Melkvee100Plus
Show article

Als u het woord ‘contraproductief’ leest, denkt u misschien aan fosfaatwetgeving. Of die contraproductief is, dat waag ik te betwijfelen. De Nederlandse melkveehouderij telt 18.000 ondernemers. Zij maken keuzes waarvan ze verwachten dat die voor henzelf het beste zijn. De optelsom van al die individuele besluiten is echter niet goed voor de totale fosfaatproductie en niet goed voor het imago van de melkveehouderij. Het fosfaatplafond dat de Brusselse overheid heeft ingesteld, maar ook doelen voor weidegang, zouden de sector moeten helpen om op het juiste pad te blijven.

Wat ik wel contraproductief vind, is de eindeloze vertraging voordat er Nederlandse fosfaatwetgeving is. Daardoor heeft menigeen de peildatum weer in twijfel getrokken en toch maar weer geprobeerd om de eigen positie te verbeteren. Dat verklaart voor mij waarom ­afgelopen najaar zoveel melk is geproduceerd. Meer melk, meer mest en fosfaat, puur vanwege onzekerheid over wetgeving. Daar zit niemand op te wachten.

Op zichzelf begrijp ik dat ondernemers anticiperen op wetgeving die ze wellicht verwachten. Aan de andere kant: die koeien hadden krachtvoer nodig om die melk te produceren, de mestafvoer kost geld, bij de ­eigen coöperatieve melkverwerker klotst de melk ­tegen de plinten en de overheid heeft klip-en-klaar uitgesproken dat alle groei van na 2 juli 2015 niet getolereerd wordt.

Onbegrijpelijk is het dat ondernemers de afgelopen tijd al gehandeld hebben in nog niet bestaande fosfaatrechten. Daar kun je een bedrijf en sector niet op bouwen.

Dan is het productiever, en beter voor de hele sector, dat ondernemers zich concentreren op verbetering van de kwaliteit van hun bedrijf en bedrijfsvoering, en vooral niet inzetten op groei om de groei. Dat getuigt van kracht. Ik ben benieuwd op welke manier de nieuwe wetgeving deze ondernemers waardeert voor hun goede gedrag.

Wat ik intussen ook contraproductief vind, is de verdeeldheid in de sector. In Nederland kijken andere sectoren in land- en tuinbouw met jaloerse blikken naar de zuivel, waar ondernemers met elkaar een enorm krachtige keten hebben gerealiseerd, met sterke coöperatieve spelers. En zo kijkt men in het buitenland ook naar Nederland en het Nederlandse succes. Die sector is nu onderling zo sterk verdeeld over thema’s als fosfaat en weidegang, dat ze alle ruimte geeft aan de politiek.

Met alle waardering, maar veel politici en maatschappelijke groeperingen denken niet zo genuanceerd over fosfaat. Minder dieren is minder fosfaat. Zo simpel is het voor velen. De realiteit is natuurlijk veel genuanceerder, als ik denk aan de winst die te behalen is met mineralenefficiency en mestverwerking of misschien zelfs mestverwaarding.

De oplossing ligt bij de sector zelf. Organisaties die de kar kunnen en willen trekken, die zorgen voor gemeenschappelijke doelen, gemeenschappelijke innovatie en investeringen in minder mineralen, meer mestverwerking en meer koeien in de wei, moeten nu opstaan. Het vraagt van individuele ondernemers dat zij daar hun langjarig commitment aan geven. Deze aanpak kenmerkt al tientallen jaren de coöperatieve veeverbetering, mengvoerproductie en melkverwerking. 
Is iemand daar slechter van geworden?

 

Auteur

Ruud%20Huirne
Directeur Food & Agri Nederland bij Rabobank

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.