Melkvee100Plus
Show article

Na vijf jaar onderhandelen is het landelijke plan IBR-uitroeiing en BVD-beheersing gepresenteerd. De kosten zijn voornamelijk voor de veehouders.

De landelijke aanpak IBR en BVD start begin 2018. Dit maakten het ministerie van Economische Zaken en de stuurgroep Voorbereiding nationale aanpak IBR/BVD-bestrijding op 8 juni bekend.

Met een verplicht programma wil de rundveesector IBR de komende jaren uitroeien. Hiervoor bereidt Martijn van Dam, staatssecretaris van Economische Zaken, de komende maanden een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) voor. Deze AMvB is nodig om een Europese IBR-status te kunnen aanvragen. De bestrijding van IBR verloopt via een verplicht vaccinatieprogramma. De precieze invulling wordt de komende maanden opgesteld. Daarin wordt ook opgenomen wat via de wet of via private regelingen wordt bepaald.

Bedrijven die nu al IBR-vrij of IBR-onverdacht zijn, krijgen vrijstelling van de vaccinatieplicht . Zij hoeven hun status alleen maar te monitoren door tankmelkonderzoek, bloedtappen of aan de slachtlijn. Dit geldt ook voor bedrijven waar geen kalveren worden geboren, dieren altijd binnen staan en alleen naar de slacht worden afgevoerd. Dit geldt voornamelijk voor vleeskalverbedrijven. De kalversector importeert op den duur alleen nog IBR-vrije of gevaccineerde kalveren.

BVD eerst beheersen

Voor BVD geldt dat er een beheersingsprogramma wordt opgesteld, een bestrijdingsplan is nog niet mogelijk omdat BVD geen Europese status heeft.De Europese Commissie herziet momenteel de dierziektelijst en zodra BVD daarop komt, zal de staatssecretaris een landelijk programma in overweging nemen. In de melkveehouderij en de vleeskalverhouderij kan dit via kwaliteitssystemen en leveringsvoorwaarden. De zuivelondernemingen kondigden eerder dit jaar al aan verplichte BVD-beheersing in hun leveringsvoorwaarden op te nemen. Dragers moeten worden opgespoord en afgevoerd.

De vleeskalversector gaat kalveren uit niet BVD-vrije landen testen. Voor de roodvleessector kunnen nu geen regelingen worden opgesteld, omdat deze sector geen brancheorganisatie heeft. “We hebben deze sector ook niet voor de volle 100% achter de plannen voor een landelijke aanpak gekregen. Toch verwacht ik dat vleesveehouders mee gaan doen, omdat de afzet van levende dieren in het gedrang komt. Verder zoeken we naar stimulering om ze toch over de streep te trekken”, zegt Toon van Hoof, voorzitter van stuurgroep Voorbereiding nationale aanpak IBR/BVD-bestrijding.

Gemis productschappen

De eerste signalen voor een landelijk IBR/BVD-bestrijdingsprogramma waren er al in 2012. Het wegvallen van de productschappen is volgens Van Hoof de belangrijkste reden waardoor het traject zo lang heeft geduurd. In eerste instantie zou de overheid alleen een ondersteunende en faciliterende functie hebben.

Van Hoof: “Met het wegvallen van de productschappen werd dat ineens een stuk lastiger en was er veel tijd nodig om alles af te kaderen. Bij het roodvlees zit nog een pijnpunt waar we nog niet helemaal uit zijn, maar we willen nu toch doorpakken. Om voor IBR een artikel 9-status te krijgen en de import te kunnen aanpakken is de overheid nodig om het programma ‘Brussel-proof’ te maken. De Nederlandse overheid wil de regeldruk verlagen. Daarom hebben we het afgelopen halfjaar naar de regelgeving gekeken en hoe de private regeling vorm moest krijgen.”

Geraamde kosten voor eerste jaar € 23,3 miljoen

De kosten die verbonden zijn aan het bestrijdings- en beheersingsprogramma komen voor een groot deel voor rekening van de veehouder. “Het is niet mogelijk dat de overheid de kosten op zich neemt, zoals in omringende landen. Wel blijven we zoeken naar stimuleringsregelingen zoals de zuivel de afgelopen maanden heeft gedaan”, legt Van Hoof uit. 

Het bewaken van een BVD-vrije status kost melkveehouders tussen de € 126 tot € 288 per jaar. De stuurgroep schat de kosten voor monitoring en bestrijding van BVD voor de gehele melkveehouderij in het eerste jaar op € 7,7 miljoen, dit daalt naar € 2,5 miljoen in het vierde jaar. De geschatte terugverdientijd van de investeringen om BVD-vrij te worden, is op vijf jaar gesteld.
Voor vleesveebedrijven liggen de kosten op € 1,6 miljoen in het eerste jaar en deze dalen naar € 400.000 in het vierde jaar. Voordeel voor de veehouderij is dat de kosten van aanpak weg te strepen zijn tegen de kosten van bijvoorbeeld virusdragers in een stal.
Voor de IBR-bestrijding in de melkveehouderij zijn de totale kosten ingeschat op € 11 miljoen in het eerste jaar, aflopend naar € 7,2 miljoen in het vierde jaar en € 2 miljoen in het achtste jaar. De terugverdientijd van de benodigde investeringen is geschat op tien jaar.
Voor vleesveebedrijven met meer dan twintig dieren liggen de geschatte kosten in het eerste jaar op € 1,5 miljoen, en 4 ton in het achtste jaar.
Voor de vleeskalverhouderij staan de kosten op € 2,2 miljoen per jaar totdat de import uit geheel ziektevrije dieren bestaat.

 

Auteur

Anne-Marie%20van%20der%20Linde
Verslaggever rundvee bij Boerderij

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.