Melkvee100Plus
Show article

Melkveehouders zonder opvolger doen er goed aan tijdig na te denken over een afbouwstrategie van hun bedrijf. Op die manier blijft na het beëindigen zoveel mogelijk kapitaal behouden, voor hunzelf en de kinderen.

Dat kleine melkveebedrijven niet ­zeker zijn van opvolging is geen verrassing. Maar ook voor grote melkveebedrijven is bedrijfsoverdracht geen vanzelfsprekendheid meer. Uit een enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat vorig jaar 15% van de groep met meer dan 100 koeien geen opvolger heeft, tegenover 40% van alle bedrijven. En daarvan moet de daadwerkelijke over­name nog maar blijken.

Veehouders die zeker geen opvolger hebben, doen er goed aan tijdig een afbouwstrategie te ontwikkelen. Net als overname en groei horen bij de afbouw van een bedrijf veel ondernemerskeuzes. Hoe eerder daarmee gestart, hoe groter de kans om aan het einde van de rit zoveel mogelijk kapitaal over te houden. Voor de ondernemer en voor eventuele kinderen.

Ard Klijsen, agrarisch makelaar en voorzitter van de NVM-vakgroep Agrarisch & Landelijk Vastgoed, adviseert veehouders op tijd met adviseurs te schakelen. “Veehouders ­mogen over het algemeen wat eerder en ­bewuster aan een afbouwstrategie beginnen.” Wel ziet hij verschil; ondernemers die ­tijdens hun veehouderijcarrière strategisch nadachten, doen dat in veel gevallen ook richting het einde, zowel voor een bedrijfsoverdracht als afbouwstrategie.

Opdelen levert meeste op

De basis voor het behoud van zoveel mogelijk kapitaal is het bedrijf. In principe zijn er twee mogelijkheden: het bedrijf behouden als melkveebedrijf en zo in de verkoop zetten. Of het bedrijf in stukken verdelen; dat betekent meestal de grond en gebouwen apart waarbij de gebouwen een andere functie ­krijgen of worden afgebroken.

De courantheid van het object is vooral bepalend voor de route. Tientallen factoren zijn daarvoor bepalend, waaronder de omvang, inhoud en moderniteit van gebouwen, de huiskavel en belemmeringen in de buurt. “Voor een bedrijf met 150 tot 200 koeien in een relatief jonge stal met minimaal 50 hectare huiskavel zijn wel kopers te vinden”, ervaart Klijsen.

Toch schat de makelaar dat in de meeste gevallen opdelen van een bedrijf onder de streep het meeste oplevert. Voor losse grond zijn doorgaans gemakkelijker kopers te vinden. Bovendien zijn er vaak een of meerdere buurtbedrijven die relatief meer voor deze grond willen betalen. De makelaar waarschuwt dat ondernemers zich niet alleen op de opbrengstprijs moeten focussen. “Ook de termijn waarbinnen het verkocht kan worden en de haalbaarheid zijn bepalend.”

In een situatie dat het bedrijf vrijwel zeker niet als melkveebedrijf wordt verkocht, is het belangrijk tijdig in beeld te hebben wat de mogelijkheden zijn op die locatie. Er zijn grote verschillen tussen overheden in beleid en mate van meewerken. Waar de ene gemeente actief mee wil denken en werken aan her­bestemmen voor bijvoorbeeld kleinschalige bedrijvigheid wil de andere gemeente niets anders dan agrarisch toestaan.

Ook mogelijkheden van sloopregelingen zijn verschillend. Klijsen raadt daarom aan ­tijdig met overheden om tafel te gaan. Hij kent situaties waarbij de bestemming is ­omgezet naar gemengde activiteiten, waardoor het bedrijf zowel een agrarisch- als
een andere kan krijgen. De mogelijkheden van de locatie vertalen zich in de waarde ­ervan.

Inbreng in maatschap

vermogensplanning om belasting te voorkomen

Ook fiscaal moeten ondernemers vroegtijdig nadenken om te voorkomen dat grote sommen geld in de zak van de belasting verdwijnen. Dat is vermogensplanning. Erik Marcus, fiscaal adviseur bij Remie Fiscaal Juridisch ­Adviesbureau, ziet dat er zeker mogelijk­heden zijn, maar alles staat of valt met tijdig actie ondernemen. Ook moeten ondernemers scherp hebben hoe hun financiële wensen en mogelijkheden voor de lange termijn zijn.

Het grootste kapitaal zit bij de meeste melkveebedrijven in de grond. Het is belangrijk dat grond volledig onder de landbouwvrijstelling valt. Bij het staken hoeft de ondernemer dan geen belasting over de grond te betalen. “Ondernemers moeten zorgen dat ze ‘bij’ zijn met herwaarderen”, adviseert Marcus. Door de boekwaarde van de landbouwgrond op de balans alvast te verhogen, wordt bij een beëindiging geen of minder winst gemaakt en blijft de fiscus ervan af. De geëigende methode hiervoor is de grond inbrengen in een maatschap. Zodra de grond is ondergebracht op de maatschapbalans is er sprake van overdrachtswinst en van herwaarderingswinst. Deze winsten vallen onder de landbouwvrijstelling en zijn in principe vrijgesteld van inkomstenbelasting.

Stakings-bv

Buiten de grond zijn er mogelijkheden om tot drie jaar voor de staking een bv op te richten. Dat kan interessant zijn in situaties met veel belastbare winst op bedrijfsmiddelen, zoals fosfaatrechten, gebouwen en machines met hoge waardes. Minder belasting betalen is een voordeel maar het geld zit dan wel vast in de bv. De voordelen en mogelijkheden zijn sterk afhankelijk van de situatie.

Een andere optie is om winst uit staking te investeren in een ander bedrijf om zodoende geen belasting te betalen. “Zoals vroeger een melkmaatschap”, illustreert Marcus. Door bijvoorbeeld samen een nieuwe stal te bouwen kan via MIA/Vamil extra afschrijving worden gecreëerd. Het heeft ook nadelen, zoals een minimale termijn van samenwerken. “En het moet als persoon bij je passen om met vreemden een samenwerkingsverband aan te gaan.”

Familiemaatschap aangaan

Om belasting betalen bij overdracht van kapitaal naar kinderen te voorkomen kunnen veehouders al jaren voor de staking belastingvrij schenken aan de kinderen op basis van schuldigkenning. De ouders schenken dan jaarlijks op papier aan de kinderen en bouwen een schuld op bij hun kinderen. Fiscaal interessant, maar Marcus adviseert goed na te denken over de consequenties en voorwaarden waarop de kinderen van het geld gebruik mogen maken. “Plus het kan invloed hebben op de mogelijkheden die een ondernemer zelf nog heeft met zijn bedrijf.”

Een andere optie is het aangaan van een ­familiemaatschap. Ouders en kinderen vormen een maatschap waarbij de kinderen low profile ook een rol binnen het bedrijf spelen. Daardoor kunnen ze na drie jaar samenwerken gebruik maken van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Het bedrijf moet dan nog wel vijf jaar worden voortgezet. Daar is wel een mouw aan te passen, aldus Marcus. ­“Vader kan op het bedrijf blijven werken, werk is uit te besteden en delen van het ­bedrijf zijn te verhuren.” Omzetten naar bijvoorbeeld een akkerbouwbedrijf kan door de fiscus als een staking worden gezien. Het biedt mogelijkheden maar het is met drie plus vijf jaar wel een lang proces.

Begin tijdig aan afbouwstrategie

• Schakel vroegtijdig adviseurs in om het proces van afbouwen te begeleiden. Denk aan de fiscalist, accountant, makelaar en adviseur van de bank. Het is niet gek om al vanaf een leeftijd van 55 jaar hiermee te beginnen. Besef dat goed beëindigen ook een vorm is van goed ondernemen.
• Maak een visie hoe het bedrijf de tijd tot het ­moment van beëindigen nog moet ontwikkelen. Breng in beeld welke ­investeringen de komende jaren nog nodig zijn en welke geen rendement of extra waarde meer hebben.
• Overleg tijdig met de gemeente over de mogelijkheden van de locatie voor agrarische en niet-agrarische activiteiten en wonen. Maak gebruik van de herziening van het ­bestemmingsplan om alvast de bestemming te wijzigen.
• Houd het bedrijf technisch up-to-date en blijf regulier onderhoud plegen. Grote investeringen in nieuwbouw zijn vaak niet meer interessant.
• Betrek alle gezinsleden bij de afbouwstrategie. Hou ze minimaal op de hoogte van de ontwikkelingen en wat het voor hun (financiële) positie betekent.

Auteur

Rene%20Stevens
Freelanceredacteur Melkvee100Plus

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.