Melkvee100Plus
Show article

Het fosfaatreductieplan heeft veel impact op de melkveesector. Hoe gaan melkveehouders om met de maatregelen? Drie ondernemers vertellen erover.

De impact van het fosfaatreductieplan is groot. Iedere Nederlandse melkveehouder heeft te maken met het plan. Veel (gezins)bedrijven worden hard geraakt. Veehouders moeten gezonde dieren afvoeren naar de slacht en maken zich zorgen over de nabije toekomst.

Biologisch melkveehouder en ondernemer Henk Aa weigerde zich neer te leggen bij de gevolgen van de regeling. Hij spande met succes een kort geding aan tegen de staat. In korte tijd heeft Aa grote bewondering gekregen voor Nederlandse melkveehouders, zegt hij. “Ik neem mijn hoed voor ze af. Ga er maar aan staan om in het huidige ondernemersklimaat een melkveebedrijf te runnen. Tegenover al die arbeids uren staat een zeer beperkte beloning. De melkprijs zou minimaal 45 cent per liter moeten zijn. Veel boeren zijn inmiddels murw gebeukt door de wet- en regelgeving. Massaal protest tegen het plan blijft in mijn ogen daarom uit. Dat is triest.”

Naast Aa vertellen ook Jan Klaasen en Chris Houtenbos over de wijze waarop zij omgaan met het fosfaatplan.

‘Nu veel vee afvoeren en in 2018 weer dieren aankopen’

Het fosfaatreductieplan heeft grote gevolgen voor het familiebedrijf van Jan Klaasen in het Noord- Brabantse Wintelre. “Het fosfaatprobleem is een papieren probleem. Het plafond is vastgesteld in een tijd dat er nagenoeg geen mest werd verwerkt en geëxporteerd. We moeten vee afvoeren, terwijl we de mest kunnen gebruiken.”
Jan Klaasen heeft zich aangesloten bij actiegroep ‘Innovatief uit de knel’. De melkveehouder pleit voor bedrijfsgebonden derogatie. “Wij hebben ons management op orde. Het grondwater onder ons grasland voldoet aan alle kwaliteitsnormen en de bodemvruchtbaarheid is uitstekend.” Volgens Klaasen is het op zandgrond prima mogelijk om tot 300 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare grasland aan te wenden. “Dat is veel duurzamer dan mest afvoeren en kunstmest aankopen.”
Klaasen nam in de zomer van 2016 een nieuwe ligboxenstal in gebruik. Die biedt plaats aan 250 koeien. Op de peildatum had hij 132 melk- en kalfkoeien en 84 stuks jongvee. Op dit moment heeft hij 120 melk- en kalfkoeien. De afgelopen maanden heeft hij noodgedwongen 20 koeien en 20 pinken afgevoerd, om te voorkomen dat hij boetes moet betalen. “Op 1 oktober had ik 120 stuks jongvee. De toevoeging van het jongveegetal als referentie betekent dat ik extra dieren af moeten voeren, terwijl ik volgend jaar weer vaarzen en rechten aan moet kopen. Dat is natuurlijk hartstikke krom.”
Net als zoveel andere bedrijven ging Klaasen voor de peildatum financiële verplichtingen aan voor uitbreiding van zijn bedrijf. “Het is noodzakelijk dat er meer koeien bij komen. Daar is ook op gefinancierd. Er moeten twee gezinnen rondkomen van ons familiebedrijf”, vertelt Klaasen. Hij weet nog niet welke gevolgen de uitspraak van de Haagse rechtbank heeft voor zijn bedrijf. “Er bestaan nog veel onduidelijkheden.”
Jan Klaasen (40) houdt in Wintelre (N.-Br.) samen met zijn broer Frans 120 melk- en kalfkoeien en 97 stuks jongvee op 57 hectare eigendom. Het rjg is 9.500 liter, met 4,46 % vet en 3,70 % eiwit. De stal biedt plaats aan 250 koeien.

‘Ik was bereid de boete van € 240 per dier te betalen’

Samen met vier andere biologische melkveehouders spande Henk Aa met succes een kort geding aan tegen de Nederlandse staat. “Je mag me zeker feliciteren. Ik had deze uitkomst niet verwacht. Veel mensen hadden me gewaarschuwd: “Het is lastig om een zaak tegen de overheid te winnen”, zo zeiden ze. Maar het is ons gelukt.”
Henk Aa is blij dat hij geen koeien hoeft af te voeren. Hij is vrijgesteld van het fosfaatreductieplan. Dat bleek uit het vonnis van de Haagse rechtbank op donderdag 4 mei. Aa en zijn biologische collega’s zouden onevenredig hard worden getroffen door het fosfaatreductieplan. Op het moment dat ze investeerden in bedrijfsontwikkeling konden ze niet voorzien welke maatregelen hen te wachten stond. Bovendien dragen de biologische melkveehouders niet bij aan het fosfaatoverschot en blijven zij onder de Europese normen, zo oordeelde de rechtbank. “Het fosfaatreductieplan rammelt aan alle kanten. Het is een wetmatige puinhoop van jewelste”, stelt Aa.
Volgens het fosfaatreductieplan had Aa 27 koeien af moeten voeren. Daar wilde hij echter niks van weten. “Ik was bereid geweest de boete van € 240 per dier per maand te betalen. Ik ben in de gelukkige positie dat ik me dat kan veroorloven. Maar het was voor mij ook een principekwestie. Mijn principes zijn me meer waard dan mijn geld.”
Aa nam een paar jaar geleden het voormalige proefbedrijf van Wageningen UR in Heino over. Hij had een grondgebonden groeistrategie uitgestippeld. Intussen groeiden andere bedrijven ook, met een fosfaatoverschot tot gevolg. Aa: “Melkveehouders zijn door banken en coöperaties gepusht om te investeren. De overheid had in 2015 door moeten pakken met mestverwerking. Daar is het spaak gelopen.”
Nu er een fosfaatoverschot is, vindt Aa dat het tijd wordt voor een grondgebonden sector. “Is het erg dat de derogatie op de tocht staat? Ik vind van niet. We putten onze bodem uit. De komende jaren moeten we met z’n allen toewerken naar grondgebondenheid. De melkproductie moet omlaag en de melkprijs moet omhoog.”
Henk Aa (69) heeft in Heino (Ov.) 120 melk- en kalfkoeien en 60 stuks jongvee op 87 ha. De boerderij-exploitatie is in maatschap met Rob Overesch (28). Het onroerend goed en de grond wordt door Aa in privé verpacht aan maatschap Averheino.

‘We hebben geluk gehad met onze groeistrategie’

Vof Houtenbos verhuisde begin 2015 met 50 melkkoeien naar het Noord-Hollandse Schagen. De overname van een ‘matige’ veestapel van 90 dieren pakte uitstekend uit. “We hebben geluk gehad. We wilden de stal zo snel mogelijk vol hebben en besloten daarom de veestapel van de verkopende partij over te nemen. De 90 dieren gaven gemiddeld maar 6.500 liter. Toch zagen we de potentie van de koeien. In onze ogen kwamen ze aandacht te kort.”
Chris Houtenbos is ontzettend blij met de keuze die hij met zijn ouders Paul en Caroline maakte om in één keer te groeien van 50 naar 140 melkkoeien. “Met een rustige groeistrategie hadden we de stal op de peildatum nooit vol gekregen. Dan was dit ook een heel ander verhaal geworden.”
De melkveehouder moet er niet aan denken wat in dat geval de consequenties van het fosfaatreductieplan waren geweest. Uitgangspunt van de toch wel zware financiering was immers om met 140 tot 150 koeien jaarlijks 1,3 miljoen liter melk te leveren. Een volle stal hoorde bij die doelstelling. Door de aankoop van 90 koeien had Houtenbos op de peildatum veel vee.
De gevolgen van het fosfaatreductieplan vallen dan ook mee, zo zegt hij. De invloed op de bedrijfsvoering is beperkt. “We hebben 12 koeien weggedaan. Al het jongvee is sinds begin april weer op ons eigen bedrijf gehuisvest. We houden nu 130 koeien en doen de jongveeopfok zelf. Met het oog op de toekomst is dat qua arbeid voor mij ook goed te doen. Ik zie het niet zitten om in mijn eentje 150 koeien te melken.”
Houtenbos boert naar eigen zeggen redelijk intensief. Met 130 koeien wil hij 1,2 miljoen liter produceren. Dat komt neer op 20.000 liter per hectare. Ruwvoerwinning is geen enkel probleem, zo zegt hij. “25.000 liter per hectare is zeker haalbaar. Grondgebondenheid knelt bij de mestregelgeving. Ik zou graag meer drijfmest per hectare aan willen wenden. De afzet richting de akkerbouw kan in mijn optiek ook flink worden uitgebreid. Akkerbouwers zijn erg voorzichtig.”
Chris Houtenbos (24) heeft in Schagen (N-H) een bedrijf met 130 melk- en kalfkoeien en 60 stuks jongvee op 60 hectare. Het rjg is 8.800 liter, met 4,35% vet en 3,55% eiwit.  Op de peildatum waren er 142 melk- en kalfkoeien en 60 stuks jongvee.

Auteur

Bouke%20Poelsma%20aflopend

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.