Melkvee100Plus
Show article

De markt voor nieuwe hooibouwmachines kwakkelt al langere tijd. Mooie gebruikte machines daarentegen zijn juist meer in trek.

Financiële krapte bij de melkveehouders is al langere tijd de oorzaak van een matige verkoop van nieuwe hooibouwwerktuigen. Is er minder vraag naar nieuwe machines, dan is er vaak ook minder vraag naar gebruikte machines, simpelweg omdat de neuzen niet richting investeren staan. Bij de hooibouwwerktuigen zien handelaren dat vorig jaar en dit jaar meer vraag is naar gebruikte machines. De veehouder die eerder kwam praten over een nieuwe maaier zoekt nu vaker een gebruikte machine om toch weer een paar jaar vooruit te kunnen.

Wordt er nieuw wat minder verkocht, dan komt er ook minder inruil beschikbaar. Mooie gebruikte maaiers zijn betrekkelijk schaars, maar her en der zijn toch nog best wel machines te koop. Van bijna alle merken, typen en werkbreedten is nog wel wat te vinden, inclusief splinternieuwe machines van bouwjaren 2015-2016. Meer vraag en minder beschikbaar door inruil zou betekenen dat het aanbod van gebruikte maaiers vanzelf opdroogt. Deels is dat ook het geval, maar anderzijds komen er onder andere door bedrijfsbeëindigingen machines beschikbaar. En courante typen hooibouwmachines worden door dealers ook wel in voorkoop ingekocht, waardoor er wel eens overjarige machines te koop zijn. Wie goed zoekt, kan dan soms best voordelig zijn slag slaan.

Minder kneuzen

15 jaar geleden was kneuzen de norm, maar inmiddels wordt nog maar zo’n 50% van de maaiers met een kneuzer verkocht, schat handelaar in hooibouwwerktuigen IJsbrand Boogaard van handelsonderneming Bolex in Lexmond. Maar los van exacte percentages, dat verschilt soms ook per regio, bevestigen handelaren in heel Nederland dat vooral de veehouders nog wel eens kiezen voor een maaier zonder kneuzer. Die kiezen dan voor extra werkbreedte zonder daar een hele zware trekker voor nodig te hebben. Bijvoorbeeld een frontmaaier in combinatie met een 3,60 of zelfs 4 meter achtermaaier. Schudders zijn de laatste jaren breder geworden. Door hogere schudcapaciteit meteen na het maaien wordt het voordeel van kneuzen kleiner. Loonwerkers kopen overwegend maaiers met kneuzers en zien het liefste dat boeren die zelf maaien, dat ook doen met een kneuzer. Gekneusd gras zou naar de praktijkervaring van velen makkelijker door de opraapwagen en de hakselaar worden verwerkt.

Steeds groter

Een 3,20 meter maaier is populair. De meeste dealers melden dat die werkbreedte hun meest verkochte machine is, zowel in de front als achterop. Achterop is 4 meter de maximale maat voor een machine in de hefinrichting. Breder dan 3,20 meter past minder goed op percelen met greppels en is dus meer voor de gebieden met grote, vlakke percelen.

Moet het nog breder, dan wordt het een vlindermaaier. Aanvankelijk waren dat machines voor de loonwerker, maar inmiddels worden ze ook aan veehouders verkocht. Soms nieuw, maar zeker ook gebruikt. Zonder kneuzer kan een 110 kW (150 pk) trekker daar ook mee uit de voeten. Met kneuzer moet er nog een keer 73,6 kW (100 pk) bij en dat is voor veel veehouders dan weer net te groot. Wordt zo’n vlindermaaier wat ouder, of is die van een minder bekend merk, dan wordt het moeilijke handel. In Nederland gaat zo’n machine nog een keer naar een sleutelaar, maar ook in het buitenland is daar maar beperkte vraag naar.

Schotels of schijven?

Vanouds waren de schijvenmaaiers wat minder geliefd op de kleigrond, maar door verbeteringen aan de machines, zoals betere glijsloffen komen ze nu in alle regio’s volop in actie. Zeker in lang gras vraagt een trommelmaaier wat meer vermogen omdat het gras minder ruimte heeft om te passeren. Voor een frontmaaier voor zomerstalvoedering is zwadvorming een pluspunt en dat doen trommels heel goed. Om die reden worden trommels soms ook gecombineerd met schijven. Een reden om voor een trommelmaaier te kiezen is het gegeven dat die het gras er mooier afhaalt als het wat gestreken ligt.

Hoewel de trommelmaaier zeker nog niet van het toneel zal verdwijnen, is het marktaandeel wel minder dan jaren geleden. Gebruikte frontmaaiers zijn minder geliefd dan achtermaaiers. Voor export zijn de oudjes minder gevraagd omdat er in het verre buitenland minder trekkers zijn met een fronthef en aftakas, maar hoewel objectief gezien het onterecht is, heeft de frontmaaier ook de schijn tegen. In de praktijk heerst een beetje de opvatting dat de frontmaaier het zwaarder heeft te verduren dan de achtermaaier. Het is maar de vraag of dat ook zo is. Een achtermaaier werkt langs omheiningen, obstakels en perceelsranden en dat geeft extra belasting.

Bekend maakt bemind

De prijs van een gebruikte maaier hangt helemaal af van de technische conditie en het type machine. Zoals gezegd, 3,20 meter is een hele gangbare, veel gevraagde werkbreedte. Wel of geen kneuzer maakt verschil in prijs, maar niet zozeer in populariteit in de markt. Jonge maaiers blijven meestal in Nederland, de wat oudere machines gaan vaak naar het buitenland. Voor zowel jong als oud geldt, dat de exportmogelijkheden mede bepalend zijn voor de marktwaarde. Een dealer kan van het eigen merk vaak in de eigen klantenkring een gebruikte maaier goed verkopen, maar voor export is het merk ook zeker van belang.

Lely, Kuhn, Claas en Pöttinger zijn merken die in veel (Oost-)Europese landen goed zijn te verkopen. Reputatie, dealernetwerk en beschikbaarheid van onderdelen zijn daarin bepalend. Vicon is in Nederland vanouds heel bekend en veel verkocht, ook onder de naam Deutz-Fahr, maar de schijvenmaaiers zijn gebruikt toch minder gevraagd dan van andere bekende merken. PZ, ooit de uitvinder van de trommelmaaier en inmiddels onderdeel van Kuhn, is goed te verkopen. Een John Deere-maaier is feitelijk een groene Kuhn, maar desondanks verkoopt een Kuhn makkelijker dan een John Deere. Verschil tussen de maaiers van Kuhn en John Deere, behalve de kleur, is dat John Deere de maaiers uitsluitend met kneuzer levert. John Deere kiest voor metalen kneusvingers terwijl Kuhn voor kunststof vingers kiest.

Reken dat een zo goed als nieuwe maaier zo’n 20% heeft afgeschreven, een machine van 2 tot 3 jaar oud die technisch in onberispelijke staat is heeft zo’n 40% afgeschreven. Oud, met zichtbare sporen van gebruik maar nog wel goed bruikbaar koop je voor minder dan de helft van nieuw. Een minder populair merk of uitvoering koop je voor 10 tot 20% minder dan de prijs van zo’n zelfde machine van een populair merk. Oudjes gaan voor export of naar een hobbyist.

Waar op letten bij aanschaf van een gebruikte maaier?

Iedere machine heeft zijn specifieke aandachtspunten, maar in zijn algemeenheid geldt:
* Beschermkappen en kleden moeten aanwezig en heel zijn en zijn makkelijk op het oog te controleren en ook te repareren.
* Let op speling op de draaipunten van ophanging en opklapsysteem.
* Controleer de lagers van een schijvenmaaier door aan de schijf te tillen. Dat moet nagenoeg spelingsvrij zijn. Soms is dat bij te stellen, anders lagers vervangen.
* Controleer bij een schijvenmaaier of de laatste schijf vrijwel meteen gaat draaien als de eerste met de hand wordt bewogen. Beetje speling zit er altijd wel op, maar als de messen elkaar dreigen te raken, dan gaat het mis. Is soms op te lossen door schijven een tandje te verzetten. Bij Lely kan het ontstaan door iets torsie in de aandrijfas na overbelasting. Zit er echt te veel ruimte op door slijtage dan is zo’n machine geen aanrader meer.
* Gaan bij een trommelmaaier door slijtage in de aandrijving de mesjes elkaar raken, dan wordt de revisie ook duurder dan de machine nog waard is.
* Slijtage van meshouders, V-snaren van de aandrijving, glijschotels en glijschoenen, deuken of uitgebroken stukken uit trommels of schijven zijn makkelijk te controleren en moeten in orde zijn voor de machine bedrijfsklaar is.

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.