Melkvee100Plus
Show article

De teller van het melkveebedrijf van de Vlaamse familie Maes staat op ruim 500 koeien en dat is geen eindstation. Bij alles wat ze doen staat efficiëntie en kostenbeheersing voorop. Ze zien ook nog ruimte voor verbreding.

Op het kantoor van Stefan Maes en zijn zoon Stijn hangt een oude luchtfoto van het Vlaamse melkveebedrijf. In 1989 werd hier welgeteld 79.000 kilo melk geproduceerd. Een schril contrast met de huidige productie. In 2016 leverden de ondernemers 5,8 miljoen kilo melk aan melkfabriek Arla; dit jaar komt de teller op 6,8 miljoen kilo melk.

Niet verwonderlijk heeft het bedrijf een complete metamorfose ondergaan. Meest opvallend is de nieuwe stal uit 2013 die plaats biedt aan 500 koeien. De eerdere ligboxenstal doet na een ferme opknapbeurt dienst als stal voor vaarzen en droge koeien. Meest recent is geïnvesteerd in huisvesting van het jongvee.

De nieuwe ligboxenstal draagt bij aan de groeistrategie van de ondernemers. Nu hebben ze ruim 530 koeien aan de melk, maar binnen enkele jaren moeten dat 600 koeien worden. De ambitie is om dan 7 miljoen kilo melk te produceren. “We willen het maximale uit de stallen halen”, vertelt Stefan. Eén van de maatregelen voor een hoge productie is drie keer daags melken.

Open karakter

Over de uitvoering van de stal is goed nagedacht. Opvallend is het open karakter; niet alleen de zijgevels maar ook de voor- en achtergevel zijn van transparant materiaal. Goed voor de verse lucht, maar ook om zelf contact met de buitenwereld te houden. De stal heeft € 2.700 per plaats gekost. De draaimelkstal met 24 plaatsen stond er al. De omvang van de stal drukt de kosten, maar ook kozen de veehouders voor besparingsopties. Zo is het dak niet geïsoleerd. “Afhankelijk van de leverancier kost dat € 75.000 tot € 145.000.” Isolatie is volgens de ondernemers maar een paar dagen per jaar nodig.

Omwille van het klimaat zijn vorig jaar wel grote ventilatoren in de nok geïnstalleerd. In combinatie met de royale luchtinlaat zorgt dat tijdens warme dagen voor voldoende luchtverversing. “Verse lucht is voor de koeien belangrijker dan de temperatuur”, aldus Stijn. Voorheen daalde tijdens hete perioden de melkproductie met wel vijf tot zeven kilo per dag, afhankelijk van het productieniveau. Afgelopen zomer bleef de daling beperkt tot één kilo per dag.

Arbeidsefficiëntie

Bij de groei van het bedrijf is arbeidsefficiëntie een belangrijk uitgangspunt. De productie bedraagt 340 kilo per gewerkt uur. Ter vergelijking: in de Verenigde Staten is dat 300 kilo en in Nederland rond de 200 kilo per uur. Omvang is een belangrijke factor, maar ook efficiënt werken met korte looplijnen en goede werkafspraken. Protocollen dragen bij aan een hoge arbeidsprestatie en kwaliteit van werk. Maar, zo benadrukt Stijn, investeringen en afspraken moeten ook leiden tot meer arbeidsvreugde.

Zo is dit jaar een nieuwe kalverstal gebouwd, die plaats biedt aan 180 kalveren. Gemaakt uit volledig kunststof is het een bijzondere verschijning. De kalveren blijven een half jaar op het bedrijf; de eerste vier maanden in deze stal en daarna nog twee maanden in een verbouwde stierenstal. Dan vertrekken ze naar het opfokbedrijf. Stijn: “Het is gemakkelijk werken maar ook plezierig voor ons. Het is een stuk aangenamer dan toen de kalveren nog in iglo’s buiten stonden.” Ook de stieren die weggaan, verblijven in deze ruimte. Ze zitten tegen de deur en zijn gemakkelijk te laden zonder de hele stal door te moeten lopen.

Opvallend is dat er geen Belgen of Oost-Europeanen aan het werk zijn, maar vier mannen uit India. Deze werken op zelfstandige basis voor Maes en een andere melkveehouder via een zogenoemde melkersvennootschap. “Het zijn harde werkers en er zijn nooit problemen met drank”, aldus Stefan. Er komt wel meer papierwerk bij kijken, aangezien het geen EU-werknemers zijn. Toch weegt dat nadeel voor Maes op tegen de voordelen.

Verlagen mestkosten

Het efficiënt gebruik van de stal is volgens de Vlamingen nodig om de kritieke melkprijs op een aanvaardbaar niveau te houden. Dit kengetal lag vorig jaar op € 29,94 per 100 kilo melk. Ondanks de investeringen ligt het kengetal maar een fractie hoger dan het gemiddelde van het accountantskantoor. Daarbij de opmerking dat een lage kritieke melkprijs pas waarde heeft als het bedrijf, zoals hier, qua moderniteit en omvang tot de betere bedrijven behoort. Bij alleen betalen van rente, dus zonder af te lossen, bedraagt de kritieke melkprijs € 24,23; dat is exact evenveel als het gemiddelde.

De ondernemers produceren scherp maar zien nog wel mogelijkheden voor verbetering. Een belangrijke focus ligt op het verlagen van de voerkosten, met inkoop van interessante bijproducten. De basis van het rantsoen ligt overigens in de twee enorme sleufsilo’s met een capaciteit van elk 250 hectare snijmais.

Net als in Nederland vormt mest een toenemende kostenpost op Vlaamse melkveebedrijven. De totale mestafzet op het bedrijf is 5.500 kuub. Een deel van de mest wordt via de mestscheider omgezet in dikke en dunne fractie. Het dikke deel wordt gebruikt als boxvulling en afgezet voor export. Dat levert de ondernemers zogenoemde mestverwerkingscertificaten (mvc’s) op. De dunne fractie gaat op het grasland op het eigen bedrijf en wordt afgezet in de buurt. Dankzij het scheiden van de mest en lokale afzet ligt de gemiddelde afzetprijs op € 4,5 per kuub drijfmest. “Door zelf actief te werken aan mestafzet kunnen we de kosten laag houden.” Een bijkomend voordeel is dat het verwerken van de mest zogenoemde nutriëntenemissierechten (NER’s) oplevert, een soort fosfaatrechten. Voor een melkkoe zijn circa 127 NER’s nodig en in de huidige markt is dat een investering van ongeveer € 500 per koe. Belgische ondernemers kunnen dus relatief goedkoop groeien.

Verdere opschaling

Het bedrijf heeft in een relatief korte tijd grote stappen gezet maar is nog niet gereed. De Belgische wetgeving, de bouwkavel van 4,5 hectare en vooral de ondernemersgeest creëren ruimte voor verdere opschaling. Een grote omvang heeft volgens beiden allerlei voordelen maar past vooral bij hun eigen ondernemersdrive. Bij de bouw van de nieuwe stal is al rekening gehouden met het spiegelen ervan. Ook plaatsen de melkveehouders dan een nieuwe melkstal. Om arbeidskosten laag te houden staat er straks een grote draaimelkstal en een beperkt machinepark voor alleen weidebouw en het transporteren van mest.

Groei in aantallen is echter niet de enige route tot versterking van het bedrijf; ook op het gebied van opbrengsten worden de komende jaren investeringen gedaan. Het plan is om zelf een (beperkt) deel van de melkplas te verwerken. In eerste instantie voor het maken van ijs, maar ook andere zuivelproducten hebben de belangstelling. Vlamingen willen tijd en vooral geld uittrekken voor goed eten en vinden dat steeds vaker op het erf van agrarische ondernemers. En dat zijn zeker niet alleen kleine bedrijven.

Het plan is concreet; de paaltjes voor de nieuwbouw zijn al in de grond geslagen. Tegelijkertijd met een nieuwe woning voor de ouders wordt in traditionele -hoefijzer- hoevevorm een ruimte voor klanten en een bed & breakfast gerealiseerd. Het agro-toerisme wordt een activiteit van de dochter. Stefan: “Groot kan hier heel goed samengaan met verbreding.”

 

Stijn (23) en Stefan (49) Maes hebben in het Belgische Eksel in een landbouwvennootschap een bedrijf met circa 530 koeien aan de melk en 530 stuks jongvee waarvan de oudere dieren bij een jongveeopfokker staan. De ondernemers bewerken ongeveer 132 hectare grond waarvan 58 hectare in eigendom. De productie per koe bedraagt circa 11.700 kilo per jaar met 3,45% vet en 3,46% eiwit. In 2016 lag de productie op 5,8 miljoen kilo melk. Op het bedrijf zijn vier buitenlandse werknemers werkzaam die via een zogenoemde melkersvennootschap op zelfstandige basis bij Maes en een andere melkveehouder werken.

Auteur

Rene%20Stevens
Freelanceredacteur Melkvee100Plus

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.