedrijf. Op een intensief bedrijf is dat dan 40/180 x € 114.955 ofwel een extra saldo van € 25.546 per jaar.”

Vergelijking extensief bedrijf
In de vergelijking op een extensief bedrijf is Liebregts uitgegaan van een melkproductie van 8.600 kilo bij Holsteins en 6.800 kilo melk bij Jerseys. De melkopbrengst van 180 Jerseys is gemiddeld 17% hoger dan die van 150 Holsteins melken. De productie van de Jerseys is 21% lager dan die van Holsteins. Maar het vet- en ­eiwitpercentage van Jerseys is veel hoger dan van Holsteins. Holsteins produceren gemiddeld 4,52% vet en 3,65% eiwit, Jerseys gemiddeld 6,20% vet en 4,25% eiwit. “De totale hoeveelheid geleverde kilogrammen vet en eiwit is met 180 Jerseys 22% hoger dan met 150 Holsteins. Dat levert op jaarbasis al 17% meer melkgeld op ofwel € 77.930 extra melkgeld”, becijferde Liebregts.
Omdat de omzet en aanwas bij Jerseys 42% lager is dan bij Holsteins is het verschil in totale opbrengst tussen Jerseys en Holsteins lager (+10%). 180 Jerseys melken levert in dit geval € 59.815 per jaar extra op. Aan de kostenkant zijn de totale kosten bij 150 Holsteins in vergelijking met 180 Jerseys nagenoeg gelijk. De Jersey-melkers hebben € 3.085 minder voerkosten (-5%) en € 3.100 lagere opfokkosten (-9%). De diergezondheidskosten zijn bij Jerseys € 4.396 hoger (+31%) en de inseminatiekosten € 2.155 hoger (+49%).
Samengevat levert het melken van 180 Jerseys op een extensief bedrijf een saldovoordeel van 23% op ten opzichte van het melken van 150 Holsteins en dat is € 59.971 extra per jaar. Dat is vooral te danken aan de extra geleverde kilogrammen vet en eiwit.

Vergelijking intensief bedrijf
In de vergelijking op een intensief bedrijf is Liebregts uitgegaan van een melkproductie van 11.000 kilo bij Holsteins en 8.800 kilo melk bij Jerseys. De melkopbrengst van 180 Jerseys is gemiddeld 21% hoger dan die van 150 Holsteins melken. De productie van de Jerseys is 20% lager dan die van Holsteins. Maar het vet- en ­eiwitpercentage van Jerseys is veel hoger dan van Holsteins.
Holsteins produceren gemiddeld 4,25% vet en 3,45% eiwit, Jerseys gemiddeld 6,20% vet en 4,05% eiwit. “De totale hoeveelheid geleverde kilogrammen vet en eiwit is met 180 Jerseys 28% hoger dan met 150 Holsteins. Dat levert op jaarbasis al 21% meer melkgeld op ofwel € 123.879 extra melkgeld”, becijferde Liebregts.
Omdat de omzet en aanwas bij Jerseys 41% lager is dan bij Holsteins is het verschil in totale opbrengst tussen Jerseys en Holsteins lager (+17%). 180 Jerseys melken levert in dit geval € 102.524 per jaar extra op. Aan de kostenkant zijn de totale kosten van 180 Jerseys melken 4% lager dan bij 150 Holsteins. De Jersey-melkers hebben € 14.966 minder voerkosten (-14%), € 3.853 lagere opfokkosten (-10%) en 1.665 lagere mestafzetkosten (-6%). De diergezondheidskosten zijn bij Jerseys € 5.808 hoger (+32%) en de inseminatiekosten € 1.998 hoger (+37%).
Samengevat levert het melken van 180 Jerseys op een intensief bedrijf een saldovoordeel van 40% op ten opzichte van het melken van 150 Holsteins en dat is € 114.955 extra per jaar. Dat is te danken aan de extra geleverde kilogrammen vet en eiwit, maar ook aan 4% lagere kosten, onder andere door minder mestafzetkosten.

‘Met Jerseys meer vet en eiwit met 30% minder voer’

Bedrijfsleider Pieter de Vries is enthousiast over het extra saldo van Jerseys in vergelijking met Holsteinkoeien. “Samen met Jan Willem Elsenga zijn we in 2013 begonnen met melkvee op 1 hectare grond”, vertelt De Vries. “We molken Holsteinkoeien en vanaf 2014 ook 30 zuivere Jerseys, die in een apart gedeelte van de stal stonden. Omdat ons bedrijf heel intensief is, werken we met het Kempensysteem. We voeren veel brok met voldoende droge kuil en onbeperkt hooi. We hielden de opname van krachtvoer en hooi of graskuil per ras goed bij. Hieruit bleek dat de Jerseys met 30% minder voer 29 kilo meer vet en eiwit per dier produceren dan Holsteins.”
Om het Flevolandse bedrijf al het voer moet aankopen en de mest moet afzetten, is het melken van Jerseys interessant. “Dit ras heeft een 30% hogere voerefficiëntie, waardoor er een derde minder voer nodig is dan bij het melken van Holsteins. Minder voer betekent ook een derde minder mestafzet en dat scheelt flink in de kosten.”
De Holsteins produceerden 10.000 kg melk met 4,0% vet en 3,5% eiwit. Het bedrijf melkt nu 100 zuivere Jerseys met een 305 dagenproductie van 7.999 kg melk met 5,99% vet en 4,26% eiwit. De 25 HF-Jersey kruislingen produceren 8.910 kilo melk met 5,26% vet en 4,06 eiwit. “Binnen de fosfaatruimte molken we 90 HF-koeien, nu zijn dat 23 koeien meer met 819 kilo vet en eiwit. Dat levert elk jaar 18.837 kilo (23×819) extra eiwit en vet op ofwel een extra voersaldo van € 75.692. Als je Jerseys hard voert, geven ze meer melk. Net als Holsteins, maar Jerseys houden de hogere gehaltes er beter bij.”
Omdat Jersey-stierkalfjes niets opbrengen, gebruikt De Vries gesekst sperma. Hij houdt alle vaarskalveren van zijn Jerseys aan. Met eigen Jersey-opfok en -aankoop heeft het bedrijf geleidelijk de Holsteinveestapel vervangen door Jerseys.

Eén reactie

  • je@simherd.com 11 nov 10:27
    Interessant artikel en het is helemaal juist, dat het Jersey ras veel potentie heeft. Hier in DK helpen we ook veel boeren met "het vervangen van het ras". Echter, de melkproductie voor de Jersey-koe ligt te hoog in deze berekening. Als je het omrekent naar Energy Corrected Milk zou de Holstein 10647 kg ECM geven en de Jersey 10800. Dat is 1.5% meer voor de Jersey. We zien hier in Denemarken, dat de Deense Jersey ongeveer 8% minder ECM geeft dan de Holstein. In deze deense vergelijking gaat het voor beide rassen over conventionele (niet biologische) bedrijven, dus we vergelijken hier appels met appels. Jehan Ettema, SimHerd BV, Tjele Denemarken.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.