Melkvee100Plus

Lage marges overheersen

Artikelen Ronald Buitenhuis 13 apr 2018
Show article

De melkkoe heeft voor Martijn Jansen en Eric Udo een verschillende betekenis. Martijn heeft de melkkoe letterlijk nodig. Eric handelt in wat voor de overheid nog altijd een melkkoe is: auto’s. Twee branches, veel overeenkomsten.

Landbouw en auto’s zijn twee totaal verschillende takken van sport. Toch hebben ze meer gemeen dan je aanvankelijk zou denken. Zo heeft de Nederlandse maatschappij met zowel de landbouw- als de automobielsector een haat-liefdeverhouding. We kunnen niet zonder voedsel en onze heilige koe de auto, tegelijkertijd mopperen we op belasting voor het milieu door mest en brandstof. Imago is een issue voor beide partijen. Martijn Jansen maakt zich ook boos over de recente kalverfraude die de sector imagotechnisch een knauw gaf. “Wat bezielt je, denk ik dan over mijn collega boeren. Het zijn zulke kleine marges die je ermee wint. In de app van onze studieclub begrepen we ook pas na een dag of twee hoe de fraude echt werkte. Uiteindelijk beland je met dit soort acties als sector toch in een moeras. Je maakt een complete sector crimineel.” Ook ervaart Jansen maatschappelijke druk van zaken als minder antibiotica en CO2-neutraal werken.

Imago speelt, naast de auto als vervuiler, ook op een andere manier een rol voor Eric Udo. “We hebben een Italiaans merk. Dat gaat gepaard met emotie. Een rood/zwarte gestreepte 500 is een imago-icoon. Alfa, Jeep en Fiat trekken ook weer andere mensen.” ­Martijn: “Ik rijd een Touran. Duitse auto’s zijn toch vooral een stuk blik. Een auto zonder emotie.” Martijn Jansen wil van Eric Udo weten of hij geen leveringsproblemen heeft. Zelf liep hij op de boerderij tegen het probleem aan dat zijn Italiaanse werktuigen soms lang moesten wachten op onderdelen omdat de Italianen vrij waren of staakten. Eric Udo: “Dat valt bij personenauto’s erg mee. Er zijn diverse Europese distributiecentra waardoor levering een dag later eigenlijk altijd wel lukt. Het is landonafhankelijk geworden.”

Moederconcern

Waar beide ondernemers elkaar ook in vinden, is het feit dat ze sterk afhankelijk zijn van een groot (moeder)concern. Al is er een verschil. Jansen is mede-eigenaar van de coöperatie en heeft dus zeggenschap, Udo is één van de 11.000 dealers. Udo: “Wat is dan een stem?” Toen Eric Udo dit jaar Jeep en Alfa Romeo overnam als dealer, moest hij verplicht voor € 10.000 de showroom herinrichten. “Fiat bepaalt dan zelfs welke kleur tegels je neer moet leggen en hoeveel lux de lampen moeten zijn. We moeten voldoen aan een corporate identity. En ontwikkelt Fiat een model dat niet loopt, hebben wij daar direct last van. We moeten onze targets wel halen. De druk op verkoop is hoog. Fiat zet gewoon wat vlaggen op een landkaart, deelt dat door het aantal verkochte auto’s in Nederland en bepaalt op basis daarvan hoeveel auto’s we moeten verkopen per jaar.”

Maar zo’n moederconcern heeft ook voordelen. Auto’s hoeven niet direct betaald te worden door de dealer, maar vaak pas bij aflevering. Martijn moet jongvee gewoon betalen en dat gaat pas geld opleveren als de eerste melk komt. Jongvee staat in de ‘showroom’ van de boerderij, maar anders dan ­auto’s staan die er niet gefinancierd door FrieslandCampina. Misschien staat er een bord van FrieslandCampina bij de boerderij, maar van verplichte corporate identity heeft Jansen geen last. Al voelt hij net als Udo bij Fiat ook druk van moeder FrieslandCampina. “We hadden hier pas een audit. Dan loopt er iemand van FrieslandCampina een paar uur mee om te kijken of alles klopt. Maar wij zijn – anders dan een autodealer – in zekere zin gegarandeerd van onze afzet.” Met een maar… Jansen: “Als de wereldmarkt de hoeveelheid geproduceerde melk niet aankan, daalt de prijs. In die zin, zijn wij ook afhankelijk en kunnen niet onze eigen prijs bepalen. Minder melk is beter voor de prijs.” Udo: “Bij ons geldt juist: hoe meer verkoop hoe beter. Bij meer volume dalen onze vaste kosten.”

Duitsland

Wonderlijk vindt Jansen de concurrentie met Duitsland. “Direct hier over de grens mag je de mest gewoon uitrijden. Hier moeten we het verplicht verwerken.” Eric Udo ervaart ook concurrentie van net over de grens. “Je ziet steeds meer dat particulieren auto’s van over de grens importeren omdat wij in Nederland zo’n hoge BPM kennen. Als de overheid die BPM zou verlagen, zou dat geweldig zijn voor de verkoop van auto’s. Maar het is en blijft een melkkoe. Op een Panda van € 14.000 zit zomaar tussen de € 5.000 en € 6.000 belasting.”

Ook hier vinden Udo en Jansen elkaar. De overheid is wispelturig. Jansen: “Ik ben bedrijfsmatig eigenlijk nog het meest bang voor de overheid. Er is geen langetermijnvisie.” Ook hij heeft met hoge kosten te maken. “Denk aan het afvoeren van mest, kunstmest aanvoeren… We moeten hier mest gaan verwerken, maar voor onze situatie wordt er bijna 11.000 kuub aardgas gebruikt om het tekort aan meststoffen weer aan te vullen. En dan denkend aan de aardbeving in Groningen, is dat heel raar... Er is een lobby om de gaskraan open te draaien.” Hij zit zelf in de Dorpsraad van Zenderen en daar zijn stevige discussies over de bouw van een mestverwerker. “We zouden met die mestverwerker in één klap het meest duurzame dorp van Oost-Nederland kunnen worden, maar dan is er weer een oud bestemmingsplan dat zegt dat het niet mag. Of protesterende vutters met te veel vrije tijd die overal op tegen zijn. Nu gaat de provincie met een pip-procedure ingrijpen, maar je bent zo weer een jaar verder. Een ­gemiste kans.”

Marges

Het begrip melkkoe is financieel gezien noch op de landbouw, nog op de automobielbranche van toepassing. Waar de landbouw moet werken met marges van 2 tot 3%, moet de autobranche het met zo’n beetje de helft doen (1-1,5%). Udo: “Ik snap er eigenlijk niks van dat aandeelhouders in automolbiel­bedrijven willen investeren met zulke marges.”

Uiteraard zijn beide ondernemers ook ­geïnteresseerd in techniek. Fiat heeft naast personenauto’s ook een grote landbouwtak. Hoe kijken beiden aan tegen de ontwikkeling van elektrisch rijden? Kan de elektrische trekker diesel vervangen? Beiden zijn het snel eens. “Elektrisch is een tussenstation. Uiteindelijk zal waterstof voor een echte doorbraak gaan zorgen.” Jansen: “Accu’s zijn uiteindelijk toch belastend voor het milieu. Probleem van elektrische trekkers zal altijd zijn dat ze op ­accu’s bijna niet volcontinu kunnen werken.”

Verschillen

Ondanks de grote overeenkomsten zijn er ook verschillen. Zo zit Martijn Jansen geregeld met boeren in studieclubs om tafel om saldo’s en cijfers te vergelijken. Een kijkje in elkaars ­financiële gegevens, het is voor Udo ondenkbaar. “Het enige waar we wat dat betreft op kunnen sturen, is een bedrijfsvergelijking van Fiat. Maar er is veel concurrentie tussen dealers. Je weet nooit welke afspraken het moederconcern met verschillende dealers maakt. Soms denk je: hoe kan die dealer nu die prijs rekenen…”

Udo ervaart verder dat zijn markt sterk verandert. “Veel familiebedrijven zijn overgenomen door ketens als Broekhuis en Kroymans. Vroeger had je nog wel intercollegiaal overleg, maar je staat er als familiebedrijf steeds meer alleen voor.”

Nog een overeenkomst: de nostalgie is aan beide kanten aan het verdwijnen, al zegt Jansen ook: “Mais oogsten blijft een mooi ding om te doen.” Over de toekomst zijn beide ­ondernemers ongewis. Ze hebben kinderen, maar of die de bedrijven op termijn gaan overnemen is onduidelijk. Nog een overeenkomst tussen beiden.

‘Anders dan bij auto’s, is afzet gegarandeerd’

Martijn Jansen (40) heeft in Zenderen (Ov.) een melkveehouderij met 110 koeien en 60 stuks jongvee op twee locaties en 70 hectare grond, waarvan 50 ha in eigendom. In 2011 is Martijn Jansen overgeschakeld op twee Lely melk­robots. Vanwege de groei moest hij zijn jongvee op een locatie in Borne onderbrengen. Mais verbouwt hij grotendeels rondom huis (85%) maar ook op een perceel nabij Hengelo (Ov.). Per jaar melkt Martijn zo’n miljoen liter. Melk levert hij aan FrieslandCampina, voerleverancier is ForFarmers.

‘Voldoen aan corporate identity van Fiat’

Eric Udo (52) runt een autogarage in Hengelo (Ov.). Fiat is zijn huismerk maar sinds begin dit jaar is dat uitgebreid met Jeep en Alfa Romeo. Fiat is naast producent van landbouwvoertuigen vooral bekend van auto’s uit het particuliere segment. Naast Fiat, Alfa en Jeep, verkoopt en onderhoudt Udo ook Abarth, het getunede merk van Fiat. De familie Udo is al 35 jaar Fiat-dealer. Met tien mensen wordt de verkoop en de werkplaats (330 m2) gerund. De showroom heeft een omvang van 500 m2. Dealers die puur familiebedrijf zijn, worden steeds zeldzamer.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.