Melkvee100Plus
Show article

Driekwart van de melkveehouders houdt zich bezig met milieuvraagstukken. Dat blijkt uit de driemaandelijkse enquête die Melkvee100Plus uitvoert onder haar lezers.

Grondgebondenheid is een van de onderwerpen die regelmatig terugkeert via standsorganisaties of vanuit de melkverwerkende industrie. Op de stelling dat grondgebondenheid de toekomst is voor de melkveehouderij is toch iets meer dan de helft (57%) het oneens. Zij vinden dat ook zonder grondgebondenheid op verantwoorde wijze productie mogelijk is. De andere 43% is verdeeld over hoe de grondgebondenheid zou moeten zijn. De helft vindt dat grondgebondenheid op sectoraal niveau goed genoeg is, terwijl de andere helft denkt dat elk bedrijf afzonderlijk grondgebonden zou moeten zijn.

Op gebied van stikstof verwacht slechts een kwart aankomend jaar geen maatregelen. Nog eens 17% verwacht dat er wel ruimte komt in de stikstofreductie door vermindering van de ammoniakuitstoot door mest en urine te scheiden. 26% van de respondenten denkt dat er alsnog een generieke korting kan volgen in 2021, analoog aan het voerplan zoals dat door minister Schouten was voorgesteld (en vervolgens niet doorging). Het grootste deel van de veehouders (32%) denkt dat stikstofreductie via rantsoenoptimalisatie in 2021 een rol gaat krijgen.

In het streven naar klimaatneutrale productie zegt ook een derde daar (nog) niet mee bezig te zijn. Wie er wel mee bezig is, denkt vooral aan de aanschaf van zonnepanelen, of een combinatie van duurzame energieopwekking. Monovergisters als alternatief zijn met 3% het minst populair. Ook extensiveren door minder koeien te gaan houden en/of meer land onder het bedrijf te verweven krijgt bij slechts 9 % de handen op elkaar.

Een andere wijze om duurzaamheid te verbeteren is om via de fokkerij accent te leggen op levensduur en voerefficiëntie. Bijna 2 op de 5 denkt dat die weg te langzaam gaat en te kleine stappen realiseert. Fokkerij kan volgens 46% wel bijdragen, maar zal in combinatie moeten met anderen maatregelen. Maar 17% denkt dat fokkerij een goede methode is om de duurzaamheid van de melkveehouderij te verbeteren.

Kosten en opbrengsten

In de bedrijfseconomische kant van de melkveehouderij valt op dat de voerkosten de laatste jaren, niet in de laatste plaats door drie droge zomers, zijn gestegen tot een gemiddelde van 10,69 cent per kilo melk. Opvallend is dat bijna een kwart zegt dat de voerkosten op zijn bedrijf 1-2 cent lager is en nog eens 30% zegt dat ze er 2 cent of meer onder zitten. Van de resterende 46% zegt 29% op hetzelfde niveau te zitten als in de vraagstelling en de overige 17% zit er 1 tot 2 cent boven of zelfs meer dan 2 cent.

Van de ondervraagden is 38% tevreden met de voerkosten zoals die gerealiseerd worden omdat ze passen zijn bij het bedrijf. Het overgrote deel van degenen die vinden dat ze wat moeten doen aan de voerkosten, wil dat realiseren door focus te leggen op verhogen van de ruwvoerproductie.

Aan de opbrengstenkant verwachten de veehouders weinig veranderingen. De ­belangrijkste opbrengsten komen uit het melkgeld, en driekwart van de veehouders denkt dat de prijs daarvan het komende halfjaar gelijk zal blijven aan het huidige niveau.

De visie op het ondernemersklimaat is de laatste, altijd terugkerende vraag. In oktober vorig jaar speelde het stikstofdebat enorm en dat maakte dat ondernemers het klimaat een magere 3,8 gaven. De coronacrisis in het voorjaar liet de melkprijs dalen en na het tweede kwartaal was de gemiddelde waardering een 4,8. Hoewel de enquête in het midden van de tweede coronagolf werd gehouden, zijn de ondernemers toch iets positiever gestemd, hoewel een gemiddelde van 5,2 nog lang geen voldoende is.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.