Melkvee100Plus

Voerrobots: ophangrail verliest terrein

Artikelen Jacco van Erkelens 20 jul 2021
Show article

Onlangs leverde melk- en voerrobotfabrikant Lely de duizendste Vector-voerrobot af. Hoewel dit nog lang geen melkrobotaantallen zijn, stijgt het aantal bedrijven met een voerrobot wel. De hoogste tijd om de markt in te duiken en te kijken hoe de stand van zaken is.

Je zou denken dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat melkrobots meer verkopen dan voerrobots. De markt van de voerrobots is breder. Immers, voerrobots kunnen ook vleesvee, geiten en schapen dagelijks van voer voorzien. De huidige melkrobots melken uitsluitend melkkoeien. Je zou dus zeggen dat de markt voor een voerrobot groter moet zijn. Toch is dit niet zo. Fabrikanten kunnen het vrij gemakkelijk verklaren: vaak is de fysieke belasting van melken groter dan het voeren. Melken komt twee tot drie keer per dag terug, terwijl voeren vaak bij eenmaal daags blijft. Daarbij gebeurt dat ook nog eens met minder handwerk, en kost het minder tijd. Zo heel gek is het dus niet dat veehouders het voeren nog graag zelf blijven doen.

Hogere efficiëntie

Een intern onderzoek van Lely, uitgevoerd door een student van Aeres Hogeschool Dronten, wees uit dat de melkproductie gemiddeld met 10% stijgt, ten opzichte van conventioneel gemengd voeren. In het onderzoek zijn resultaten van bedrijven vóór en na de investering in automatisch voeren met elkaar vergeleken. Het is niet helemaal een onafhankelijk en wetenschappelijk onderzoek, het zijn wel cijfers uit de praktijk. Ook de andere fabrikanten zien de voordelen van het vaker per dag voeren.

Kleinere, verse porties zorgen voor een hogere voeropname. Een regelmatige voeropname zorgt voor een stabielere pens-pH en een betere vruchtbaarheid. In combinatie met een melkrobot zorgt het meermaals voeren ook nog eens voor een positief effect op het loopgedrag van de koeien. Rangorde speelt een kleinere rol, omdat ook de jonge vaars nu meerdere malen per dag de kans krijgt om vers voer op te nemen. Uiteraard is vaker voeren met een mengwagen ook prima mogelijk, maar elke voerbeurt extra zorgt direct voor extra arbeid. En arbeid is iets waar steeds minder aanbod van is. Zin hebben in meerdere voerbeurten én minder arbeid, trekt melkveehouders toch vaker over de streep.

Kantelpunt komt

De aanschafprijs, het vertrouwen in het systeem en het altijd bereikbaar moeten zijn schrikt nog wel eens af. Ook de inpasbaarheid in specifieke bedrijfssituaties roept soms vragen op. Boeren zien niet altijd hoe het systeem in hun stal kan passen. Toch is hier altijd een draai aan te geven. Het laten zien van draaiende systemen bij collega-veehouders helpt vaak. Dat was in een jaar met Covid-19 lastig, maar leverde volgens de fabrikanten geen problemen op. Wat wel negatief werkt op de markt, is de onduidelijkheid vanuit de politiek. Boeren weten niet wat hen te wachten staat, en schuiven een investering op de lange baan.

Toch loopt het aantal offerteaanvragen en leveringen niet terug. De fabrikanten zijn het er gezamenlijk over eens dat het moment dat de verkoop van automatische voersystemen sterk gaat stijgen, niet lang meer op zich laat wachten. In het buitenland merkt DeLaval dat de Franse boer steeds vaker kiest voor automatisch voeren. Volgens het bedrijf heeft de Franse boer meer verschillende rantsoenen, wat met een mengwagen vrijwel onmogelijk is met de arbeidsbehoefte. In Nederland zien ze dit verlangen om meerdere rantsoenen te maken en meer voerbeurten te doen voorzichtig opkomen.

Railsystemen dunnen uit

Wat opvalt is dat de automatische voersystemen die aan een rail hangen, terrein verliezen. De mengkuip van pionier Lely rijdt op zichzelf door de stal. Ook Trioliet, Wasserbauer en Hetwin kunnen dit. Schuitemaker en Kuhn hebben beide ook zelfrijdende systemen die nog in ontwikkeling zijn. DeLaval en Gea zijn de enige nog die hierin niet kunnen voorzien. DeLaval geeft aan wel met zelfrijdende units bezig te zijn. Ook Gea werkt aan een nieuwe ontwikkeling. De voornaamste reden om hierin te verdiepen is dat de zelfrijdende unit flexibeler is dan wanneer deze aan een rail hangt. Met losse robots zijn andere stallen makkelijker te bereiken. Het scheelt ook nog eens flink wat metaal in de stal en op het erf naar andere stallen. Toch heeft een accusysteem beperkingen. Volgens Trioliet is de voercapaciteit beperkt. Voor grotere bedrijven is een zelfrijdende robot met een stroomrail vaak een goede tussenweg.

Hoewel vrijwel alle fabrikanten zelfrijdende systemen onderzoeken of al aanbieden, zien ze bij P. Kriesels Landbouwtechniek dat het Kuhn System TKS aan een vaste rails ook veel voordelen biedt. De rail is namelijk ook te gebruiken om een TKS-unit met strooier de strohokken te laten strooien. Iets wat met een zelfrijdende unit niet mogelijk is. Met name in de geitenhouderij ziet de Kuhn-dealer een stijging van de interesse in een dergelijk systeem. Ook is volgens het bedrijf een automatische voerband (een transportband die voer doseert door een schuif de tegengestelde richting op te laten gaan) een lichter alternatief, welke GEA ook aanbiedt. Bij Hetwin zien ze juist het tegenovergestelde: importeur Hecotech merkt dat de interesse naar zelfrijdende meng- en doseerunit stijgt, ten koste van het railsysteem.

Autonoom laden kost ontwikkelingstijd

Kritische stemmen zullen zeggen dat de meeste voersystemen niet echt automatisch zijn. Ergens hebben ze een punt, omdat je vaak zelf nog het voer in bunkers of in een voerkeuken moet brengen. Het volledig automatisch uithalen uit de kuil, vraagt enorm veel van veiligheidssystemen. Elk denkbaar ongeval moet voorkomen worden. Ook zijn er op logistiek gebied uitdagingen, door meerdere locaties waar voer opgehaald moet worden.

Op dit moment ben je dus nog altijd nodig om voerkeukens of -bunkers vol te zetten met voer. Wel zijn volledig automatische systemen in de maak. Kuhn presenteerde onlangs de Aura, een zelfrijdend concept met een frees. Wasserbauer werkt aan een systeem waarbij de uitdoseerunit naar een laadstation bij de kuil rijdt, en daar gevuld wordt. Ook Schuitemaker heeft een zelfladend systeem ontwikkelt. Echter heeft het bedrijf na het samengaan met Veenhuis (nu SVgroup) de focus verlegd naar voederwinning en bemesting. SVgroup wil de Innovado, inclusief de huidige technieken en veiligheidssystemen op de markt te brengen.

Eigen energie vertalen in melk

Hoewel het automatisch voeren nog niet zo is ingeburgerd als het automatisch melken, merken fabrikanten dat dit wel gaat komen. Systemen worden flexibeler, slimmer, betrouwbaarder en duurzamer. Zeker dat laatste gaat in de toekomst een rol spelen. Meer bedrijven wekken zelf stroom op door middel van bijvoorbeeld zonnepanelen. Die stroom kan direct gebruikt worden voor het voeren, in plaats van de opgewekte stroom te verkopen en diesel terug te kopen om te kunnen voeren. Bij Hetwin is het tevens mogelijk om overdag zonne-energie te bufferen en dit ’s nachts te gebruiken. Zelf opgewekte stroom gebruiken én het positieve effect op pens-pH, vruchtbaarheid en een lagere arbeidsbehoefte werken in het voordeel. Daarvoor moet je echter wel de hogere aanschafprijs en het altijd bereikbaar zijn voor lief nemen. En dat moet, net als automatisch melken, simpelweg bij je passen.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.