Melkvee100Plus
Show article

In het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) kunnen ondernemers keuzes maken om in aanmerking te komen voor een deel van de premies. Wat het beste past, is sterk bedrijfsafhankelijk. Flynth geeft alvast een voorzet om een goede economische afweging te maken.

De agrarische sector krijgt vanaf 2023 te maken een nieuw GLB vanuit de EU. Dat gaat ook de melkveehouderij raken. Elk land vult het GLB op een eigen manier in; Nederland doet dat via het zogenoemde Nationaal Strategisch Plan (NSP) dat Brussel moet goedkeuren.

Het Europese premiestelsel is al meermalen aangepast. Begin van de eeuw ging het systeem grondig op de schop. In 2006 zijn verschillende EU-premies vervangen door toeslagrechten. Daarmee werd directe productie losgekoppeld van het verkrijgen van premies. Daaronder vielen onder andere de zoogkoeienpremie, graanpremies en maispremie. In 2007 is ook de melkpremie ontkoppeld en in 2010 de slachtpremie. In 2015 is het idee van historisch opgebouwde rechten verlaten. Het aantal hectares en betalingsrechten zijn vanaf dan bepalend voor de hoogte van de premie. Vanaf 2019 hebben alle betalingsrechten dezelfde waarde.

Stapsgewijs omlaag

In totaal heeft Nederland rond de € 800 miljoen te besteden. Dat is verdeeld over het garantiefonds (pijler 1) en het plattelandsfonds (pijler 2). In de nieuwe opzet gaat er meer geld naar de tweede pijler; nu is dat nog 8% maar in de plannen voor het nieuwe GLB bedraagt in 2023 die overheveling 15%. In 2027 gaat het om 30%.

Wat blijft is dat toeslagen voor agrarische ondernemers gekoppeld zijn aan de hoeveelheid grond. De betalingsrechten komen echter te vervallen en de aanvraag voor premie wordt straks gedaan op basis van gronden die in gebruik zijn. Voor bedrijven geldt een minimale uitbetalingsgrens van € 500. De inkomenssteun per hectare gaat wel stapsgewijs omlaag. In 2023 is de basispremie gemiddeld € 255 per hectare, in 2027 zal dat nog € 194 per hectare zijn. Nu is een betalingsrecht nog bijna € 260 per hectare waard. De vergroeningsbetaling van bijna € 112 per hectare maakt plaats voor de zogenoemde eco-regeling.

Binnen het nieuwe systeem vindt een gedeeltelijke herverdeling van hectaretoeslag plaats van grote naar kleine bedrijven. Dat is een Europese opgave. In totaal gaat het om 10% van het budget. Er wordt gesproken over een extra toeslag over de eerste hectares om de kleinere bedrijven wat meer te steunen. De precieze uitwerking hiervan is nog niet duidelijk.

Tot slot wijzigen ook de voorwaarden om subsidie te verkrijgen. Dat stond altijd bekend als ‘cross compliance’ en heet in het nieuwe GLB ‘conditionaliteiten’. Waarschijnlijk komen er nieuwe eisen zoals bufferstroken, gewasrotatie en 4% niet-productieve grond op bouwland. Een aantal ervan loopt gelijkmatig op met eisen uit het nieuwe zevende actieprogramma nitraatrichtlijn, zoals aanleg van een bufferstrook. Nederland houdt in het nieuwe GLB de opgave om het aandeel blijvend grasland niet te verlagen.

Aanpassing voor eco-premie heeft een prijs

De keuze voor een activiteit hangt af van de inpasbaarheid en kosten en opbrengstenderving die ermee gemoeid zijn. Op dit moment zijn de waardes nog niet definitief bekend. Wel is te bepalen hoe hoog de eco-premie moet zijn om verlies te compenseren. Rinus Wientjens van Flynth heeft dat voor een paar activiteiten doorgerekend. Daarbij geldt wel dat de mix aan activiteiten moet opwegen tegen de hoogte van de totale eco-premie.
Stel dat een veehouder door aanleg van een graslandrand over het hele areaal één hectare minder kan gebruiken. Waarschijnlijk zijn de randen niet het meest productief dus is een opbrengst van 8.000 kilo droge stof reëel. Bij een prijs van 10 tot 12 cent per kilo, is dat een verlies van € 800 tot € 960 aan ruwvoer. Op de oppervlakte is verder 50 tot 60 ton minder drijfmest te plaatsen. Voor overschotbedrijven is dat € 500 tot € 900 aan extra mestkosten. Daar komt zo’n € 100 aan VVO’s bij. In totaal zijn de kosten en gederfde opbrengsten dus € 1.500 tot € 2.000 per hectare. Voor een bedrijf met een oppervlakte van 50 hectare is dat € 30 tot € 40 per hectare.
Er is nog een tweede berekeningswijze: het missen van één hectare geeft in het kader van de Wet Grondgebonden Groei (bij de hoogste staffel) twee koeien minder te houden. Bij een saldo van € 2.000 per koe is dat op een bedrijfsniveau € 4.000 verlies aan saldo. Dat is voor de totale gestelde oppervlakte € 80 per hectare.
Een ander voorbeeld is verlagen van de veebezetting. Op een gemiddeld bedrijf is dat 2,5 GVE per hectare maar de norm voor de eco-regeling is 1,5 GVE. Dat betekent 1 GVE of 1 koe per hectare verminderen. Ook hier geldt het saldo van € 2.000 per koe dat wordt gemist, dus € 2.000 per hectare. Een premie om dat te compenseren zou € 2.000 per hectare moeten zijn, dus onrealistisch hoog. Voor intensieve bedrijven kan het verschil zelfs nog groter zijn.

Punten scoren

De grootste verandering waar veehouders mee te maken krijgen is de invoering van de eco-regeling. Voor deze regeling is jaarlijks een bedrag beschikbaar van € 152 miljoen. Ondernemers kunnen met 25 tot 30 activiteiten punten scoren voor vijf doelen: klimaat, bodem & lucht, water, landschap en biodiversiteit. Per doel en in totaal moet een minimumaantal punten worden gescoord om in aanmerking te komen voor de eco-premie. Ondernemers kunnen zelf een pakket samenstellen om in aanmerking te komen voor deze extra toeslag. Het uitgangspunt van het ministerie daarbij is dat 80% van het areaal in aanmerking moet kunnen komen voor eco-premie.

Dan kent de eco-regeling ook een waardebepaling. Elke activiteit vertegenwoordigt een bedrag dat is gebaseerd op kosten en opbrengstderving. De waarde is onder ander afhankelijk van de regio of grondsoort. Hoe hoger de waarde, hoe hoger de hectaresteun. Deze werd in de GLB-pilot van afgelopen zomer uitgedrukt in brons, zilver of goud. Daarbij geldt ook een minimumwaarde van het totaal aan activiteiten om in aanmerking te komen. Er circuleren bedragen van respectievelijk € 110, € 120 en € 130 per hectare, maar ook wat hogere bedragen per hectare zijn genoemd. De definitieve niveaus moeten nog worden vastgesteld.

Ondernemers kunnen voor de eco-regeling met enkele tientallen activiteiten punten scoren voor vijf doelen: klimaat, bodem & lucht, water, landschap en biodiversiteit. Een optie is de teelt van een eiwitgewas zoals luzerne. De lijst van met activiteiten is nog niet definitief. Ook zijn ze niet allemaal toegespitst op de melkveehouderij. – Foto: Henk Riswick

‘Goed rekenen’

Veehouders moeten dus gaan kijken welke activiteiten op hun bedrijf het beste passen en bijdragen aan voldoende punten op bedrijfsniveau. “Het wordt op veel bedrijven goed rekenen”, zegt Rinus Wientjens, melkveeadviseur en GLB-deskundige bij Flynth. Hij is betrokken geweest bij een aantal pilots rondom de invulling van het nieuwe GLB. “Samengevat, het is een puzzel die elke veehouder zal moeten maken.” Enerzijds gaat het om de praktische mogelijkheden, maar anderzijds de kosten of opbrengstderving waar een ondernemer mee te maken krijgt. Dat kan op elk bedrijf anders uitpakken. RVO streeft ernaar om medio 2022 een tool beschikbaar te hebben om praktijksituaties door te rekenen. Van een eerdere versie is tijdens de pilot vorig jaar al gebruik gemaakt.

Zoals al aangegeven zijn op dit moment van schrijven de waardes en bedragen nog niet zeker. Wel is in het kader op deze pagina’s een aanzet gegeven om de economische impact van een aantal activiteiten in beeld te brengen.

Het is uiteindelijk de mix aan maatregelen die bepaalt of en welke activiteiten interessant zijn om te kiezen. “Daarbij is het goed te beseffen dat activiteiten niet alleen geld of inspanning kosten.” Zo kan een maatregel als het toepassen van meer weidegang op bedrijven juist kosten besparen, afhankelijk van de situatie. Het telen van grasklaver op een deel van de percelen draagt bij aan extra eigen eiwit. Wientjens benadrukt dat verschillen van impact op bedrijven groot zijn. “Het is belangrijk om ook te bepalen wat een bedrijf nu al doet. Het is best mogelijk dat maar een klein stapje nodig is om op alle onderdelen voldoende punten te halen en daardoor voor alle hectares de eco-premie te kunnen ontvangen.”

De lijst van met activiteiten is nog niet definitief. Ook zijn ze niet allemaal toegespitst op de melkveehouderij. Hier een aantal mogelijke interessante en inzetbaar voor de melkveehouderij.

Auteur

Rene%20Stevens
René Stevens is sinds 2000 freelance redacteur bij Boerderij.

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.