Melkvee100Plus
Show article

Pat Hennessy startte dit jaar met 350 melkkoeien op 170 hectare pachtgrond. Komend seizoen wil hij er 510 melken, in 2025 een kleine 700. Alles op basis van eigen gras, 300 dagen weidegang, met nauwelijks krachtvoer. Een simpel systeem waarbij nagenoeg alle vee kalft in februari en maart.

Het bedrijf van Pat Hennessy bestaat uit een overkapte 50-stands draaimelkstal, een wachtruimte, een nachtverblijf annex kantine voor de werknemers, twee betonnen sleufsilo’s en een foliebassin voor opslag van 1.500 kuub drijfmest. Twee keer daags gaan 350 koeien door de melkstal.

Op het eerste oog lijkt het een Nieuw-Zeelands bedrijf, zo zonder enige stal. Niet vreemd ook, de Ier bracht enkele jaren op het Zuidereiland op een groot melkveebedrijf door. Maar de schijn bedriegt. Een kraan is naast de draaimelkstal en wachtruimte bezig grond te egaliseren. Daar start komende weken de bouw van een ruim 90 meter lange 4-rijige slaapstal met 330 ligboxen.

De stal moet voor de koeien drooggezet worden, klaar zijn, dus voor 1 december. Die gaan dan op stal, op een rantsoen van voornamelijk grassilage. Direct na afkalven gaan ze de weide weer in.

Tussen de boxen komt een betonvloer. Een minitrekkertje met dozerblad zal de mest komende winter twee keer daags in de lagoon schuiven. De slaapstal wordt slechts voor twee derde voorzien van een dak. Alleen het jongvee en de eerstekalfskoeien hebben echt beschutting nodig, is Hennessy’s ervaring.

‘Low cost en simpele systemen’, dat is het parool van de Ierse melkveehouder Pat Hennessy. Voor 2020 staat de bouw van een tweede volledig niet-overkapte slaapstal in de planning. Ook deze moet betaald worden vanuit de cashflow en wordt in tien jaar afgeschreven.

Alleen pachtgrond

Hennessy houdt op minder dan drie kilometer afstand met zijn twee neven 700 koeien. Hij pacht voor dit nieuwe bedrijf sinds herfst 2018 circa 170 hectare land, twee kavels, van een deels gestopte akkerbouwer. Het meeste land is in 2018 na de laatste tarwe-oogst, op Hennessy’s kosten, ingezaaid als grasland. ­Begin september 2019 zijn de laatste hectares gras door een loonwerker ingezaaid.

De pachtovereenkomst heeft een looptijd van 25 jaar. Toch zien zowel pachter als verpachter het meer als een samenwerking dan als pacht. Ze beslissen ook samen over wat waar te doen. De pachtovereenkomst voorziet erin dat de verpachter of zijn kinderen kan toetreden in het bedrijf, of zelfs het hele bedrijf kan overnemen. Voor de dan eventueel te vergoeden waarde van de opstallen is nu al een systematiek vastgelegd.

Het bedrijfscomplex ligt op korte afstand van een grote doorgaande weg, middenin de grootste van de twee kavels. Direct rond de melkstal ligt ruim 100 hectare glooiend grasland. De tweede kavel van ruim 60 hectare is via een tunnel onder de weg makkelijk bereikbaar voor de koeien, zodat alle 165 hectare beweidbaar is. Ongeveer 5 hectare valt weg aan wegen, erf en sloten.

In 2017 viel het besluit op deze plek een melkveehouderij te starten. De vergunningverlening nam enkele weken, de vergunning voor het complex kostte € 14.000. Eind april 2019 waren de melkstal en wachtruimte gereed. De koeien hadden al op een andere locatie afgekalfd en waren daar enkele maanden gemolken.

Beweiding is de basis

Beweiding en grasgroei is de kern van het bedrijf. En daar weet deze Ierse melkveehouder veel meer van dan zijn Nederlandse collega’s. ‘Dit jaar komen we aan 11 of 12 beweidingen per perceel”, vertelt hij uit de losse pols. Ook rekent hij zo zijn maximale bezetting voor. Daarbij is de grasopbrengst cruciaal. “De gemiddelde koe neemt hier 4.500 kilo droge stof aan vers gras en wintervoer op en krijgt daar een 600 kilo krachtvoer per jaar bij.” Bij 18 ton droge stof betekent dat 4 koeien per hectare, bij 13,5 ton zijn dat er 3. “Die 13,5 ton is geen enkel probleem gezien ons lange groeiseizoen. 18 ton vraagt wat meer aandacht.” Hennessy laat 240 kg N per hectare per jaar strooien, naast de drijfmest van de koeien. Het uitrijden daarvan is ook werk voor een derde. Hij vult op basis van bodemonderzoeken P en K aan. Alle percelen worden elk jaar bemonsterd. “De kosten daarvan zijn zo’n € 5 per hectare. Een bemestingsfout kost veel meer. ”

Op basis van de grasgroei kan het bedrijf minstens 500 en maximaal 670 koeien herbergen. Meer koeien kan als de krachtvoergift stijgt. Maar daarin ziet de veehouder niets. ‘Dan stijgen de kosten te veel, dat komt niet terug in extra melk en verstoort ons simpele systeem.”

Aandacht krijgt het gras zeker. Hennessy maakt van februari tot en met mei twee keer per week een farmwalk om de grasgroei te meten en te kunnen voorspellen. Vanaf juni tot en met oktober doet hij dat ‘slechts’ een keer per week. Hij zou graag die farmwalk – deels – vervangen door sensortechnieken. “Dat is een kwestie van tijd. Of het nu met een drone gaat of anderszins, de techniek om grasgroei realtime te bepalen, voorspellen en analyseren komt met rasse schreden dichterbij. Dat gaat de efficiency verhogen.”

Dit jaar, met een kleine 350 koeien aan de melk, krijgt hij het gras bij lange na niet op. “We leggen dit jaar een flinke voorraad aan. Die zetten we in om vanuit eigen aanfok te groeien.” Doel is volgend seizoen 510 koeien te melken en uiteindelijk in 2025 een kleine 700 koeien te melken. “Vanaf 500 koeien is de grasgroei in maart en aan het eind van de zomer te laag. Dan moeten we wat in het voorjaar gewonnen silage bijvoeren. Dat speelt dit jaar nog niet, daarom die voorraadvorming.”

Seizoensgebonden productie

Hennessy werkt zoals de meeste Ieren met een voorjaarskalvende veestapel. Rond 1 december gaan de koeien droog en worden ze opgestald. Ze krijgen dan een winterrantsoen van grassilage, ronde balen. Eind januari kalven de eerste koeien, in de eerste weken van februari is het topdrukte. Dit jaar waren er dagen bij met 26 kalvingen per dag.

Het inseminatieseizoen start 9 mei. 10 dagen eerder brengt de veehouder bij alle koeien rode kleurstof aan op de staart. “Is die er 9 mei af, dan is de koe zeker in cyclus en meldt ze zich in de ­komende drie weken geheid. Koeien die op 9 mei nog een rode staart hebben, vragen ­extra oplettendheid”, vertelt de Ier.

Een week of negen lang wordt volop geïnsemineerd. Rond 10 juli gaan vleesstieren tussen de koeien en stopt de ki. De stieren dekken vier weken. “Vier van de vijf koeien zijn drachtig voor 15 juni. Ongeveer 4% van de koeien blijft gust en gaat eind november naar het slachthuis. We houden geen kalveren aan die geboren worden uit een natuurlijke dekking. We willen alleen nazaten van de koeien die makkelijk tochtig en drachtig worden. Anders fok je problemen in je veestapel.”

Hennessy werkt met kruislingen van Jersey met British Frisians, die erg lijkt op de oude FH-koe. Kleiner en ronder dan de Holstein. De stierkeuze bij het insemineren is eenvoudig: een koe met vooral Jersey-kenmerken gaat bij een Frisian en omgekeerd. ‘Houd het simpel!’

De Ier verwacht weinig kalveren nodig te hebben voor vervanging. “De eerste jaren wel voor bedrijfsgroei”. Het zal hem tegenvallen als het vervangingspercentage structureel boven 15% gaat uitkomen. Dat is minder dan de helft van wat in Nederland gewoon is.

Het rekent goed

De resultaten zijn prima. De melkproductie ligt begin september op net onder 20 kilo per koe per dag. In de top was dat 26,5 kilo. De verwachte jaarproductie is krap 5.600 kilo met 4,86% vet en 3,91% eiwit. “We koersen op koeien van 500 kilo gewicht die met 500 kilo krachtvoer en gras 500 kilo vet- en eiwit per jaar produceren. Dit jaar blijven we steken op 485 kilo doordat het een jonge veestapel is. De productie is dan lager en ze groeien nog in kilo’s, wat ook voer vraagt.”

Hennessy verwacht in 2022, als het bedrijf 550 koeien melkt, krap € 3.000 per koe geïnvesteerd te hebben, inclusief de levende have. Van de dan geïnvesteerde € 1,5 miljoen komt 70% van de bank en 30% uit cashflow. De bouw van de deels overkapte slaapstallen wordt uit het melkgeld betaald. Ook de verdere groei richting 700 koeien wil de veehouder zonder aanvullende financiering rondzetten.

Arbeid geen issue

Op het bedrijf werkt naast Hennessy één vaste medewerker. Daarnaast zijn er van half januari tot en met juni twee losse krachten tijdens de afkalf- en inseminatieperiode. “Veel mensen denken dat de afkalfperiode de drukste is, maar in werkelijkheid is dat de inseminatietijd. Goede controle dan is de basis voor alle succes als melkveehouder. Geen kalf, geen melk, geen centen.”

Alle landwerk wordt door een loonwerker gedaan. Hennessy heeft geen machines buiten het minitrekkertje en een verreiker om de troggen in de winter te vullen met ronde balen. “Ik ben allergisch voor mechanisatie”, zegt de Ier met een glimlach. “Er zit te veel geld in en werken met machines vreet tijd. Als ik de loonwerker bel, komt alles goedkoper, beter en sneller voor elkaar dan dat ik het zelf rondzetten kan.”

Pat Hennessy (34) houdt in Stradbally, Ierland 350 melkkoeien op 170 hectare gepacht grasland. Het bedrijf zit in een groeifase en wil in 2020 510 koeien melken, in 2025 670 stuks. Hennessy werkt met een 50-stands draaimelkstal. Er is een vaste medewerker en van half januari tot en met juni zijn er 2 man extra tijdens het afkalf- en inseminatieseizoen. De jaarlijkse melkproductie is krap 5.600 kilo per koe bij 4,86% vet en 3,91% eiwit. De koeien hebben weidegang van februari tot december en vreten grassilage tijdens de droogstand. De koeien krijgen jaarlijks 600 kg krachtvoer.

Auteur

Robert-bodde_MVH_vierkant
Robert Bodde is chef rundvee- en varkenshouderij.

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.