Melkvee100Plus

Verse koeien vragen extra aandacht

Artikelen Marleen Purmer 30 jun 2021
Show article

De vorming van een aparte groep voor verse koeien kan in bepaalde stallen helpen om deze dieren beter te monitoren. Het zorgt dan voor een vlottere opstart van de lactatie.

Voor een goede opstart, vragen verse koeien extra aandacht. De meeste aandoeningen bij melkvee komen in de transitieperiode voor. Dat komt omdat de weerstand rond het afkalven verlaagd is. Volgens een studie van Nedap, Vetvice Consultancy, Universiteit Utrecht en Universiteit Wageningen hebben vaarzen die in een aparte groep leven minder stress en geven zij 6% meer melk.

Koppelgrootte, oftewel bezetting van de stal kan bepalen welk systeem je gebruikt. “De hoeveelheid koeien vereenvoudigd de aanpak want er zijn meer mogelijkheden om groepen te maken,” zegt Teun Sleurink van VetVice/DairyTuner. “Het ideale beeld is om vanaf 250 koeien een droogzetmanagement te hanteren waarin droge koeien in groepjes bij elkaar blijven. Zo kan je echt focussen op het rantsoen en sluit je zoveel mogelijk stress gerelateerde problemen uit. Als de koe na het afkalven weer teruggaat in het grote koppel melkkoeien, heeft zij ruimte nodig. Dan hebben ze echt een vlammende start. Voor veel bedrijven is dit systeem om meerdere reden niet haalbaar. Maar als je weet dat dit het ideale is, kan je er wel rekening mee houden.”

Een verse koe bezet de laagste plek in de rangorde. “Ook zij moet ongestoord haar ding kunnen doen en kunnen ontsnappen aan dominante dieren. In een onderbezette stal waarin genoeg ruimte is, valt zij niet op als verse koe”, zegt Sleurink. Verse koeien die het in het koppel goed doen, oftewel niet tegenvallen in hun melkproductie, laat zien dat elke koe zich goed kan redden.

Melkrobot

In een volle stal met drie rijen ligboxen waarin 70 koeien op een melkrobot leven, is dat een ander verhaal. In deze stal heeft de verse koe het zwaar. In dit scenario heeft de veehouder baat bij een verse-koeiengroep. Door verse koeien tot veertien dagen na afkalven in een aparte groep te houden, hebben zij een betere opstart. Een aparte groep voor verse koeien zorgt voor meer individuele aandacht. Dat loont relatief gezien het beste op bedrijven met meer dan 200 koeien. Maar vooral de arbeid die er tegenover staat, is een knelpunt.

In de Nederlandse melkveehouderij is het maken van groepen niet gebruikelijk. De meeste bedrijven zijn te klein voor meerdere groepen. Als er groepen zijn, dan zijn het meestal robotbedrijven met stabiele groepen.

“Een vaarzengroep leidt tot minder uitval en dus gezondere koeien”, zegt Martin Damhuis van Booijnk Veevoeders. “Ook kan de tussenkalftijd dalen. Koeien die uit de verse koeiengroep komen, hoef je in principe alleen nog maar te insemineren.”

Een verse-koeiengroep heeft veel voordelen, maar ook nadelen. Vooral de arbeid op melkveebedrijven is vaak te krap. “Wisselen tussen twee groepen tijdens het melken is arbeidsintensief. En als je de laatste koeien van een groep moet ophalen, dan ben je zo drie kwartier langer aan het melken”, zegt Damhuis.

Arbeid of sensoren

Bedrijven in bijvoorbeeld het oosten van Duitsland kunnen volgens Damhuis relatief goedkoop arbeid inhuren. “Daardoor kunnen veehouders daar medewerkers op een specifieke afdeling, bijvoorbeeld een verse-koeiengroep, zetten.”

De Nederlandse stallen lenen zich ook niet altijd voor groepen. Ze zijn er zo op ingericht dat alle koeien bij elkaar in één groep lopen. Met de krachtvoercomputer of de melkrobot kunnen productiegroepen bij elkaar leven en toch naar behoefte gevoerd worden. “Sensoren, tochtdetectiesystemen en herkauwmeters helpen bij het in de gaten houden van individuele koeien in grote groepen. Managen, voeren en eventueel separeren gaat daardoor makkelijker.”

Op de meeste nieuwe bedrijven zijn meerdere groepen daarom geen uitgangspunt. Omdat de arbeid krap is, wordt er veel gewerkt met sensoren, oftewel automatisering.

Soorten groepen

“Een verse-koeien-, een hoogproductieve- of een zorggroep hebben verschillende functies”, legt Nico Vreeburg van Vetvice uit. “Het is dus belangrijk om te bedenken waarom je een aparte groep maakt.”
In een verse-koeiengroep leven de koeien die maximaal veertien dagen aan de melk zijn. Deze wil je monitoren en intensief volgen tijdens het opstarten. Wat uiteindelijk van belang is om te weten, is hoe de droogstand is verlopen. De pensvulling, mestconsistentie, lichaamstemperatuur en het meten van ketose vertellen veel hierover.
Een andere optie is een groep met koeien die tot 90 dagen aan de melk zijn. Hierin zitten veel dieren, waaronder de verse koeien. Deze groep is meer gericht op de piekproductie. De koeien krijgen een ander rantsoen om ze maximaal melk te laten produceren. Deze groep vraagt om een ander management en een hoog energetisch rantsoen.
In een High-caregroep, oftewel een aandachtsgroep, leven naast verse koeien, ook koeien die bijvoorbeeld kreupel zijn of andere niet besmettelijke aandoening hebben. Koeien met mastitis horen hier niet in. De weerstand van verse- of zieke koeien is al verlaagd, dus ze zijn extra vatbaar voor een kiem die mastitis veroorzaakt.
Het hebben van meerdere groepen in de stal vraagt om ruimte en slimme looplijnen. Vooral als je de definitie van een zorggroep hanteert, wil je een zo kort mogelijke looplijn naar de melkstal. Een huisvesting voorzien van een strohok is het beste voor zieke dieren. Dat kost wat geld, want het is een grotere ruimte met dure bedekking, maar het loont wel.

Stressreductie

Een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle lactatiestart is het minimaliseren van stress, en dat begint bij de droogstand. Daarbij zijn huisvesting, management en koppelgrootte bepalend.

“Vermijd stress in de droogstand door zo min mogelijk te wisselen, dus het in- of uitvoegen van koeien”, zegt Sleurink. Een korte of lange periode in de kraamstal op stro of de koeien pas uit het koppel halen als de pootjes van het kalf te zien zijn. Het laatste systeem is een sociaal stabiele situatie, waarbij de groep die in één week wordt drooggezet bij elkaar blijft tot in de kraamstal. Omdat die laatste optie zes tot acht groepen vereist, is dit in Nederland niet of nauwelijks toegepast. Vanaf vijf droogzettende koeien per week is dit zeker het overwegen waard.”

Stressreductie in de opstart betekent voldoende vreet-, lig- en drinkplek voor elke koe, dat resulteert in een optimale drogestofopname. “Per definitie betekent dat dus een lage bezetting van de stal, elke koe moet namelijk ongestoord en met regelmaat twaalf maaltijden per dag kunnen ophalen. Zolang aan deze voorwaarden voldaan wordt, is een opstartgroep overbodig”, aldus Sleurink. “Grote koppels van 200 koeien of meer, zijn daar zelfs in het voordeel vanwege zogenaamd straatgedrag. Dit betekent dat koeien elkaar niet meer herkennen waardoor de hiërarchie minder een rol speelt. Zolang monitoren met robots en sensoren maar goed mogelijk is, dan kun je koeien goed in de gaten houden en snel ingrijpen als dat moet. Is dat niet het geval, dan komt een speciale opstartgroep in beeld. “Ik kan me dus voorstellen dat iemand die bovenstaand niet goed op orde heeft voordeel ondervind van een opstartgroep, maar het blijft een beetje het paard achter de wagen spannen.”

Groepen met een melkrobot

Op robotbedrijven zijn groepen makkelijker te realiseren. Verse koeien kunnen daar in een vaarzengroep. Dat is om meerdere redenen zinvol. Vaarzen wil je van de rest van het koppel scheiden vanwege de rangorde. “Als alle lactatiegroepen bij elkaar in één groep leven, dan liggen vaarzen één tot anderhalf uur minder. Dat gaat ten koste van de melkproductie, de klauwgezondheid en ga zo maar door”, zegt Frank van Eerdenburg, onderzoeker bij Universiteit Utrecht.

Met een melkrobot heb je een groep van ongeveer 60 dieren. “Ook hier geldt, bezetting is alles. 55 koeien in een twee-rijenstal kunnen net zoveel melk produceren als 70 koeien in een drie-rijenstal”, zegt Sleurink.

Door vaste groepen te hanteren, vindt er weinig wisseling plaats. Met vaste groepen wordt bedoeld dat koeien na het afkalven weer in dezelfde groep met dezelfde koeien terechtkomen. “Maar ook hier geldt dus, een veehouder wil dit alleen al hij er niet dagelijks extra werk van heeft”, zegt Damhuis.

Voor een groep vaarzen heb je ook kleinere ligboxen nodig. Daar passen ze beter in en de boxen blijven schoner. “Ga voor vaarzen uit van een ligbox van 115 tot 120 centimeter breedte en 270 centimeter lengte”, zegt Van Eerdenburg.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.