Klaarmaken voor de uitgang - Melkvee100Plus
Melkvee100Plus
Show article

De gebroeders Olivier hebben een gemengd bedrijf. Ze willen de melkveetak verplaatsen en verkopen en op termijn verder in de akkerbouw.

Optimaliseren, simpel werken en een zo laag mogelijke arbeidsinzet. Dat is de strategie van de gebroeders Olivier. Daarom verkopen ze nu jaarlijks 15 tot 20 vaarzen die gemiddeld op 26 maanden afkalven. “De afgelopen jaren konden we een kleine 100 hectare bijpachten en zijn we uit eigen aanfok zo’n 20 koeien meer gaan melken”, zegt Philippe Olivier. “De stal is nu vol. Qua arbeid past opfok en insemineren van al het vrouwelijke jongvee beter dan melken van meer koeien.”

De Bretonnen willen dus niet verder groeien in de melkveehouderij. “Alleen op een nieuwe locatie zouden we bouw van een grotere stal overwegen”, zegt Philippe die in de praktijk vooral de 110 melkkoeien met jongvee verzorgt. Zijn broer Jean-René heeft veel meer op met de 250 hectare akkerbouw. Beide takken leveren over de jaren grofweg evenveel inkomen op.

Groei kan eenvoudig en goedkoop

De ligboxenstal met 2×8-visgraatmelkstal stamt uit 1997. Tegen de ligboxenstal is een werktuigenloods annex opslag voor grote ronde balen hooi en stro gebouwd. Een inpandige mestopslag op de kopgevel verbindt de beide gebouwen. Die ruimte is makkelijk om te bouwen naar een plek voor 40 melkkoeien. Voor ligboxen, voerbuizen en drinkwatervoorziening volstaat een investering van maximaal € 50.000. Het bedrijf heeft voldoende grond, daarmee staat niets verdere groei in de melkveetak in de weg. Toch willen de broers dat niet, ondanks de bovengemiddelde technische en financiële resultaten. Ze ­leveren zelfs iets onder het fabrieksquotum van 974.000 kilo dat hen door zuivelcoöperatie Agrial is toegewezen. En dat terwijl die straffeloos 3% overlevering accepteert. Wordt het meer, dan geldt tussen 0 en 5% overschrijding een korting van 5 cent per kilo melk. Voor de volgende 5% overschrijding is de heffing 10 cent per kilo. Bij overschrijding tot 29.000 kilo is er dus geen korting. Leveren de broers een ton melk meer dan het quotum, dan brengt die extra melk gemiddeld 8 cent onder de basisprijs op. Die ligt nu op ongeveer 33 cent, inclusief nabetalingen. Een opbrengst van 25 cent per kilo voor de laatste liters is veel meer dan de variabele kosten van die laatste liters, beaamt Philippe. “Die liggen op ongeveer 16 cent.”

Stro uit rantsoen en melken maar

De koeien hebben van eind maart tot eind oktober beperkt weidegang. In voorjaar en herfst gaan ze overdag naar buiten, in de zomer wegens de hitte alleen ’s nachts. De koeien roteren snel op de 50 hectare huiskavel. Ze krijgen twee keer daags een vers perceel, na een week komen ze terug in het eerste perceel.

De Fransen voeren de koeien in de weideperiode met de voermengwagen elke dag 7 kilo droge stof mais, 2 kilo soja, 1,3 kilo droge stof korrelmais en 1 kilo stro bij. De koeien zijn niet bepaald dun op de mest. Door het stro te vervangen door een kilo drgoe stof mais of korrelmais is de melkgift eenvoudig op te voeren met minstens een kilo per dag door meer energie in het rantsoen en doordat de opname van gras na wegnemen van het stro zeker ook zal stijgen. Dat zijn de eerste 20.000 kilo’s extra productie die nagenoeg zonder kosten te melken zijn omdat zowel de snij- en korrelmais als het stro van eigen productie zijn. In ieder geval biedt het rantsoen ruimte te over om goedkoop meer melk te produceren met dezelfde veestapel. De Fransman hoort er duidelijk van op en hij geeft aan het rantsoen direct aan te zullen passen. Zijn voorlichter, aanwezig om te vertalen, zegt later: “Ik heb het al zo vaak tegen hem gezegd, maar hij wilde het niet aannemen. Vreemde ogen dwingen.”

Aanhouden van meer koeien ziet Philippe niet zitten. Een rugaandoening weerhoudt hem van schaalvergroting en zijn broer heeft alleen trek in akkerbouw. “Als ik een stuk bij de ligboxenstal wil aanzetten, moet ik hem dat verkopen als ruimte om machines te stallen. Anders is hij mordicus tegen.”

Afbouwende ondernemer

Philippe zit duidelijk in de afbouwfase van zijn ondernemerschap, ook omdat er geen zicht is op een opvolger. Een deel van de bedrijfswinst stopt hij in de zogenoemde MSA-regeling. Dat is een vorm van fiscaal pensioensparen, waarbij de inleg kan variëren door de jaren heen. “Deze locatie is gepacht en heeft geen restwaarde. Als in de omgeving een locatie te koop komt, happen we toe. Dan bouwen we nieuw en groter, verplaatsen het vee en verkopen we de melkveetak op termijn. Mijn broer heeft mogelijk een opvolger en wil wel boer blijven, maar dan als akkerbouwer. Alleen door verplaatsing naar een stal in eigendom houdt de melkveetak restwaarde. Anders is het op termijn beëindigen zonder vergoeding.” Niet dat deze ondernemers dan straatarm zijn. Ze werken eraan over zeven tot acht jaar schuldenvrij te zijn. Daarvoor lossen ze nu jaarlijks € 80.000 af. In 2016 betaalden ze nog 19 mille rente, die post slinkt elk jaar.

Naam: Philippe Olivier (44).
Woonplaats: Notre Dame des Landes (F.).
Bedrijf: Met broer Jean-René (38) een gemengd bedrijf op 350 hectare. Daarvan is 30 ha ­eigendom, 320 ha wordt langjarig gepacht van 70 eigenaren tegen gemiddeld € 85 per hectare per jaar. Er zijn 110 Holstein melkkoeien en 110 stuks jongvee. Voor het melkvee is 100 ha grasland beschikbaar. Van de 250 ha akkerbouw is 90 ha tarwe, 70 ha mais (50 ha snijmais plus 10 ha korrelmais voor eigen gebruik en 10 ha. korrelmais voor verkoop), 30 ha gerst, 18 ha zonnebloemen, 17 ha erwten en 15 ha zwarte haver. De gemiddelde melkproductie was in 2016 9.746 kilo bij een gemiddelde leeftijd van 5,01 jaar. Er is een vaste medewerker voor 28 uur per week.

Auteur

Robert%20Bodde
Chef rundveehouderij

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.