Melkvee100Plus

Groei naar 200 koeien uitgesteld

Artikelen Janet Beekman 25 jul 2017
Show article

Vanwege de fosfaatwetgeving besloten Tjipke en Aki Nieuwland om de geplande groei naar 200 koeien uit te stellen. Ze houden het voorlopig op 175 koeien. Gezonde koeien, arbeidsgemak en een hoge levensproductie zijn belangrijke speerpunten.

De aaneenschakeling van stallen laat zien dat het bedrijf van Nieuwland in de loop der jaren geleidelijk is uitgebreid. De meest recente stal is in 2010 gebouwd met ruimte voor 105 koeien. De oudste stal dateert van 1964. In 1979 werd een ligboxenstal gebouwd voor 88 koeien en in 2000 een jongveestal voor 65 dieren. “We willen graag doorgroeien naar 200 koeien, maar in 2015 is besloten om voorlopig niet meer dan 175 koeien te houden vanwege het fosfaatreductieplan en de GVE-reductieregeling”, vertelt melkveehouder Tjipke Nieuwland. “Ons bedrijf is nu mooi in evenwicht. We zijn 100 procent zelfvoorzienend in het ruwvoer en voeren jaarlijks 500 kuub mest af.” Op de peildatum had Nieuwland 172 melkkoeien en 130 stuks jongvee. Het aantal stuks jongvee is verminderd tot 95, waarmee Nieuwland meer fosfaatruimte krijgt voor het houden van melkkoeien.

Arbeidsefficiëntie

Nieuwland wil graag efficiënt werken om als gezinsbedrijf 175 koeien te kunnen behappen. Het landwerk is grotendeels uitbesteed aan de loonwerker. “Alleen het gras maaien, schudden, harken en het kunstmest strooien, doen we zelf. De loonwerker kuilt het gras in en verzorgt de maisteelt en -oogst”, vertelt Nieuwland. Aki verzorgt de kalveren, doet de boekhouding en helpt bij het melken in de 2x12-rapid exit melkstal. De bedrijfsverzorging neemt wekelijks 3 tot 4 melkbeurten over per week en een student van Van Hall werkt mee op zaterdagen en in de schoolvakanties. Tjipke’s vader Anne (70) helpt ook nog regelmatig mee.

Een kalverdrinkautomaat en de koeien jaarrond op stal verhoogt de arbeidsefficiëntie. “We hebben maar 20 hectare huiskavel. Een jaarrond stabiel rantsoen zorgt voor een stabiele melkproductie en gezonde koeien.” De ligboxen zijn ingericht met koematrassen waarop Nieuwland kalk en koolzaadstro gebruikt. “Gescheiden mest in diepstrooiselboxen vinden we te veel werk.”

De 160 melkgevende koeien krijgen één keer daags een gemengd rantsoen. Dit rantsoen bestaat uit 3.500 kilo graskuil, 2.000 kilo mais met geplette gerst, soja, mineralen en water (totaal 6.500 kilo per keer). “Op advies van onze klauwbekapper vullen we sinds drie maanden het gemengde rantsoen aan met extra water om de voerbenutting te verhogen. Deze trend uit Denemarken zorgt ervoor dat onze verse koeien beter opstarten.” De melkgevende koeien kunnen één soort krachtvoer opnemen uit vier krachtvoerboxen. De droge koeien krijgen mais, twee soorten graskuil, grof en fijn, en een maatwerkmeel met onder andere droogstandsmineralen en gisten.

Gezonde veestapel

Een belangrijke basis voor het Friese bedrijf zijn gezonde koeien. Het bedrijf is vrij van IBR, BVD en leptospirose en heeft de salmonella onverdacht- en paratbc B-status. “We kopen bewust geen vee aan om ziekteinsleep te voorkomen.”

Nieuwland wil koeien die een hoge levensproductie halen en die weinig trammelant geven. De 305-dagenproductie is momenteel 9.100 kilo melk per koe en hij heeft 16 koeien met meer dan 100.000 liter melk en één koe met meer dan 10.000 kilo vet en eiwit. De maatschap streeft niet per se naar topproducties, maar wil graag koeien die lang meegaan. In zijn fokbeleid selecteert Nieuwland op productie, goed beenwerk en celgetal. “We willen robuuste koeien waar we weinig werk mee hebben.”

Door preventief werken, zijn er weinig koeien met stofwisselingsstoornissen, zoals melkziekte of lebmaagdraaiingen. Gerichte voeding van droge koeien levert een optimale kation-anion-balans op en dat voorkomt veel gezondheidsproblemen. “Goede voeding is een belangrijke voorwaarde voor gezonde koeien, zeker rondom afkalven en opstarten.”

De klauwbekapper komt elke maand en in de melkstal is rubber op de vloer gelegd. In de zomer gebruikt de maatschap natriumbicarbonaat aan het voerhek om zoolzweren en witte lijndefecten als gevolg van pensverzuring te voorkomen. “Ik voer ook liever geen snelle brok en denk nog na over een voetenbad om Mortellaro te verminderen.” Momenteel verhelpt de klauwbekapper Mortellaro met individuele behandelingen en soms krijgt een koe met stinkpoot een kuur met antibiotica. De stal van 2010 heeft ruime looppaden en loopruimtes, waarbij de koeien geen lastige draaibewegingen maken. De totale diergezondheidskosten zijn met 0,5 cent per liter melk laag.

Voerkosten verlagen

De totale voerkosten bedragen € 9,94 per 100 kilogram melk. Vergeleken met de referentie in Agroscoop is dat te hoog. De Friese veehouder wil daarom graag besparen op voerkosten door verbetering van ruwvoerwinning en graskwaliteit. “Als het lukt om de voerkosten met € 1 per 100 kilo melk te verlagen zonder productieverlies, scheelt dat op jaarbasis al snel € 15.000.”

Het doel is het verhogen van de grasopbrengst en het RE- en VEM-gehalte van graskuil. Nieuwland laat de eerste snede eerder maaien en gebruikt erosie tijdens inkuilen om de voerkwaliteit te verbeteren. Daarnaast investeerde hij in een nieuwe sleufsilo voor een goede conservering van graskuil. Vorig jaar zaaide Nieuwland 12 hectare grasland door om de grasmat te verbeteren. Ook is er meer aandacht voor onkruidbestrijding. “Ik laat de loonwerker meer spuiten tegen onkruid.”

De vruchtbaarheid is ook een belangrijk verbeterpunt. Nieuwland wil de afkalfleeftijd van de vaarzen verlagen, deze is nu 26,5 maanden. “De pinkenstier heeft het afgelopen jaar niet erg zijn best gedaan. We hopen dat het dit jaar beter gaat, want de pinken worden te vet en het duurt te lang voordat ze drachtig worden.”

Een lange tussenkalftijd was altijd een bewuste keuze van Nieuwland om hun koeien na afkalven goed te laten herstellen. In overleg met ki-organisaties zoekt hij naar het meest optimale inseminatiemoment en tussenkalftijd. “De koeien moeten ook niet te ruim in conditie komen en hoe meer verliesdagen, hoe meer geld het kost. Ook streven we naar een veevervanging die lager is dan 20%, want minder jongveeopfok scheelt veel in de fosfaatruimte.”

Het doel van de maatschap is om binnen vijf jaar 200 koeien te melken. Maar dat hangt volgens Tjipke en Aki erg af van de melkprijs en de mogelijkheid om meer eigen grond te verwerven. “Het aantal koeien moet in verhouding blijven met de grond, maar niet tegen elke prijs”, vinden de maten.

Tjipke (42) en Aki Nieuwland (40) houden in Oosterstreek (Fr.) 175 melkkoeien en 95 stuks jongvee op 95 hectare grond, waarvan 81% grasland. Het rollend jaargemiddelde is 8.700 kg melk met 4,39% vet en 3,56% eiwit. Er zijn drie tot vier melkbeurten per week uitbesteed aan agrarische bedrijfsverzorging. Strategie: streven naar een hoge arbeidsefficiëntie, een hoge levensproductie met gezonde koeien en verlagen van de afkalfleeftijd van de vaarzen.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.