Doorgaan naar artikel

Wéér nadenken over vast of variabel

Na een lange periode van lage, stabiele rentes hangt een verhoging van de rentetarieven in de lucht. Veehouders moeten nadenken wat dat voor hun situatie betekent en of het nodig is om actie te ondernemen.

De afgelopen jaren stonden in het ­teken van steeds dalende rentes, tot uiteindelijk een absoluut laagterecord. Ook in de agrarische sector zijn ondernemers verwend met structureel ­lagere kosten voor hun financiering. Doordat het niveau van de variabele rente al lange tijd onder het niveau van de drie, vijf of tien jaar vast ligt, is variabele rente in populariteit ­gestegen. Mede daardoor wordt op veel melkveebedrijven een groter deel van de ­financiering met variabele rente ingevuld.

Het hangt echter in de lucht dat de geldmarkt gaat veranderen. In de mondiale financiële wereld is de verwachting dat de rente de komende tijd gaat stijgen (zie kader Geld is goedkoop). Dat maakt dit een goed moment om nog eens goed naar de eigen situatie te kijken. Vijf jaar geleden was de discussie vooral om te profiteren van de dalende rente en eerder gaan voor variabel of Euribor. Nu is het voor veehouders een goed moment om na te denken of het interessant en wenselijk is om toch een rentevastperiode te kiezen. “Ondernemers kennen de geluiden en we zien meer neiging naar langer vastzetten van de rente”, aldus Niels Kanters, specialist bij financieel adviesbureau Exitus. “De praktijk leert echter dat de rente vaak eerst moet stijgen voordat dit risico wordt onderkend. Het is een afweging van risico’s: wat kan, wil en durf ik te dragen, plus een inschatting van ontwikkelingen.” Dit alles geldt overigens ook voordat de renteperiode is afgelopen. Dan rekent de bank wel een boetebedrag om in de berekening rekening mee te houden.

Vast, variabel of Euribor

Het keuzepakket voor veehouders is nagenoeg niet veranderd. De varianten in de rentelooptijden zijn globaal: vastzetten voor een bepaalde periode (in de veehouderij vaak drie of vijf, soms tien jaar), variabele rente en de zogenoemde Euribor-rente (zie kader Euribor ). Zowel bij de variabele rente als bij Euribor betaalt de ondernemer naar gelang de rentestand van de markt. Bovenop de kale tarieven betaalt hij een opslag. Het verschil tussen de twee is dat de variabele rente wat minder fel reageert op schommelingen in de geldmarkt dan de Euribor-rente. In enkele gevallen wordt een bedrijf volledig op basis van Euribor gefinancierd. Vaker is het een mengvorm met rentevast-tarieven.

Marijn Dekkers, sectorspecialist melkveehouderij bij Rabobank, schat dat dat ongeveer 10% van de melkveebedrijven volledig variabel is gefinancierd. “Bijna alle financieringen kennen een mengvorm, waarbij ook de looptijden van de rentevastperiodes op verschillende momenten aflopen.” Hij ziet dat als een goed model om risico’s te spreiden, niet afhankelijk te zijn van een rentestand op één moment en toch regelmatig te profiteren van lagere rentepercentages. Hoe lager de financiële druk, hoe meer gemiddeld voor varia­bele rente wordt gekozen. Dat heeft iets ­tegenstrijdigs in zich, want juist de zwaar ­gefinancierde bedrijven hebben belang bij een lage rente.

Dekkers relativeert het beperken van het renterisico door het vastzetten van de rente. “Op een looptijd van 25 jaar van een financiering is een renteperiode van vijf jaar nog best kort. Na afloop van het rentecontract is er nog steeds een relatief groot renterisico aanwezig omdat de financiering maar voor 20% is afgelost. Maar geen reden om in de top van je financiering de rente niet (gedeeltelijk) vast te zetten gezien eerdergenoemde risico’s.”

Een oplossing om het renterisico te beperken bij Euriborrente is een plafond inbouwen met een zogenoemde rentecap. Deze producten zijn door de derivatenkwestie echter uit de gratie geraakt. Dekkers: “Het is nog wel mogelijk maar ze worden beperkter ingezet.”

Drukken op liquiditeit

Ondanks dat het beeld ontstaat dat geld niks meer kost, is de realiteit anders. Ook is de impact van een renteverandering nog altijd groot. Bij een lening van € 1,5 miljoen maakt 1% verschil in rentepercentage € 15.000 per jaar. Voor een bedrijf met 1,5 miljoen kilo melk is dat dus 1 cent per kilo melk. Kanters ziet in de praktijk verschillen die op kunnen lopen tot enkele procenten. Die zijn verklaarbaar door de keuzes (variabel of vast) en het moment van instappen. Zeker bij vijf- of tienjarige looptijden kan al snel een paar procent verschil in rentepercentage zitten.

Een onverwachte stijging van de rente kan stevig drukken op de liquiditeit en rentabiliteit, is zijn ervaring. “Bedrijven zijn gewend aan lage rentes. Bij een structureel hogere rentelast en periode van lage melkprijzen kan er zeker een probleem ontstaan. Zeker bij relatief langlopende financieringen en krappe marge.” Hierdoor is het moeilijk bijsturen bij een oplopende rentemarkt. Dit kan dan vaak alleen door vermogen vrij te maken, dus ingrijpen in de bedrijfsstructuur/opzet. “Dat is echt afwijkend van andere sectoren.

Bij nieuwe financieringsaanvragen wordt een bedrijf volgens Dekkers met 4% rekenrente getoetst; dat geeft de financiële kwetsbaarheid aan van een mogelijke rentestijging. Het verschil met de werkelijke rente is een stuk buffer. Het gebeurt ook dat bedrijven dat stuk buffer graag zien als extra financieringsruimte, wat het bedrijf zeer kwetsbaar maakt voor een structurele renteverhoging. “Het is niet verstandig het rentevoordeel volledig te kapitaliseren.”

Vergelijken rentetarieven

De eigen positie bepalen is dus belangrijk. Adviseurs kunnen vrij eenvoudig de impact van een renteverhoging op de liquiditeit en kritieke melkprijs bepalen. In beeld zijn moet hoe groot het renterisico is, maar ook hoe de veehouder er zelf mee omgaat; een keuze voor variabele rente kan misschien financieel interessant zijn, maar als dat slapeloze nachten oplevert is het voor een ondernemer niet de beste keuze.

Een ander aspect zijn de aanbiedingen van banken. Vergelijken van rentetarieven is echter lastiger dan vroeger. Banken hanteren ten opzichte van het verleden meer variabelen om tot een rentevoorstel te komen. Ondanks de expertise die onafhankelijke adviesbureaus in huis hebben, is de voorspelbaarheid van een voorstel beperkt. De bank blijft tot op heden de aangewezen partij om dat in beeld te brengen. “Die kunnen dat redelijk eenvoudig”, is de ervaring van Kanters. Wel kan uiteraard vergeleken worden met voorstellen bij soortgelijke bedrijven. “Dat is een goede indicatie om te toetsen.” De mogelijkheden van flirten met andere banken voor een gunstiger rentetarief zijn beperkt. “Wij merken dat banken erg kritisch zijn in de acceptatie van nieuwe klanten. Het is dus lastiger om een voorstel van een andere bank te krijgen. Bedrijven zijn daardoor meer afhankelijk van hun eigen bank.”

Geld is goedkoop, de vraag is nog hoe lang

Het verloop van de Euribor-rente laat al sinds 2009 een forse daling zien. Na een kleine opleving in 2011 ligt het tarief al jaren rondom de 0%. Sinds april 2015 is er zelfs sprake van een negatieve rente. De Euribor-tarieven, zoals in de tabel, is de rente die de bank zelf betaalt bij de inkoop van geld. Voor uitlenen aan klanten berekent de bank een opslag; die ligt tussen de 1,5 en 3,0%. Hoe kleiner het risico voor de bank en hoe groter de financiering, des te lager de opslag.
In de grafiek is het nog niet zichtbaar, maar er is een tendens naar stijgende tarieven. In de Verenigde Staten heeft de Amerikaanse centrale bank (FED) al enkele malen een verhoging doorgevoerd. Dichterbij huis bouwt de Europese Centrale Bank het crisisprogramma af. Zo loopt tot en met september van dit jaar een programma van aankoop van obligaties. Mogelijk stopt het programma, wat meer kans geeft op het verder stijgen van de rente. Overigens gaan financiële experts ervan uit dat een rentestijging nog ­relatief beperkt blijft.

Euribor maakte opmars in de agrarische sector

Euribor is de naam voor een internationaal gebruikte rente, die banken gebruiken om geld aan elkaar te lenen. Dat blijkt ook uit de herkomst van de naam: Euro Interbank Offered Rate.
Euribor heeft de afgelopen decennia opmars gemaakt in de agrarische sector en wordt bij met name grotere bedrijven ­gebruikt bij kredietverstrekking. Euribor kent acht looptijden (van 1 week tot 12 maanden) met elk een eigen tarief.
Euribor lijkt op standaard variabele rente maar is toch anders. Euribor is gebaseerd op de meer fluctuerende geldmarkt; bij de variabele rente speelt de stabiele kapitaalmarkt een dempende rol. Variabele rente reageert daardoor minder fel op schommelingen in de geldmarkt.
Omdat het rentetarief van de geldmarkt in het algemeen lager is dan van de kapitaalmarkt, kan lenen op basis van Euribor dus interessant zijn.
De laatste jaren is het Euribor-tarief zeer stabiel. Uiteraard is Euribor geen garantie voor een laag rentepercentage; in theorie kan het percentage boven dat van de kapitaalmarkt komen. Samen met het sterk variabele karakter brengt dat ­financiële risico’s voor de ondernemer met zich mee. Dat is gelijk het grootste nadeel van deze manier van rente betalen.

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin