Melkvee100Plus

‘Top boeren met bomen en bos’

Artikelen Diederik Sleurink 11 nov 2020
Show article

150 koeien melken op een landgoed met veel bomen en bos, ga er maar aan staan. De Overkempes hebben van de nood een deugd gemaakt door hun melk te leveren onder PlanetProof-keur in de aparte melkstroom voor Weide Weelde.

Met een afwisseling van bos, lanen en open weilanden heeft landgoed ’t Rozendael tussen Raalte en Heino (Ov.) de wandelaar en fietser veel mooie doorkijkjes te bieden en valt er voor natuurliefhebbers allerlei moois te spotten. Een prachtige plek om te wonen en te boeren. En om romantisch te trouwen zelfs. Erik Overkempe en Femke Beljon trouwden in augustus met een prachtig buitenfeest bij hun eigen boerderij. De plek waar Erik koeien melkt en Femke met haar dressuurpaarden en trainingsstal aan de weg timmert.

Met zijn vader en moeder boert Erik op een pachtboerderij van het landgoed waarvan Stichting Baron van Ittersum de eigenaar en verpachter is. De buurman was in 2007 te vinden voor een overdracht door middel van een tijdelijke samenwerking in een commanditaire vennootschap (cv), wat een fiscaal vriendelijke overdracht van het quotum mogelijk maakte en overname van de pacht. Op dit bedrijf bouwden ze in 2009 een openfrontstal met
80 boxen naast de bestaande ligboxenstal voor 84 koeien, zodat ze alle koeien van de samengevoegde boerderijen efficiënt op één plek konden huisvesten. Het jongvee huist nu op de ouderlijke boerderij waar zijn ouders Harry en Ria wonen, één huisnummer en een paar honderd meter langs de halfverharde weg verderop.

Bomen en bos

Erik maakt op het erf een weids gebaar. “Bomen en bos horen erbij hier. Ik heb maar twee percelen waar geen boom op staat.” Rond de boerderij ligt 40 hectare huiskavel die bereikbaar is met de koeien. In totaal hebben ze de beschikking over 84 hectare zandgrond, verdeeld over 35 percelen. Makkelijke, lichte zandgrond, die met goede dierlijke mest en een beetje kunstmest goed kan produceren, maar ook snel verdroogt.

De oppervlakte is voldoende om zelfvoorzienend te zijn met ruwvoer. Dat is ook het doel waarvoor ze afgelopen droge zomers flink aan de bak moesten met beregening en het is ook dit jaar weer gelukt. Sinds vorige zomer beregenen ze met meer gemak, met drie zelfrijdende haspels van het Deense merk Omme. Bij dit systeem wordt de haspel naar het eind gereden, waarna deze al sproeiend het spoor van de aanvoerslang terug volgt en daarbij moeiteloos bochten maakt, wat op onkante percelen en L-vorm percelen een groot voordeel is. Voor de aandrijving hebben ze twee elektrische pompen en één met een dieselmotor. “We gaan beregenen als het een week droog is en er nog een week geen regen wordt voorspeld, om het gras goed aan de gang te houden”, vertelt Harry. “Collega’s zien de noodzaak dan nog niet zo en verklaren ons soms voor gek”, vult hij lachend aan. Mest uitrijden combineren ze meestal met inregenen, omdat de mest dan veel sneller en beter wordt benut met het gras. “Zo konden we het mooi verdeeld over de zomer gebruiken en dan heb je ook minder last van langdurige nagroei tot in de winter”, zegt Erik.

Blijvend grasland

En behalve dat: met voldoende water voorkomen ze dat de grasmat uitdroogt en er kale plekken ontstaan. Behoud van de grasmat staat bij de Overkempes hoog in het vaandel, omdat ze geen grasland willen vernieuwen. “Vanwege de kosten, maar ook om geen organische stof en bodemleven op te offeren. Gemiddeld hebben we nu zo’n 5 à 6% organische stof onder het grasland en daar moeten we zuinig op zijn. We hebben al zeker tien jaar geen grasland meer vernieuwd en er zijn percelen waar de graszode al dertig jaar ligt. Alleen toen we terug moesten naar 20% mais om aan derogatie-eisen te voldoen, is er nieuw gras ingezaaid”, zegt Erik. Verbeteren van de grasmat doen ze waar nodig via de geleidelijke weg, met wiedeggen en doorzaaien in het najaar.

14,5 hectare natuurbeheer

Met de overname van het bedrijf van de buurman kwam er een portie agrarisch natuur­beheer mee. Een blok van 11,5 hectare laagliggend land in het bos, met een beheerpakket met maaidatum 15 juni. “Daar groeide op het laatst alleen nog pitrus en mos”, zegt Erik. “En voor weidevogels hebben die bospercelen toch al geen waarde.” Na het aflopen van de overeenkomst in 2017 hebben ze het natuurbeheer op hun eigen manier voortgezet. Daarvoor zaaiden ze in 2018 tien hectare door met een kruidenrijk mengsel. Dat krijgt jaarlijks ‘een beetje’ drijfmest of stalmest. Anderhalve hectare langs de Grote Wetering was al ingericht als grote kikkerpoel en waterberging met een grote plasdras-zone en dat houden ze in stand.

De tien hectare maaien ze in de zomer twee keer en maken er hooi van. “Zo komt er toch nog goed ruwvoer van die percelen. We kuilen het gewoon mee in een broodkuil. Dat werkt gewoon het makkelijkst”, vertelt Erik. Qua natuurbeheer sluit dit ook beter aan bij wat er al aan vogels en andere dieren in het bosgebied aanwezig is. Voor de fazant die hier nu weer gespot wordt, maar ook voor de zeldzame patrijs is het soortenrijke grasland gunstig. En verder profiteren ook kleine zangvogels, vlinders en andere insecten van een gewas met veel bloei en variatie.

Randenbeheer

Als vanzelf kwam vervolgens de optie voorbij om de melk te leveren aan het duurzaamheidsproject Weide Weelde van Noorderland Melk. “Daarvoor zochten ze tien boeren die minimaal tien procent van de oppervlakte in agrarisch natuurbeheer hebben, 180 dagen per jaar weiden en kunnen leven met minimaal gebruik van onkruidbestrijding. Nou, geen punt. Daar voldeden wij al aan”, vertelt Erik.

Het levert Overkempe naast de weidetoeslag van anderhalve cent nog een halve cent extra per kilo melk op. Vanuit de meerprijs die de supermarkten betalen vormt Weide Weelde bovendien een pot waarmee de aangesloten boeren natuur- en duurzaamheidsinvesteringen kunnen doen. In overleg met de Agrarische Natuurvereniging Groen Salland hebben de Overkempes nog zo’n drie hectare perceelsranden langs het bos bestemd tot kruidenrijke perceelsrand. De kosten voor het inzaaien kwamen uit het Weide Weelde-potje. Het beheerpakket levert € 1.300 per hectare op.

Deze randen mogen niet worden bemest en niet beweid. Ze laten ze in het voorjaar eerst uitbloeien tot 15 juni. “Die randen zijn mooi hoor, met veel bloeiende bloemen en insecten die erop afkomen. Kenners hebben er twee zeldzame vlinders gezien: de zuringspanner en de kleine vuurvlinder”, vertelt Harry.

Weide Weelde en PlanetProof

Inpassen van natuurbeheer ligt in deze om­geving wel voor de hand, vindt Erik. De per­celen in het bos zijn landbouwkundig zeer ­matig, maar wel heel geschikt voor natuur­beheer. De mest en kunstmest die ze daar ­‘besparen’ kunnen ze benutten voor vrucht­bare percelen.

“Zakelijk gezien past de puzzel nu prima”, zegt Erik. “Op die percelen halen we toch geen hoge opbrengsten en we besparen er ook wat tijd en kosten. Met wat we nu aan natuur doen, voldoen we ruimschoots aan de eisen van PlanetProof en Weide Weelde. Ik ben er best trots op dat we met Weide Weelde een aparte melkstroom hebben.”

Het zwaarste ‘eisenpakket’ is dat van PlanetProof, waarvoor Overkempe 2 cent per kilo melk extra krijgt bovenop zijn weidepremie van 1,5 cent. Omdat hij die melk levert in de Weide Weelde-melkstroom komt er nog een halve cent per kilo melk bij. Weide Weelde legt het accent op natuur, naast veel weidegang (minimaal 180 dagen). Het natuurbeheer levert hem dus zo’n € 7.500 per jaar op uit Weide Weelde. Met de vergoeding voor randen­beheer komt het op € 11.500 voor 13,5 hectare natuur. Erik: “Dat is geen extra verdienste, maar vergoeding voor gemiste opbrengsten.”

TMR-voeren

Overkempe stapte twee jaar geleden over op TMR-voeren en houdt de koeien daarvoor in twee groepen: de hoogproductieve tot 180 lactatiedagen en de oudmelkten. Met enkelvoudige voeders als maismeel, gerst, soja en raap stelt hij met hulp van een onafhankelijke voeradviseur zijn rantsoenen samen. “De krachtvoerkosten zijn ongeveer 5 cent per kilo lager en met een gemiddelde productie van 10.000 kilo per koe met 4,10% vet en 3,71% eiwit melken we daar prima van.” Overkempe melkt drie keer per dag, vooral samen met zijn vader. Vier keer per week hebben ze ’s middags een melker.

Van april tot in november krijgen de koeien zes uur per dag weidegang. ’s Morgens na melken krijgen ze het gemengde rantsoen en gaan een uur later naar buiten. Na de middagmelking krijgen ze vers gemaaid gras over het restant van het gemengde rantsoen voor het voerhek. “Zo krijgen we 8 tot 10 kilo vers gras in de koeien en hebben ze toch de tijd om het gemengde rantsoen met het krachtvoer op te vreten. Dit is het optimale voor ons. Met nog meer gras zou het gehalte krachtvoer in het TMR-mengsel hoger moeten, maar dat wordt dan te veel. Zo benutten we ons eigen ruwvoer en eigen eiwitproductie goed en melken er een prima productie mee.”

Erik Overkempe melkt in maatschap met zijn ouders Harry en Ria 150 melkkoeien op hun pachtbedrijf op landgoed ’t Rozendael bij Heino (Ov). Van de 84 hectare is 56,5 ha grasland, 14 hectare mais en 13,5 hectare natuurbeheer: 1,5 hectare kikkerpoel en plasdras (op de foto), 11 hectare kruidenrijk gras en 3 ha kruidenrijke perceelsranden met beheervergoeding. Met natuur en 180 dagen weidegang voldoen ze aan de eisen van Weide Weelde-programma van Noorderland Melk. Tegelijk leveren ze de melk onder het Planet Proof keurmerk. Duurzaamheid en natuur is samen goed voor 4 cent toeslag op de basis melkprijs. Overkempe melkt drie keer per dag en voert de koeien in twee groepen met een TMR-rantsoen.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.