Doorgaan naar artikel

Best scorende bedrijven in economische zin op bijna alle vlakken beter

Onderaan de streep houden de 25% best scorende melkveebedrijven ongeveer 5 cent per kg melk méér over dan het gemiddelde melkveebedrijf. Het gemiddelde bedrijf heeft de grens van 1 miljoen kg melk inmiddels doorbroken. Dat betekent dat er op het gemiddelde bedrijf € 50.000 minder overblijft. Waar zitten de verschillen?

Er is een vergelijking tussen beide groepen gemaakt over het laatste rollende jaar, dat loopt van juli 2017 t/m juni 2018.

Het absolute niveau van de melkprijs is van grootste invloed op het resultaat onderaan de streep. De melkprijs is door de jaren heen onderhevig aan schommelingen. Hoe dan ook, de 25% best scorende bedrijven op bruto overschot slagen er in om 5 cent meer over te houden dan de gemiddelde bedrijven. Dat begint al bij ontvangen melkgeld wat 0,77 cent per kg melk hoger ligt dan de gemiddelde groep, onder meer door hogere gehalten van 0,05% vet en 0,03% eiwit. Het melkgeld tezamen met het resultaat van de aan- en verkopen van vee, zorgt aan de kant van ontvangsten al voor 0,9 cent meer per kg melk.

Kosten krachtvoer

Aan krachtvoer wordt 0,48 cent minder uitgegeven en ook de ruwvoeraankopen liggen 0,45 cent lager. Tellen we ook de overige aangekochte voeders mee, dan komen de best scorende bedrijven in de voerkosten 1,1 cent lager uit dan het gemiddelde bedrijf. Op voersaldo is hiermee dus al een verschil van 2 cent.

Gewaskosten

Wat betreft gewaskosten zijn de best scorende bedrijven slechts 0,06 per kg melk goedkoper uit. De grotere verschillen ontstaan bij de vee-gerelateerde uitgaven (0,38 cent) en overige directe uitgaven (0,48 cent). Bij de vee-gerelateerde uitgaven zien we 0,17 cent lagere diergezondheidskosten en 0,20 cent lagere mestafzetkosten. Qua toegerekende kosten doen de best scorende bedrijven totaal 0,9 cent lagere uitgaven. Op saldoniveau is het verschil inmiddels dus opgelopen tot ruim 2,9 cent per kg melk.

De groep gemiddelde bedrijven behaalt circa. 0,2 cent per kg melk voordeel via overige bedrijfsopbrengsten zoals bijvoorbeeld andere takken en beheersvergoeding. De best scorende bedrijven hebben echter 0,06 cent per kg melk hogere inkomsten uit bedrijfstoeslag. Het verschil in bedrijfssaldo is teruggelopen tot 2,75 cent per kg melk.

Vaste lasten

In de vaste lasten treden grotere verschillen op. De vaste lasten zijn bij de gemiddelde groep 2,0 cent hoger. De verschillen lopen hier op tot 0,77 cent voor onroerende zaken, 0,71 cent voor loonwerk, 0,25 cent voor machines en werktuigen en 0,27 cent voor algemene en overige uitgaven. Het bedrag beschikbaar voor huur, afschrijving, arbeid, rente en resultaat loopt hierdoor op tot 4,75 cent per kg melk.

Tot slot hebben de best scorende bedrijven 0,05 lagere lasten voor huur en pacht, 0,08 cent lagere arbeidskosten en 0,17 cent lagere rentelasten. Het verschil komt daarmee uit op iets meer dan 5 cent per kg melk wat beschikbaar is voor privé, aflossing en reservering. Het verschil van 50.000 euro op jaarbasis is op de best presterende bedrijven beschikbaar voor het vormen van extra bufferruimte, noodzakelijk voor slechtere tijden. Op basis van bijvoorbeeld 8% financieringslasten voor rente en aflossing zou het verschil ook beschikbaar zijn voor de financiering van ruim 600.000 euro extra vreemd vermogen.

Grote verschillen tussen individuele bedrijven

Kortom: de best scorende bedrijven op bruto-overschot scoren op nagenoeg alle fronten beter. Inkomstenposten zijn hoger; uitgavenposten zijn lager. Ligt de oorzaak hier bij de technische resultaten? Verschillen tussen individuele bedrijven zijn groot. Echter, gemiddeld genomen zijn de verschillen maar klein. Zo is de tussenkalftijd op de best scorende bedrijven slechts 4 dagen korter en is de kalversterfte slechts 1% lager. De jongveebezetting is met 5,2 per 10 melkkoeien slechts 0,2 lager. Opvallend is de lagere melkproductie per koe bij de best scorende bedrijven: met 8.908 kg op jaarbasis is die circa 130 kg lager dan de gemiddeld scorende groep waar de melkproductie gemiddeld uitkomt op 9.039 kg per koe. Zie de grafiek met de ontwikkeling van de melkproductie op jaarbasis. Het hogere melkproductieniveau blijkt hier dus niet zaligmakend!

De melk- en rundveehouderij wordt steeds kennisintensiever. Extra aandacht voor de liquiditeit wordt steeds belangrijker. Er zijn veel mogelijkheden om uw rendement zo hoog mogelijk te houden. De gespecialiseerde adviseurs van Flynth adviseurs en accountants ondersteunen u graag met advies, toegespitst op uw bedrijfsvoering. Daarnaast heeft u met FlynthVision, naast uw vertrouwde accountantsrapport en fiscale advisering, altijd uw ontvangsten en uitgaven scherp in beeld. Flynth voegt daar een schatting voor het komend jaar aan toe, zodat u in één oogopslag ziet hoe het gaat lopen.

Toenemende kapitaalomvang, een steeds complexere financiële situatie. Hoe speelt u in op dit soort ontwikkelingen die mogelijk ook uw bedrijf gaan raken? Onze adviseurs kunnen u begeleiden bij het aanpassen van uw systemen en bedrijfsprocessen. Uw persoonlijke situatie en wensen staan altijd centraal in ons advies.

Meer over Flynth

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin