Melkvee100Plus

Melkveehouder versus retailerondernemer

Artikelen Ronald Buitenhuis 3 mei 2017
Show article

Het begin versus het einde van de keten. Het ogenschijnlijk gapende gat is minder groot dan het lijkt. Aan een liter melk verdienen ze beiden nauwelijks. En in beide gevallen is het toverwoord: verwaarden.

Als iets supermarkteigenaar Henri Offerein en melkveehouder Ronald Logtenberg bindt, is het de onstuimige drang naar steeds iets nieuws. De melkveehouder had samen met zijn vrouw in Hoogeveen een beautyfarm, kapsalon en koffiehuis, maar stopte er ook weer mee. Logtenberg: “Als je niet zelf meewerkt, levert het niets op.” Nu rest alleen nog een bewegingsstudio en de rest van het pand is verbouwd naar appartementen. Offerein is net een 15-holes frisbeebaan begonnen. “Levert echt niks op. Ik kan er alleen een spaaractie voor gratis frisbees in mijn winkels aan koppelen. 5.000 frisbees in China laten maken. Gewoon leuk. Beetje goodwill in de regio.”

Offferein deelt Logtenbergs mening dat zakendoen kan als je maar zelf meewerkt.
“In een supermarkt moet je wel met personeel werken, maar als je een restaurant moet laten runnen door een bedrijfsleider, ben je de marge eigenlijk al kwijt.” De ijssalon was margetechnisch misschien nog wel het interessantst. “Marge van 60-65%. Maar ja, je bent maar acht maanden open. Heb er ook een tosti-tent aan gekoppeld.”

Het is constant rekenen, voor beiden. Logtenberg wil zijn robots vol, maar moet daar vanwege de fosfaatregels (“Ik had uitgebreid net na de peildatum van 2 juli 2015“) jongvee voor laten lopen. “Jongvee kost geld. Anderzijds, daarmee kun je wel je eigen veestapel opbouwen. Alles van buiten is toch een risico. Bij de huidige melkprijs kan zelf opfokken niet uit.”

Zowel de retailer als de melkveehouder heeft met een dominante partij te maken: Ahold en DOC Kaas. Er is gemeenschappelijke verbazing. In het e-mailadres van Logtenberg staat 81. Dat verwijst naar de melkprijs in centen die hij wilde in de guldentijd. In euro’s is die melkprijs 15 jaar later eigenlijk identiek. Ook de prijzen in de supermarkt zijn nauwelijks veranderd, zegt Offerein. “Maar ik loop wel in een spijkerbroek of paar schoenen van omgerekend meer dan 200 gulden. Dat had je er toen nooit voor betaald. De prijs van melk en voeding is de afgelopen jaren nauwelijks gestegen, maar de kosten wel.”

Knoppen draaien

Waar Offerein als ondernemer aan nogal wat knoppen kan draaien, zijn die knoppen bij Logtenberg beperkt. “De melkprijs staat vast, ik kan eigenlijk alleen op kosten sturen.” Offerein pareert: “Maar jullie hebben wel weer een gegarandeerde afname. Ik moet het maar zien. En één procent van alle versproducten hier gaat de kliko in.”

Het gesprek gaat vervolgens onvermijdelijk over marges. Aanname: de boer is onderaan de keten het slachtoffer, de retail aan het einde ervan de grote winnaar. Ronald Logtenberg: “Ik denk echt dat grote partijen als AH shoppen bij DOC Kaas, A-ware en FrieslandCampina voor de beste prijs. De laagste offerte wint. Wij moeten maar afwachten of de ­coöperatie het beste er voor ons uitsleept.”

Offerein betwijfelt dat mechanisme. “Je hebt toch met kwaliteit en smaak te maken. Ik denk niet dat Albert Heijn het risico wil lopen dat de consument smaak- en/of kwaliteitsverschil merkt.” Logtenberg: “Maar als leverancier van een bulkproduct profiteert de boer zeker niet mee. In de keten wordt meer verdiend. Daar zitten de zakkenvullers.”

Het LEI berekende eerder dat alle ketens in de schakel gelijke marges hebben. Is het een fabel dat de retailer vooral profiteert? Offerein: “Er zitten zoveel schakels in een keten. En iedereen profiteert. Vooral inderdaad de tussenhandel.” En aan een simpel pak melk verdient Offerein sowieso niks, al kan hij opmerkelijk genoeg niet exact zeggen wat de marge op melk is. “Ik kan alleen op groeps­niveau (bijvoorbeeld zuivel) marges zien, maar niet specifiek op een pak melk. AH houdt dat geheim. Maar overall kun je wel stellen dat er marge zit op een product dat je ‘verwaardt’. Frambozen in een pak melk doen en er frambozenvla van maken. Daar kun je geld voor vragen. De meeste innovaties in de supermarkt zitten in het zuivelschap. Stop pruimen in een product en je krijgt er een euro meer voor. Twee liter melk kost hier € 1.49, Ronald krijgt per liter 36 cent. Daar zit echt de marge niet voor ons.”

Die ‘verwaarding’ moet voor Logtenberg van de coöperatie komen. “Ik was groot voorstander van de fusie tussen DOC Kaas en DMK. Daardoor wordt het assortiment verbreed naar onder andere sportvoeding en toetjes. Ook meer handel naar Azië. Dan wordt melk echt meer waard.” Echt veel rijker is ie door de fusie nog niet geworden. “DOC Kaas betaalt van alle coöperaties zeker niet de hoofdprijs, toch ga ik er ondanks de lage melkprijs niet weg. Over een jaar kan het ­elders ook weer anders liggen. Ik hoop dat het er eens uit gaat komen bij DOC Kaas. Voor marge hebben wij als melkveehouders hoe dan ook een goede coöperatie nodig. Zelf kun je de verkoopprijs niet beïnvloeden.”

Offerein deelt de mening dat de boer relatief weinig profiteert van de verwaarding van melk. “Ik zeg: leven en laten leven. De boer verdient meer.” Logtenberg: “Puur rekentechnisch gezien kan ik beter van DOC kaas terugkrijgen voor mijn melk en die verkopen. Maar ja, zo werkt dat natuurlijk niet.”

Lokale markt

De trend is meer lokaal ­geproduceerd voedsel. Toch ziet Offerein niet snel groente van de Drentse akkers bij hem in de winkel liggen. “Albert Heijn heeft heel strenge eisen. Dat snap ik ook wel. Is er iets met voedselveiligheid straalt dat direct op hen af. Ik verkoop wel lokaal gemaakt gebak, maar daar ging wel een certificeercircus aan vooraf.”

Lokale melk in de Hoogeveense supermarkt is helemaal een utopie. Logtenberg: “Sommige boeren verkopen rauwe melk aan huis. Maar als je een centraal punt in Hoogeveen zou willen, mag dat niet. Dan zijn er weer eindeloos veel regels. Zelfs op iets als boerderij-ijs zit enorm veel controle. Doen we dus ook niet.”

Ook hier dus handjes op de rug voor de melkveehouder. Offerein is met AH als moeder ook beperkt in zijn vrijheid, maar heeft toch meer knoppen om aan te draaien. “Ik kan bijvoorbeeld door een folder met acties uit te doen, wel mijn omzet opjagen.” Logtenberg op zijn beurt: “Kijk naar benzine, supermarkten, restaurants… Iedereen mag maximaal groeien, terwijl wij alleen maar gereguleerd worden. Ik klaag niet, maar nu is het ­gewoon lastig om te ondernemen. Probleem is dat je als melkveehouder eigenlijk geen grip hebt op de coöperatie. Je kunt wel naar vergaderingen maar je bent uiteindelijk afhankelijk van zijn beleid, en daar heb ik wel vertrouwen in.”

Consument

Verandert de consument? “Ja”, zegt Offerein. Er is duidelijk vraag naar meer duurzaam voedsel. “In AH brood zitten eigenlijk alleen nog vier basisingrediënten.” Ook de vraag naar weidemelk groeit, al is er een kanttekening. Offerein: “Mensen met een laag inkomen gaan voor lage prijzen. Duurzaam kopen gaat samen met een hoger inkomen.”

Logtenberg gelooft niet dat de consument iets van weidemelk zal proeven. “De smaak is niet anders dan in de stal. Maar als straks alles weidemelk wordt, vervalt onze premie daarvoor weer.” Toch is de veehouder positief. “Ik kijk vooruit en niet terug. De melkprijs stijgt.” Rest de overeenkomsten: het is voor zowel ­retailer als boer op de kleintjes letten.

Ronald Logtenberg (45) runt samen met zijn vrouw in Kerkenveld (Dr.) een melkveebedrijf. Hij levert zijn melk aan DOC Kaas.
* ‘Ik kocht als eerste 20 koeien van een stoppende melkveehouder.’
* ‘Ik was groot voorstander van de fusie tussen DOC Kaas en DMK. De fusie was een goede zet.’
* ‘Puur reken technisch gezien kan ik beter kaas terugkrijgen voor mijn geleverde melk en die kaas weer verkopen. Maar ja, zo werkt dat natuurlijk niet.’
* ‘Ik denk dat vooral in de tussenhandel de zakkenvullers zitten.’

Henri Offerein (48) heeft in Hoogeveen (Dr.) twee Albert Heijn winkels, een restaurant en sinds kort een frisbee golfbaan.
Henri Offerein in vier uitspraken:
* ‘In de supermarkt zitten de meeste innovaties in het zuivelschap.’
* ‘Ik geloof niet dat AH zuivelcoöperaties tegen elkaar uitspeelt. Ze zijn bang voor kwaliteits- en smaakverschillen.’
* ‘Ik verdien niks aan een liter melk. Op “verwaarde” producten als een Mona-toetje of verse bloemkool zit zo’n 25 % marge.’
* ‘Ik kan, anders dan een boer, met een actie wel de omzet opjagen.’

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.