Melkvee100Plus
Show article

Witrikken, extensief boeren, sobere voeding en kaas vormen op het bedrijf van Erik en Lisette van Oosterhout een opvallend goede combinatie.

Het is een bijzonder gezicht in de stal van Erik en Lisette van Oosterhout: een deel van de koeien heeft een opvallende witte streep over de rug. Bij de een breed en van voor tot achter; bij de andere smal of net niet helemaal doorgetrokken.

De koeien zijn zogenoemde Witrikken. “Het is een Witrik als de streep doorgetrokken is”, legt de melkveehouder uit. De mooiste exemplaren hebben daarnaast een wat vlekkerig zwarte kleuring.

Het bedrijf van Van Oosterhout herbergt de grootste populatie Witrikken in Nederland. Ongeveer de helft van de koeien heeft in meer of mindere mate de typische afbeelding op de rug. Witrik is geen ras maar een kleurslag; op dit bedrijf zijn het allemaal Holsteins met deze bijzondere kleur, maar ook in andere rassen komen Witrikken voor. Eigenlijk is het dus een Holstein-koe in een ander jasje.

‘Er is in het algemeen weinig kennis over de Witrik’

Zolang Erik zich kan herinneren, lopen Witrikken op het bedrijf. Zo’n 20 jaar geleden is hij er bewuster op gaan fokken. “Vooral omdat we het mooie koeien vinden.” Ook merkte hij steeds meer vraag naar vee met deze bijzondere kleurslag. Liefhebberij en markt versterken elkaar en het streven naar een volledige Witrikken-populatie was geboren. Dat bleek echter lastig; een kruising van een Witrik en zwartbonte koe of stier levert de grootste kans op een Witrik-kalf, maar het blijft een verrassing. Bovendien zijn lang niet alle Witrikken perfect; in zijn veestapel gaat het maar om enkele tientallen. “Er is in het algemeen weinig kennis over de Witrik; er is nu niet meer bekend dan er in de jaren vijftig was.” Ook het aantal beschikbare stieren is beperkt. Gelukkig is er weinig kans op inteelt, dankzij voldoende verschillende bloedlijnen.

Kleine gewassen

De jarenlange fokkerij op Witrikken gaat hand in hand met het streven naar een robuuste koe met goed beenwerk en volledig grondgebonden zijn. Zo blijft alle mest op het bedrijf en voert Van Oosterhout maximaal voer van eigen bodem. Daarvoor telen ze een aantal kleine gewassen als tarwe, spelt en soja. Het jongvee wordt uitgeschaard in percelen met natuurlijk grasland in de Haagse Beemden; een gebied tussen Terheijden en Breda. Alleen de hoogproductieve dieren krijgen beperkt krachtvoer in perioden dat ze wat extra’s nodig hebben.

Met het sobere rantsoen streeft de ondernemer naar een productie van 8.000 kilo per koe en een hoog eiwitgehalte. Naar schatting, want de ondernemers doen niet aan melkcontrole; het is duur en mogelijkheden van individueel sturen, zijn volgens de veehouder toch beperkt. De koeien krijgen nu ongeveer 15% natuurgras in het rantsoen. “Ik zou daar nog wel meer van willen voeren, maar dan gaat het ten koste van de productie. Het is zoeken naar het optimum.”

‘De bedragen in de jaarlijkse boekhoudrapporten geven vertrouwen dat het wel goed zit’

De manier van werken is vooral gedreven door het eigen ideaal van de ondernemers om duurzaam en verantwoord melk te produceren. Economisch kan Erik het niet onderbouwen, want producties en kostprijzen zijn niet bekend. De bedragen in de jaarlijkse boekhoudrapporten geven echter voldoende vertrouwen dat het wel goed zit.

Daar komt bij dat de Witrikken en sobere houderij goed passen bij de kaasmakerij. Deze is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een belangrijke pijler van het bedrijf. Ook vandaag is Lisette druk in de winkel, dus vertelt Erik het verhaal alleen.

Op de etiketten van de kazen prijkt de Witrik. Boerenkaas is voor een deel emotie en beleving en daar past het beeld van de Witrik volgens Van Oosterhout heel goed bij. “Het geeft extra elan.” Ook de eigen geteelde voeders sluiten naadloos aan; het geeft zekerheid over de herkomst en dat geen GMO-houdende grondstoffen zijn gebruikt. “Onze klanten vertrouwen erop dat we zo duurzaam mogelijk werken.”

De stap naar biologisch lijkt op dit bedrijf daarom klein, maar dat durft hij niet aan. “In de kaasmakerij levert het niks extra’s op. Ik kan de kaas niet duurder maken.” Bovendien teelt hij te graag mais en andere gewassen, en verwacht hij problemen als dat zonder onkruidbestrijding moet. “Voor de melk die we afleveren, is het financieel interessant, maar de risico’s zijn te groot.”

Ruim in het jongvee

De komende jaren blijven de ondernemers streven naar meer Witrikken in de stal. Ook het aantal koeien zal wat toenemen. In de stal is enkele jaren geleden ruimte gemaakt om door te groeien, dus 110 koeien is geen enkel probleem. Fosfaat aankopen gaan ze niet doen; groei komt uit het verminderen van het aantal stuks jongvee.

Met 140 stuks op 95 melkkoeien zit Van Oosterhout ruim in het jongvee. De door de overheid gedwarsboomde groeiambitie speelt daarbij een rol, maar ook het beleid om veel jongvee aan te houden. Hij vindt het handig om maximaal te fokken op Witrik en er is veel vraag naar deze koe en soms een stier. Voor de betere dieren ontvangt hij een bovengemiddeld bedrag. “Met gewoon vee van ons bedrijf, waar geen productieresultaten van bekend zijn, kan ik die prijzen nooit maken.”

Erik (48) en Lisette (45) van Oosterhout hebben in Made (N.-Br.) een bedrijf met circa 95 melkkoeien en 140 stuks jongvee. In totaal heeft het bedrijf 130 hectare grond in gebruik, waaronder 30 hectare grasland, 20 hectare snijmais, 4 hectare tarwe, 4 hectare soja, 1 hectare spelt, 0,5 hectare suikermais en krap 75 hectare natuurlijk grasland. Van de melkproductie verwerken de ondernemers circa 20% tot kaas en andere zuivelproducten. Deze worden bijna volledig aan huis onder de naam ‘Kaasboerderij ’t Bosch’ verkocht. Het echtpaar organiseert regelmatig excursies voor burgers en andere geïnteresseerden.

Auteur

Rene%20Stevens
Freelanceredacteur Melkvee100Plus

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.