Melkvee100Plus
Show article

Holsum Dairies ontving meerdere prijzen voor inzet op duurzaamheid gecombineerd met winstgevendheid. Mede-eigenaar Kenn Buelow geniet van het op elkaar afstemmen van systemen, vooral als alles klopt.

“Mensen waren angstig. Het was nieuw en het ging om het grootste melkveebedrijf in Wisconsin”, vertelt dierenarts en melkveehouder Kenn Buelow (61). Hij waagde een enorme gok toen hij in de staat, die wat betreft melkveehouderijen bekend staat als bakermat van de Amerikaanse gezinsbedrijven, startte met Holsum Dairies. In de jaren voor Holsum Dairies adviseerde hij meerdere grote melkveebedrijven in Californië en Nieuw Mexico. Desondanks bleek het opzetten van een eigen melkveebedrijf niet gemakkelijk. Gelukkig gaf zijn investeerder hem tijd. Na 2 jaar draaide het melkveebedrijf winst.

Wat waren de grootste uitdagingen bij de start van Holsum Dairies?

“De grootste uitdaging was het managen van werknemers. Je start met een melkveebedrijf in een regio waar zich nog geen grote melkveebedrijven bevinden. Dan heb je te maken met werknemers die echt niet weten wat ze moeten doen. Je moet alle systemen en protocollen nog opzetten. Dat nam een aantal jaar in beslag. Het was een groot verschil met het melkveebedrijf dat we 5 jaar later bouwden. Dat verliep relatief gemakkelijk. We lieten al onze nieuwe medewerkers eerst een maand op het eerste bedrijf meedraaien. Dus uiteindelijk gaat het allemaal om het op orde brengen van je management en systemen. En dat valt niet mee als je in een keer met 4.000 koeien start. Maar des te meer systemen je bij elkaar brengt, des te winstgevender het wordt als alles klopt.”

Waarom bent u zelf koeien gaan houden?

“Weet je, als je melkveebedrijven begeleidt, geef je adviezen maar die worden niet altijd uitgevoerd. Als je eigenaar van een melkveebedrijf bent, doe je wat volgens jou het beste is. Dat is waarschijnlijk de belangrijkste reden.”

Dat iemand zou luisteren?

(lachend) “Ja, maar dat is niet altijd goed geweest, want ik heb zeker veel fouten gemaakt. Maar ik heb geleerd en ben beter geworden.”

Waarom koos u ervoor om met 4.000 koeien te starten?

“Wij denken dat 4.000 koeien een optimale bedrijfsomvang is. Dat betekent niet dat we gelijk hebben, maar bij ons pakt het goed uit. Het gaat om efficiency, ook in melkveebedrijven. Systemen moeten goed op elkaar worden afgestemd. Mest, voer, werken met boeren. Het op elkaar afstemmen van systemen is wat het leuk maakt.”

Hoe keken collega-veehouders tegen u aan, toen u uw eerste grote melkveebedrijf bouwde?

“Melkveehouders maakten zich eerst zorgen en vroegen zich af hoe ze de competitie konden aangaan. Maar dat veranderde in 5 à 10 jaar. We werken met 35 lokale boeren die voer voor ons telen. De mest gaat weer terug. We zorgen ervoor dat ze meer geld verdienen door hun opbrengst aan ons te verkopen in plaats van graan aan andere partijen. Waarom zouden ze anders aan ons verkopen? Daarbij zijn hun grondprijzen minstens verzesvoudigd.”

Is het altijd mogelijk een hogere prijs per hectare te betalen?

“Ja, we proberen rond de € 100 per hectare meer te betalen dan ze normaal zouden verdienen en we moeten ons aan deze belofte houden. Soms zijn de graanprijzen zo laag dat de telers alsnog geld verliezen, maar minder dan normaal. We houden elk jaar een bijeenkomst voor de telers die met ons werken. Dan noemen we de prijzen die we bieden voor mais, luzerne et cetera. Vervolgens geven we ze van 1 april tot 1 september om prijzen vast te zetten. Ze kunnen kijken naar wat de prijzen op de beurs in Chicago doen en dan bepalen wat ze doen.”

U heeft de plannen opgesteld, het bedrijf ontworpen en mensen getraind. Gaf uw investeerder u carte blanche?

“Daar komt het eigenlijk wel op neer. Ik was bij aanvang erg blij en opgewonden, maar toen er veel problemen ontstonden, sloeg dit om in angst. Ik vroeg me af waar ik in hemelsnaam aan was begonnen. In het eerste bedrijf werd $ 23 miljoen (€ 18,6 miljoen) geïnvesteerd, maar het functioneerde in het begin helemaal niet zo goed. We gaven onnodig geld uit en een aantal zaken werkte niet zoals bedacht. Maar onze investeerder gaf ons tijd om zaken op te lossen en uiteindelijk werd het een succesverhaal.

Beschouwt u Holsum Dairies als het ideale melkveebedrijf?

“Melkveebedrijven worden steeds beter. Als je begint, doe je wat je denkt dat het beste is, maar dan… We beschikken bijvoorbeeld niet over tunnelventilatie. Achteraf hadden we dat beter wel kunnen doen, maar toen we bouwden was hier nog weinig informatie over voorhanden. Daarom kozen we voor natuurlijke ventilatie en ventilatoren. Als we het opnieuw zouden mogen doen, dan hadden we voor tunnelventilatie gekozen. Het neemt minder ruimte in beslag, zorgt voor een prettiger klimaat en het helpt tegen vliegen. Dus er zijn nog steeds verbeterpunten.”

‘Melkveebedrijven worden steeds beter’

Een van uw doelen was om op een duurzame wijze melk te produceren van hoge kwaliteit tegen een zo laag mogelijke prijs zowel financieel als milieutechnisch. Is dat gelukt?

“We bevinden ons in de groep van 10% bedrijven met de laagste kostprijs. Door in duurzaamheid te investeren, verdienen we meer geld. Je kijkt en bedenkt wat duurzamer kan. Meestal gaat het om ergens minder van te gebruiken. En als je minder gebruikt, dan is dat vaak duurzamer. Je moet eerst investeren, maar op de lange termijn levert het geld op.”

Is het gemakkelijker investeren als je een investeerder hebt die je carte blanche geeft?

“Natuurlijk, dat maakt het altijd gemakkelijk. Maar we werken veel met deelbudgetten en verzamelen, analyseren en rapporteren continu. Je moet jezelf telkens de vraag stellen wat de terugverdientijd is. We maken bijvoorbeeld zelf ons dipmiddel voor het voorbehandelen van de uiers. De investering in benodigde apparatuur verdienden we in 6 maanden terug. Of neem de opslag van ons graan. Op veel bedrijven ligt dit onder een afdak, maar wij hebben ervoor gekozen om het in een afgesloten ruimte op te slaan. Daardoor waait er geen graan weg en hebben me minder last van bederf. Ook deze investering betaalde zich snel terug.”

Wat is de grootste uitdaging op uw melkveebedrijf nu?

“Het vinden van geschikt nieuw personeel en al het werk gedaan krijgen. Het is moeilijk om aan mensen te komen. En een aantal boeren waar we mee werken, gaat met pensioen. Ze vragen ons hun land te kopen, maar dat willen eigenlijk niet. Ook dat zijn moeilijke beslissingen om te moeten nemen.”

Waarom koopt u hun land niet?

“Omdat het duur is en je er geen geld mee verdient. De prijzen zijn te hoog. In de jaren ’80 zijn de grondprijzen in de VS gehalveerd. Dus daar zit een risico. Daarom bezitten we slechts 10%, ongeveer 500 hectare, van de grond die we nodig hebben voor onze voerproductie.”

U heeft geïnvesteerd in 2 vergisters. Hoe pakte dit uit?

“Dat klopt, we investeerden $ 2 miljoen (€ 1,6 miljoen) in 2 vergisters. Het gaat altijd om economie en duurzaamheid. Deze 2 zaken kun je niet scheiden. De eerste vergister is echter een pijnlijk verhaal. Het kostte ons 10 jaar om het systeem te laten draaien zoals we wilden en voordat we break even draaiden. De tweede vergister hadden we echter in een jaar of 4 terugverdiend. Nu verdienen we aan onze vergisters. Hoewel, de prijzen voor het leveren van elektriciteit zijn enorm gedaald waardoor er momenteel niet veel overblijft. Maar ik zie het als een groot systeem. We verkopen CO2-credits, het helpt ons met ons mestmanagement, we produceren boxvulling, we produceren energie en onze buren zijn blij met minder geuroverlast.”

Hoe kijkt u naar de Nederlandse melkveehouderij?

“Ik denk dat melkveehouders in Nederland een serieuze uitdaging hebben wat betreft de regelgeving en dat maakt het erg moeilijk om te groeien en efficiënter te produceren. Het goede is dat de sector over een enorm enthousiasme beschikt en dat er veel kennis is. Daarbij is er veel ondersteuning vanuit de zuivelindustrie. Bovendien is er veel vraag naar jullie producten wereldwijd. De Nederlandse zuivel beschikt over goede exportposities en blijft daarin investeren. In de VS lopen we wat dat betreft achter.”

‘Laat anderen je niet vertellen wat duurzaamheid is’

Sommige melkveehouders in Nederland zijn allergisch geworden voor het woord duurzaamheid. Naar hun mening gaat het te veel over ge- en verboden. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Zaak is om voor jezelf te bepalen wat duurzaam is. Investeer in zaken die je energie- en waterverbruik verminderen zodat je weet dat het direct geld oplevert. Doe de investeringen die je het meest opleveren als eerst en werk vervolgende je lijst af. En laat anderen je niet vertellen wat duurzaamheid is.”

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.