Melkvee100Plus
Show article

Jan Lagerweij in Barneveld (Gld.) runt samen met zijn vrouw en zoon een melkveebedrijf met 130 koeien. Sinds 2014 staan hier twee Astronaut A4-melkrobots. Zij lopen echter al lange tijd tegen een capaciteitsprobleem aan.

“Tijdens een servicebeurt gaf de monteur aan dat hij allebei de robots tegelijkertijd wilden onderhouden”, vertelt Lagerweij. “Vanwege de te volle melkrobots vond ik dat het te gek werd als eerst de ene één uur, en daarna de andere nog eens twee of drie uur stil moest staan. Daarop kreeg ik van de monteur het advies om eens met de Lely-bedrijfsbegeleiding te bellen. Ik had daar niet eerder van gehoord, maar soms moet je een duwtje in de juiste richting krijgen.”

‘Nog maar twee twee a drie koeien op de ophaallijst’

“De bedrijfsbegeleiding die ik daarna kreeg, zorgde vooral dat de vrije tijd op de robot toenam. Puur door de oudmelkte koeien in tijd te snoeien, kwam er meer ruimte voor de vaarzen. Zo kreeg ik minder melkingen op de robot, maar wel meer melk. Dit gaf rust en zorgt ervoor dat de goeie dieren op het juiste moment aan de beurt komen”, vertelt de veehouder. “Vanaf dag twee of drie, zag ik heel goed dat de vaarzen vaker gemolken werden en dat ik duidelijk veel minder ophaalkoeien had. ’s Ochtends had ik vaak acht of negen koeien op de ophaallijst, nu zijn het er maar twee of drie.”

Bedrijfsgegevens maatschap Lagerweij

Jan Lagerweij in het Gelderse Barneveld melkt samen met zijn vrouw en zoon 130 koeien met twee Astronaut A4-melkrobots. In de stal maken zij gebruik van twee Lely Cosmix-voerstations. De gemiddelde melkproductie ligt op 32 liter per koe per dag met 4,40% vet en 3,50% eiwit.

5% extra vrije tijd

Inmiddels is Kristof van Bouwel, bedrijfsbegeleider bij Lely Center Bunschoten, bij ons aangeschoven. Hij vult aan: ‘’Bij het inloggen op de computer kijk ik eerst hoe groot het probleem is, dan is 5% vrije robotcapaciteit echt heel laag. Vervolgens sorteer ik de koeien op melkproductie van laag naar hoog en ga ik het aantal melkingen af. Vaak zie ik dat koeien met een melkproductie van maar 21 liter wel 2,8 tot 3,1 keer de melkrobot bezoeken. Door hen op een maximum van 2,5 melkingen te zetten, kan ik die overgebleven tijd aan een verse vaars geven. Dit leverde bij Jan zo’n 5% extra vrije tijd op.”

“Theoretisch stelt het weinig voor, maar in de praktijk levert het heel veel op”, stelt Van Bouwel. “Dit probleem zie ik overigens niet alleen bij Jan, maar ook bij heel veel andere bedrijven. Soms gebeurt het dat een robotspecialist van een andere erfbetreder een hele andere mening heeft over hoe het moet. Ze bedoelen het goed, maar het is ook wel gevaarlijk om aan de robot zitten zonder dat je heel goed weet wat je aan het doen bent. Dan rijmt het niet met de wensen van de veehouder.”

Lagerweij: “Naast de capaciteit die Kristof op de robot heeft verbeterd, is de hoeveelheid restbrok ook gehalveerd. We hadden prioriteit voeren aanstaan, omdat je wilt dat ze die brok krijgen. Helemaal tegen mijn gevoel in is die instelling uitgezet. Ze krijgen de brok nu beter als daarvoor, alleen dan vanuit het Cosmix krachtvoerstation. Van de ongeveer 65 kilo die de totale groep niet ophaalden, zitten we nu nog maar op 35 kilo.”

Elke dag genieten van aanpassingen

“Vaak ben je er niet bewust van wat de mogelijkheden zijn”, vertelt Jan. “Je loopt langzaam vol en het sluipt er natuurlijk ook een beetje in. Zo is dat bij ons gelopen en gebeurt denk ik best veel. De dienstverlening vanuit het Lely Center heb ik als zeer prettig ervaren. Het gaat hier om aanpassingen waarvan ik elke dag plezier heb. De ophaalkoeien worden nu op het optimale moment gemolken en er is meer rust in de stal en bij de robot; dat is niet in waarde uit te drukken.”

“Zelf ben ik niet opgegroeid met de computer. Ik kan mij net redden met gangbare dingen als de ophaallijsten. Van heel veel instellingen blijf ik af, omdat ik niet weet wat het doet. Met mij is er een hele grote groep boeren die worstelt met hetzelfde probleem. De goede dingen doe je altijd te laat”, antwoordt de melkveehouder op de vraag of hij er eerder gebruik van had gemaakt als hij geweten had van de Lely-bedrijfsbegeleiding. “Als je denkt dat het goed loopt maar niet weet dat het kennelijk beter kan, gebeurt het in de praktijk niet snel dat je contact opneemt met het Lely Center”, aldus Lagerweij.

Sponsor

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.