Melkvee100Plus
Show article

De kostprijs van eigen geteeld ruwvoer is divers, blijkt uit cijfers van Flynth. Dat zit vooral in de bewerkingskosten. In de meeste gevallen is eigen ruwvoer goedkoper dan aankoop maar op intensieve bedrijven stijgen kosten snel.

De teelt van eigen ruwvoer is onlosmakelijk verbonden aan melkveebedrijven, ongeacht de omvang of de structuur van een bedrijf. Het is echter lastig om de exacte kosten te bepalen aangezien een deel van de kosten ook voor andere werkzaamheden worden gemaakt. Bovendien is de kostenpost grond altijd lastig om mee te nemen, zeker bij grond in eigendom.

Om meer inzicht in de materie te krijgen zijn Hans Scholte en Rinus Wientjens, respectievelijk sectorleider en adviseur melkveehouderij bij Flynth, in de cijfers gedoken. Ze maken daarbij gebruik van het eigen klantensysteem dat technische en economische ­gegevens bevat en koppeling met de KringloopWijzer voor informatie over grondgebruik en voeropbrengsten. De gegevens zijn afkomstig uit het jaar 2017 omdat ze vorig jaar wat vertekend zijn als gevolg van de droogte.

Scholte benadrukt nog eens het belang van inzicht in de ruwvoerkosten. “Het gemiddelde bedrijf heeft afgerond ruim € 65.000 aan kosten die samenhangen met de teelt van ruwvoer. Dit is bijna 20% van de totale bedrijfskosten. In combinatie met de voer­kosten gaat het dan om bijna de helft van de totale exploitatiekosten. Dus een relatief ­belangrijke post in de totale kosten, waar de melkveehouder via allerlei bedrijfsbeslissingen en keuzes behoorlijke invloed op heeft.”

De bedrijven uit de database hebben een gemiddelde omvang 104 koeien en 52,8 hectare cultuurgrond. Daarvan is 45,4 hectare grasland, 7,0 hectare snijmais en 0,4 hectare overige gewassen. De variatie is echter groot: van 16 tot 682 koeien en van 8 tot 254 hectare voedergewassen. Ook de verschillen in productie per hectare zijn groot: van 4.500 kilo tot 46.400 kilo melk.

Kosten per hectare

Op basis van de cijfers heeft Scholte eerst de gemiddelde kosten per hectare bepaald. Dit staat in de eerste tabel. Hiervoor is een aantal aannames ­gedaan, zoals dat 80% van de loonwerkkosten voor landwerk is. Verder is twee derde deel van de mechanisatiekosten toe te rekenen aan de teelt. Beide zijn afgeleid van praktijkbedrijven en schattingen van adviseurs. Onder de streep bedragen de kosten gemiddeld € 1.239 per hectare geteeld ruwvoer.

In de tabel Grote variatie in kosten ruwvoer zijn de bedrijfskenmerken en kosten rondom de ruwvoerteelt per intensiteit op een rij ­gezet. Het gaat om de opbrengsten aan gras in mais in kilo droge stof per hectare. De verschillen tussen bedrijven zijn groot: bij gras is de variatie 4.745 kilo tot 20.070 kilo droge stof per hectare. Uit de tabel blijkt dat de ­opbrengsten aan droge stof toenemen naarmate de bedrijven intensiever zijn.

Echter, ook de kosten nemen toe bij meer melk per hectare. Bewerkingskosten zijn alle kosten ‘die met het werk te maken hebben’; dus de kosten en uitgaven voor machines, ­betaalde arbeid en loonwerk. Teeltkosten hebben betrekking op uitgaven voor onder zaaizaad en gewasbescherming.

Gemiddeld zijn de totale kosten voor teelt en bewerking bij elkaar afgerond € 65.000; dat is 11,3 cent per kilo droge stof. De variatie is hier echter ook groot: op bedrijven met de minste kilo’s melk per hectare bedragen ze € 47.301 wat een kostprijs per kilo droge stof geeft van bijna 10 cent. Op de meest intensieve bedrijven is het totaalbedrag € 103.052. Ondanks de hogere opbrengsten per hectare neemt de prijs per kilo droge stof toe tot bijna 14 cent. Als alleen met gras wordt gerekend (onderste deel van de tabel) is het verschil nog groter.

Telen kan goedkoper

Afgezien van de absolute hoogte van de kosten voor eigen geteeld ruwvoer is de vraag of het kan concurreren met de markt. Daarvoor is een snelle berekening gemaakt: de kosten van aangekochte snijmais bedragen bij € 50 per ton en 32% droge stof 15,6 cent per kilo droge stof. Bij € 60 per ton is dat 18,8 cent. De aankoopkosten van gras (op stam) bedragen volgens KWIN bewerkt met eigen mechanisatie € 558 per hectare; dat is 17,4 cent per kilo droge stof.

Een conclusie is dus dat teelt van eigen ruwvoeders per kilo droge stof goedkoper is of hooguit even duur als aankoop. Dan is het bijkomende voordeel van de mestplaatsingruimte nog niet meegenomen. Zeker zo ­belangrijk noemt Scholte de grote verschillen. “De analyse bevestigt het idee van de zeer grote variatie tussen bedrijven in de totale kosten voor het maken van eigen ruwvoer.” Hij vindt het belangrijk dat bedrijven bewust nadenken over hun beste ruwvoerstrategie.

Scholte noemt het opvallend dat de oorzaak van de verschillen maar beperkt worden gemaakt bij de kosten voor de teelt (bemesting, zaaizaad, gewasbescherming), maar vooral te herleiden zijn naar verschillen bij de bewerkingskosten, en meer specifiek de kosten voor machines en werktuigen. Deze liggen op de intensieve grote bedrijven hoog maar deze kunnen het wel betalen; het verschil in saldo per bedrijf tussen de twee uiterste groepen is circa € 227.000; het verschil in teelt- en bewerkingskosten is aanzienlijk kleiner. Het geeft wel aan dat er volop besparingsmogelijkheden zijn.

Grond maakt duur

Op basis van teelt- en bewerkingskosten kan teelt van eigen ruwvoer voor een deel van de bedrijven goed concurreren met aangekocht voer. Dan zijn er echter geen kosten geteld voor de grond. Denk aan pacht van gehuurde grond, erfpachtscanon in geval van grond in erfpacht, of rente- en aflossingsverplichtingen bij grond in eigendom en waterschapslasten. Deze laatste bedragen omgerekend 1tot 2 cent per kilo droge stof en zijn in de berekening in de tabel Grond maakt ruwvoer snel duur buiten beschouwing gelaten. De berekening is op basis van de gemiddelde grasopbrengst van 10.943 kilo droge stof per hectare. Voor de bewerkingskosten is 10,3 cent per kilo droge stof geteld.

Met deze kosten erbij wordt het plaatje toch wat anders. Bij een huurprijs van € 1.000 zijn de totale kosten 19,4 cent per kilo droge stof; bij € 1.500 huur stijgen de kosten naar
24 cent. Bij eigen grond stijgen de kosten explosief: van 19,1 cent bij een grondprijs van € 20.000 per hectare tot 36,6 cent per kilo bij een prijs van € 60.000. Daar hoort de nuancering bij dat grond ook andere voordelen heeft zoals mestafzet en bijdraagt aan de waardeontwikkeling van een bedrijf. Bovendien is vaak een groot deel van de grond voor een lagere prijs verworven. Desalniettemin vindt Scholte het goed om te beseffen dat dure grond de productie van ruwvoer ook duur maakt.

Inzicht in de vraag wat er gebeurt als het aandeel eigen mechanisatie ten opzichte van loonwerk verandert, geven deze cijfers niet. Toch is er volgens Scholte wel iets over te zeggen: bij stijgende intensiteit en omvang per hectare nemen de kosten voor machines en werktuigen en de kosten voor loonwerk toe. Daarbij stijgen de kosten voor machines en werktuigen per hectare harder dan die voor loonwerk. Bij de meest intensieve (en tevens grote) bedrijven drukken de kosten voor machines en werktuigen relatief zwaarder door dan de kosten voor loonwerk. Financieel merken ze het echter nauwelijks; deze bedrijven hebben een hogere bruto geldstroom en op een bijna vergelijkbaar aantal hectares meer middelen beschikbaar voor investeringen, dus ook in machines.

Werk aan hoge opbrengst tegen lage kosten

Veel melkveebedrijven benutten de potentie van de ruwvoerteelt niet en/of werken tegen te hoge kosten. Een aantal adviezen voor het in de hand houden van bewerkingskosten en een maximale opbrengst.
* Werk naar een optimale balans tussen eigen mechanisatie, loonwerk en eventueel inkoop van arbeid.
* Houd uitgaven tegen het licht: wat is werkelijk nodig en wat is luxe? Vraag bij elke investering af wat die bijdraagt aan kosten, inkomsten en/of arbeidsproductiviteit.
* Voorkom dubbele kosten: gebruik maken van de loonwerker terwijl de machines er staan.
* Streef naar een omvang van de percelen en capaciteit van machines die bij elkaar passen.
* Houd rekening met (toekomstige) aanpassingen van de omvang of structuur van het bedrijf.
* Beschouw de ruwvoerteelt als professionele tak van het bedrijf zoals een akkerbouwer zijn producten teelt. Schakel advies of praktische hulp in als de ruwvoerteelt op bepaalde aspecten tekortschiet.
* Telen is maatwerk: onderhoud de grond op basis van de werkelijke bemestingstoestand, inclusief pH en organische stof. Stem de bemesting af op perceelniveau. Kies een maisras en grasmengsel dat past bij de grondsoort en andere teeltomstandigheden.
* Pas de hoeveelheid hectares te maaien af aan op de klimaatomstandigheden. Zo kan de droge stof van gras bij warm weer snel te hoog zijn. Ook melkzuurbacterieen hebben voor een goede conservering voldoende vocht nodig.
* Besef dat oogsten geen race is; uurkosten verbleken bij de waarde van potentieel verlies van ruwvoer.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.