Melkvee100Plus
Show article

Paddy O’Reilly heeft een hoog productief bedrijf in Ierland met jaarrond levering aan de melkfabriek voor productie van dagverse melk.

In Ierland is 90% van de melkveebedrijven gericht op melkproductie op basis van vers gras. Paddy O’Reilly in Castledermot in county Kildare heeft een jaarrond kalvende melkveestapel. “Dit is het gevolg van het feit dat we vlak bij de melkfabriek zitten waar melk verwerkt wordt voor dagverse productie. Met jaarrond leveren, halen we wat extra inkomsten, en zien we kans om op een evenwichtige manier melk te produceren. Dat maakt het management rondom productie heel stabiel, beheersbaar en controleerbaar. En dat geeft ook de kans op dat vlak te optimaliseren, met name in de voeding.”

Dat O’Reilly een stabiel rantsoen nastreeft, neemt niet weg dat ook hij volop gebruik maakt van weidegang om de kosten in het grasseizoen zoveel mogelijk te drukken.

Grasteelt

Na april 2015 is O’Reilly langzamerhand 30 koeien meer gaan melken. Meer groei hoeft niet, want de stal zit nu vol. De 160 koeien lopen sinds 20 maart al dag en nacht buiten. Het gras oogt fris en de koeien grazen volop. Tussen het gras is de klaver duidelijk aanwezig. Ondanks de aanwezigheid van klaver, die garant staat voor een deel van de stikstoflevering, geeft O’Reilly voor elke snede een beetje kunstmest. Hij start in het vroege voorjaar met 20 kuub drijfmest. Dat wordt later aangevuld met 125 kilo NPK-mengmest 27-2,5-5. Na het uitscharen geeft hij deze hoeveelheid mengmest steeds opnieuw. Gemiddeld wordt een perceel vijf keer ­beweid per seizoen, en dus is er een totale bemesting van 625 kilo mengmest per hectare. “Drijfmest komt er niet meer op als de volgende snede wordt beweid. Dat geeft te veel risico op smaakbederf. Alleen als we het perceel gaan maaien gebruiken we drijfmest naast de kunstmest.”

14,5 cent voerkosten

Afgelopen jaar draaide O’Reilly 14,5 cent voerkosten per kilo melk. Dit is de som van krachtvoerkosten en ruwvoerkosten. Het verse gras wordt ingerekend voor een bedrag van € 100 per ton droge stof. “Je moet wel een waarde toekennen aan het verse gras. Het staat er immers niet gratis. Alleen als je een bedrag rekent, kun je eerlijk vergelijken en optimaliseren op de kosten. Het is wel zo dat de € 100 per ton natuurlijk arbitrair is. Je kan ook € 80 of € 120 kiezen. Ik houd mij bij de vaststelling van de ruwvoerkosten vast aan de inschatting die onze voeradviseur hanteert.”

Naast een klein beetje grof graszaadhooi voor de structuur, bevat het rantsoen mais, voederbieten en bietenpulp. Deze laatste drie voedermiddelen zijn ingekuild in één kuil in de verhouding 30-60-10. Het drogestofgehalte hiervan is 30%. Verder gaat er nog gerst in het rantsoen en kleine hoeveelheden Yea-Sacc (gist), Sel-Plex (seleniumaanvulling) en Mycosorb (mycotoxinebinder).

Controle op afstand

Het rantsoen wordt gemengd in de Keenan voermengwagen. Op de wagen is een weegunit, die de data via Keenan In-Touch doorstuurt naar een centraal punt. Daar wordt exact gevolgd of de geladen hoeveelheid per voedermiddel overeenkomst met de geplande hoeveelheid voedermiddel. Ook wordt de laadvolgorde gecontroleerd. Als er afwijkingen zijn in de laadvolgorde en of de hoeveelheden krijgt O’Reilly een seintje. Daarnaast neemt de voerspecialist contact op met de melkveehouder als de melkproductie of gehalten wijzigen bij gelijkblijvend rantsoen. Want ook de melkdata zijn gekoppeld.

Onafhankelijk veevoeradviseur Gerry Giggins toont de overzichten en bespreekt ze met O’Reilly. “Hij weet precies wanneer het mis dreigt te gaan en houdt mij scherp. “Zo heb ik dagelijks inzicht in de voerefficiëntie en kan ik direct sturen bij wijzigingen. Hierdoor probeer ik het optimale uit mijn koeien en bedrijfsvoering te halen.” De laatste overzichten tonen een voerefficiëntie van 1,52. Dat betekent een productie van 1,52 kilo melk per kilogram droge stof voeropname. Dat is enorm hoog en is mede te danken aan het verse gras in het rantsoen. Maar ook in de winter ziet O’Reilly kans dit niveau goed vast te houden, zo blijkt uit de papieren.

“Ik laat mij ook graag uitdagen”, zegt O’Reilly. “Ik laat zien dat deze resultaten niet alleen maar haalbaar zijn in moderne nieuwe stallen. Wij hebben wat oudere gebouwen, met een 2×12 zij-aan-zij melkstal van 25 jaar oud. Als je de zaak goed onderhoudt en je focus op de voeding legt, kan er veel.”

De 14,5 cent krachtvoer en ruwvoerkosten zijn gevolg van de strategie naar optimalisatie van de voerefficiëntie. Bij een gemiddelde melkopbrengst van 35 cent over 2016 levert dat 20,5 voersaldo per kilo melk. “Dat is niet heel veel, maar genoeg om ook uiteindelijk alle kosten mee te kunnen betalen en waarbij een positieve marge resteert.”

Paddy O’Reilly (57) heeft in Castledermot (Ierland) samen met zijn broer David (52) en vader James (82) rond 160 melkkoeien op 95 ha grond. Hiervan is 32 ha gerst, 26 ha mais en de rest is grasland. De Holstein melkkoeien geven gemiddeld 9.500 kilo melk met 4,05% vet en 3,40% eiwit. Paddy is de melkveeman op het bedrijf. Zijn broer en vader zijn vooral bezig met de 600 vrouwelijke vleesrunderen op een tweede locatie voor de roodvleesproductie en die geslacht worden op 15 maanden leeftijd. Dit zijn dieren met een bloedmix van Charolais, Black Angus, Belgisch Witblauw en wat Hereford en Simmental.

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.