Melkvee100Plus
Show article

Ruwvoerteelt op grote melkveebedrijven met veel grond vraagt meer organisatie en planning. Toch biedt het vooral kansen op een efficiënte teelt met hoge opbrengsten en beter passend in rantsoenen.

In de melkveehouderij is steeds meer aandacht voor het maximaal telen van ruwvoer van ook nog eens een hoge kwaliteit. Dat is voor alle bedrijven belangrijk om een stevige economische basis onder het bedrijf te krijgen. Op grote bedrijven met veel grond is dat niet anders. Toch gaat het produceren van ruwvoer op deze bedrijven vaak net iets anders dan op het gemiddelde gezinsbedrijf. Planmatig, professioneel en akkerbouwmatig zijn termen die bij het beschrijven van deze groep vallen. “Dit zijn ondernemers die kunnen organiseren, daarom zijn ze ook zo groot gegroeid”, aldus Jan van der Velden, ruwvoerspecialist bij Agrifirm. Juist omdat ze deze capaciteiten hebben, zijn ze in staat om de ruwvoerteelt professioneel aan te pakken.

Natuurlijk zijn er verschillen tussen bedrijven, maar het algemene beeld is dat veehouders met grote tot zeer grote bedrijven het goed voor elkaar hebben. “Deze ondernemers rekenen gemiddeld meer en onderschrijven mede daardoor het belang van een maximale ruwvoeropbrengst.” Aan de andere kant moéten ze het wel goed doen dan, want ze kunnen zich geen fouten veroorloven. De impact daarvan tikt juist op deze bedrijven hard door. “Ruwvoermanagement niet goed in de vingers hebben wordt keihard afgestraft.”

Planmatig en gestructureerd

In het algemeen zien melkveehouders met een grote omvang de ruwvoerteelt als een aparte tak binnen het bedrijf. Ze hebben een akkerbouwmatige aanpak waarbij zaken als bodem, bemesting en gewasverzorging veel aandacht krijgen. Deze ondernemers kopen advies in om de teelt zo goed mogelijk te laten verlopen en risico’s te beperken. “Wel of niet investeren in bodemanalyses en bemestingadviezen is daar geen discussie. Ze gaan echt niet besparen op uitgaven die ten koste gaan van de opbrengsten. Het verschil tussen 10 ton droge stof per hectare met 850 VEM of 12 ton van 950 VEM scheelt op deze bedrijven tienduizenden euro’s per jaar”, aldus Van der Velden. Vanwege de omvang van de kavels kunnen ze per perceel een optimale bemesting toepassen. Ook maaien kan gedifferentieerd gebeuren; een paar keer extra maaien is mogelijk omdat de hoeveelheden per keer voldoende groot blijven om efficiënt een kuil te maken.

Deze bedrijven werken planmatig en gestructureerd. Dat moet ook wel om overzicht over het geheel te houden, risico’s om fouten te beperken en continuïteit te waarborgen in de processen. “Veel van deze veehouders zijn goed voorbereid en altijd op tijd met de werkzaamheden. Daardoor kan de ruwvoervoorziening bijdragen aan gelijkmatige en voorspelbare rantsoenen.”

Gelijkmatige arbeidsvraag

Grote bedrijven, zeker met vreemd personeel, hebben ook qua arbeid belang bij continuïteit in het bedrijf en (daardoor) een gelijkmatige arbeidsvraag. Werkzaamheden op het land, met name rondom de oogst van gras, mais en voedergewassen, passen daar in beginsel minder goed bij. Veel ondernemers met een groot bedrijf schakelen voor deze werkzaamheden daarom de loonwerker in. Een deel van de veehouders doet dit werk in meer of mindere mate met eigen mechanisatie, waar ook een stuk liefhebberij kan meespelen. Op bedrijven met twee of meer ondernemers is eigen veldmechanisatie nogal eens een invulling van specialisatie binnen het bedrijf.

Van de teeltwerkzaamheden blijft strooien van kunstmest meestal in eigen beheer. Vooral vanaf de tweede kunstmestgift is het belangrijk verschil te maken tussen percelen. Van de oogstwerkzaamheden zijn schudden en wiersen van gras het gemakkelijkst in te passen. De arbeidsbesteding van deze werkzaamheden is relatief beperkt, de investering laag en het werk is minder tijdgebonden dan maaien of inkuilen.

Scherp op kosten loonwerk

Het is belangrijk de totale bewerkingskosten in de gaten te houden, zeker op bedrijven die zelf willen investeren in mechanisatie. Ze vormen gemiddeld ongeveer 30% van de brutokosten maar de variatie is groot. Bedrijven die kampen met hoge bewerkingskosten moeten kritisch zijn op de uitgaven: wat is werkelijk nodig en wat is luxe? Wat levert een investering op aan besparing aan kosten of extra inkomsten. Dat geldt voor alle bedrijven, maar zeker in situaties waar het om grote bedragen gaat.

Verder moeten grote bedrijven scherp zijn op de loonwerkkosten want ook dat gaat over veel geld. Onder andere de verkaveling, afstand tot de percelen en het management/planning door de melkveehouder bepalen deels de hoogte van de rekening. Besparingen ontstaan als de loonwerker snel en efficiënt kan werken. Dat betekent een goede bereikbaarheid van percelen en bedrijf. Grote bedrijven hebben in potentie daarvoor meer mogelijkheden maar moeten ze wel benutten. Het afstemmen van de eigen mechanisatie op de loonwerker voorkomt dat er een dure machine werkloos op het erf staat terwijl de loonwerker alsnog moet komen.

Verschillende rassen

Op grote melkveebedrijven is er een sterke ­focus op beperken van risico’s. Een misoogst door regen of andere externe omstandigheden heeft grote impact; 100 hectare gras nat in de kuil geeft op deze bedrijven een forse schadepost. Het kan beter zijn niet te veel in één keer te maaien, zeker als er onzekerheid is over de weersvoorspelling. Er is maar één kans om een goede eerste snede binnen te halen.

Om risico’s te beperken maken deze bedrijven harde afspraken met de loonwerker over onderlinge verwachtingen en prestaties. “Loonwerkers hebben ook baat bij structuur en zekerheid en willen daarom ook goede afspraken maken”, aldus Jos Groot Koerkamp, manager veehouderij bij Limagrain.

Groot Koerkamp ziet dat grote bedrijven vanwege hun omvang vaker verschillende grasmengsels kiezen bij het inzaaien van percelen. “Ze maken vaste percelen voor maaien en weiden. Daar zoeken ze vervolgens de beste mengsels bij.” Maar ook binnen de maaipercelen maken de grote bedrijven keuzes tussen mengsels. Gras voor de hoogproductieve koeien gaat vervolgens in een andere kuil dan voor de laagproductieve en het jongvee. Gras voor een hoge productie is smakelijk en energierijk en rendeert uitstekend in de rantsoenen voor deze koeien. Het rantsoen van de droge koeien komt uit een kuil met een grasmengsel met relatief veel structuur. Hetzelfde is volgens Groot Koerkamp te zien bij keuzes in maisrassen; bedrijven met grote kavels kiezen ook daar meerdere rassen om verschillende typen kuilen te maken. Ook daar sluit de mais dan beter aan bij het rantsoen van de categorie koeien in de stal.

Een ander aspect van ruwvoerteelt op grote bedrijven is telen van andere voedergewassen dan mais of gras. Deze bedrijven hebben vaak meer mogelijkheden om dat te doen en daarmee het aandeel krachtvoer te verlagen. Gewassen als granen, voederbieten en veldbonen zijn daarvoor in beeld (zie kader). “Juist op grote bedrijven tikt een paar kilo minder krachtvoer hard door op de uitgaven.” Bijkomend voordeel is dat rotatie en vruchtwisseling goed zijn voor de bodemkwaliteit en dus het opbrengend vermogen van de grond. Bovendien telt het mee voor de vergroeningseisen uit het GLB.

Planmatig werken vergroot kans op succes

ORGANISEER
Maak een planmatige aanpak voor de diverse teelten. Werk met een jaarplanning op perceelsniveau die aansluit bij de rantsoenen voor de diverse categorieën koeien en jongvee. Hanteer ruimte marges bij het dekken van de voerbehoefte.
Bepaal de mate van eigen ­mechanisatie op basis van arbeidsaanbod en efficiëntie van gebruik van machines.
Schakel voor het overige werk de loonwerker in. Overleg voor het begin van het teeltseizoen en maak harde afspraken.
Werk met een loonwerker die akkerbouwmatige ruwvoerteelt ondersteunt.

INVESTEER
Breng sterke en zwakke punten van het bedrijf in beeld en koop advies of arbeid in waar nodig.
Steek energie in een hoger kennisniveau via een ruwvoerspecialist. Deze zijn beschikbaar via de leverancier van voer, meststoffen en/of zaaizaad.
Zorg voor een optimale grondkwaliteit. Voorkom structuurschade en werk aan optimaal zaaibed.
Bemest nauwkeurig aan de hand van grond- en mestmonsters. De bemesting sluit aan bij het gebruik van het gewas en functie in het rantsoen.

CONTROLEER
Bepaal de punten die bepalend zijn voor succes van de ruwvoerteelt en maak ze controleerbaar.
Breng het opbrengend vermogen van de grond in beeld. Dat is medebepalend voor de planmatige aanpak van de teelten.
Controleer de prestaties van de geleverde arbeid. Zowel tijdens de teelt- en oogstwerkzaamheden als via het ingekuilde product.
Bepaal de kosten en opbrengsten van de ruwvoerteelt per eenheid. Vergelijk met soortgelijke bedrijven en beoordeel waar nog verbeteringen mogelijk zijn.

Meer voer telen

Eigen teelt van voedergewassen kan voor grote melkveebedrijven interessant zijn. Veel geteelde producten zijn afkomstig van mais (MKS en CCM), granen en voederbieten (energie), maar ook veldbonen of luzerne (eiwit). Hoe duurder het krachtvoer, hoe eerder financieel voordeel.
Welke gewassen passen hangt onder andere af van de grondsoort, het rantsoen en het voersysteem. Een veehouder kan ook afspraken met een akkerbouwer maken voor de teelt; dat geeft minder risico’s.
Om goed met deze producten te kunnen werken is een voermengwagen met weeginstallatie essentieel. Een alternatief is een mengkuil aanleggen. Verder moet een bedrijf voldoende opslagcapaciteit hebben en rekening houden met meer arbeid.

Auteur

Rene%20Stevens
Freelanceredacteur Melkvee100Plus

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.