Melkvee100Plus

Zoektocht naar zekerheid

Artikelen Jan Willem Veldman 21 apr 2017
Show article

Wereldwijd zijn er verschillende initiatieven om melkveehouders te beschermen tegen financiële gevolgen van sterk fluctuerende melkprijzen. Binnen de EU lijken vooral de Ieren gecharmeerd van het werken met vaste prijzen.

De enorme melkprijsfluctuaties blijven menigeen verbazen. Ook af­gelopen jaar was het weer raak. In rap tempo herstelde de relatief lage melkprijs naar bovengemiddeld. Een nieuwe werkelijkheid voor Europese melkveehouders na, en in aanloop naar, de afschaffing van de melkquotering in 2015. Buiten Europa, in grote zuivellanden als Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten, hebben ze al langer ervaring met flink schommelende melkprijzen. Nieuw-Zeeland spant wat dat betreft de kroon. Dit land moet het dan ook als enige van de drie grote exporteurs doen zonder grote thuismarkt en weinig tot geen overheidssteun.

De beste strategie voor melkveehouders met een goed gevulde beurs lijkt rustig afwachten. Scherp op de kosten letten in mindere tijden en gas erop zodra de melkprijs weer aantrekt, om te zorgen dat er gemiddeld onder aan de streep geld overblijft. Deze groep heeft een punt dat het afdekken van risico’s automatisch betekent dat je een deel van je winst afgeeft.

Voor melkveehouders met minder finan­ciële armslag ligt het desondanks wat ingewikkelder. Waar moet je bij een flinke investering op sturen, als je niet weet of de melkprijs in een tijdsbestek van een paar maanden ­zowel met meerdere euro’s kan stijgen als ­dalen? De vraag rijst of melkveehouders niet minstens een paar maanden van tevoren van hun afnemer zouden moeten weten welke melkprijs ze beuren. Om aan deze groep veehouders tegemoet te komen en de financiële risico’s te beperken, ontwikkelen steeds meer bedrijven en overheden in verschillende landen instrumenten. Dit kan deze groep zoals gezegd een deel van hun winst kosten, maar de vraag is of dit een groot probleem is. Een verzekering kost nu eenmaal geld.

Beperkte interesse Nederland

Binnen Europa is, wat betreft het aanbieden van vaste melkprijscontracten, Ierland koploper. Het vastzetten van melkprijzen is mogelijk door op verschillende plekken in de keten prijsafspraken te maken. Ook het Franse Danone werkt in België en Frankrijk met prijzen die voor een deel niet mee fluctueren met de opbrengstprijzen op de markt, maar deels gebaseerd zijn op de ontwikkeling van de kostprijs. Hiermee wordt de fluctuatie beperkt, omdat kostprijzen minder fluctueren dan marktprijzen. In Nederland is de interesse voor dit soort instrumenten tot op heden beperkt.

FrieslandCampina geeft aan de ontwikkelingen met belangstelling te volgen, maar er nog niet uit te zijn of het voor haar leden in­teressant is om te gaan werken met derivaten. De zuivelcoöperatie ziet wel dat de belangstelling voor derivaten, na het verdwijnen van het melkquotum, is toegenomen. Daarmee neemt de kennis van deze producten toe. Ook is de onderneming zich ervan bewust dat het voor leden prettig kan zijn om een dergelijk product via een vertrouwde partij als de coöperatie aan te schaffen. Tot op heden moeten de ­leden het echter nog gewoon met de Garantieprijs doen. In een Europees rapport uit 2016 over de instabiliteit van agrarische markten geeft FrieslandCampina duidelijk aan dat de onderneming veel waarde hecht aan haar ­coöperatieve structuur. In combinatie met productdifferentiatie en verschillende afzetmarkten maakt dit de ­leden-melkveehouders van de coöperatie al minder kwetsbaar voor plotselinge prijsbewegingen. Dat neemt volgens de zuivelgigant echter niet weg dat er een Europees vangnet moet zijn, zoals nu het geval met de interventieregeling, om in bijzondere noodsituaties te kunnen ingrijpen.

Handelsonderneming Dairy Trading Online (DTO) zet in Nederland en Duitsland al wel melkprijsgarantiecertificaten in de markt, waar naar eigen zeggen op gezette tijden een beperkte groep veehouders gebruik van maakt. Melkveehouders kunnen hun melk fysiek aan de bestaande afnemer blijven leveren en ontvangen daarvoor een maandelijks variërende melkprijs. DTO verrekent vervolgens, voor de afgesproken looptijd van het Melkprijsgarantiecertificaat, de vaste melkprijs met de maandelijks gepubliceerde Garantieprijs van FrieslandCampina. Cijfers van deelname wil de handelsonderneming uit concurrentieover­weging niet geven.

Wat betreft Europees beleid hebben alleen Spanje, Italië en Hongarije geld begroot voor een inkomenstabilisatietool voor boeren. Maar in de praktijk is hier nog geen gebruik van gemaakt, zo legt mede-auteur van het rapport over de instabiliteit van agrarische markten ­Miranda Meuwissen van Wageningen UR uit. Probleem is dat het nodige geld zou afgaan van de directe inkomenssteun.

Goed jaar voor Ierse deelnemers

Het Ierse Glanbia of beter gezegd de coöperatie Glanbia Ingredients Ireland (GII) heeft in Europa tot nu toe de meeste ervaring met het aanbieden van vaste melkprijscontracten. Ook een aantal kleinere Ierse zuivelondernemingen zoals Dairygold en Kerry gaven enkele keren een contract uit. Sinds 2011 werd er door Glanbia al meer dan 1,7 miljard kilo melk via vaste melkprijscontracten ingekocht. Hoewel het programma vrijwillig is, geeft Glanbia’s CEO Jim Bergin in een prospect aan tevreden te zijn dat al meer dan 2.000 leveranciers voor een deel van de productie hebben gekozen voor een vaste melkprijs en daarmee minder risico. De aanpak van Glanbia trekt de aandacht. Zo gaf ook de Franse zuivelcoöperatie Sodiaal afgelopen jaar tegenover Boerderij aan met een soortgelijk instrument te willen gaan werken.

Afgelopen jaar waren deelnemers aan een contract bij Glanbia spekkoper. De vaste melkprijs lag volgens de onderneming maar liefst 5,2 cent boven de marktprijs. Dit betekent niet dat het altijd feest is. Glanbia somt op dat deelname aan de contracten in de jaren 2012, 2015 en 2016 in het voordeel van de veehouders uitpakte. In 2011, 2013 en 2014 overtrof de marktprijs echter de vastgelegde melkprijs. Daarmee lijkt het instrument zijn werk goed te doen. Doel is immers stabilisering van de melkprijs en niet het bevoordelen van de ene groep melkveehouders ten opzichte van de andere. Iets wat binnen een coöperatie voor flinke spanningen kan zorgen, maar daarover later meer.

Melkveehouders kunnen bij Glanbia kiezen uit verschillende contracten met verschillende looptijden. Gezien de vele varianten is het instrument ietwat moeilijk te doorgronden. In december afgelopen jaar zette de melkverwerker opnieuw twee melkprijscontracten in de markt. Een contract met een looptijd van 1 jaar en een contract met een looptijd van 3 jaar. Het minimale volume is 10.000 liter en er is geen maximum per ­bedrijf. Wel is er een maximale totale hoeveelheid per inschrijfronde. Deze informatie wordt echter uit concurrentieoverweging niet bekendgemaakt.

Bij het eenjarige contract, dat loopt tot 31 december 2017, ontvangt de veehouder voor een bepaald volume een melkprijs van omgerekend naar Nederlandse omstandig­heden bij 4,4% vet en 3,2% eiwit € 31,64 per 100 kilo exclusief btw. Aan kosten betaalt een leverancier 1 cent per liter, maar dit geldt ook bij contracten met een andere looptijd. Voor dit geld worden nieuwe producten ontwikkeld om melkprijsrisico’s af te dekken. Verder kleven aan dit contract relatief weinig mitsen en maren.

Het driejarige contract, dat loopt tot en met 31 december 2019, zit wat ingewikkelder in elkaar. Het contract is goed voor een melkprijs van omgerekend € 30,65 per 100 kilo. Opvallend is dat bij dit contract een mechanisme is ingebouwd om eventuele extreme dalingen en stijgingen toch door te vertalen in de vaste melkprijs. Daalt de gemiddelde melkprijs over een jaar onder de € 27,35 per 100 kilo of stijgt deze boven de € 33,60 per 100 kilo dan wordt voor elke cent boven of onder deze grens de vaste melkprijs met een halve cent aangepast. Ter vergelijking: de melkprijs die Glanbia zowel afgelopen januari als februari uitbetaalde lag op € 30,88 per 100 kilo.

Danone

Danone België introduceerde ruim een jaar terug een alternatieve melkprijsvergoeding om de prijsvolatiliteit op het niveau van de producent af te vlakken. Leveranciers verenigd binnen producentenvereniging Beste Melk kregen de mogelijkheid vrijwillig deel te nemen. Voorzitter en melkveehouder Johan Hillen geeft aan dat de melkprijs voor 50% gebaseerd is op het voortschrijdend gemiddelde van de melkprijs afgelopen 5 jaar, exclusief premies. De andere 50% is gekoppeld aan de fluctuaties van de kostprijs, voornamelijk de voerkosten. Meer dan de helft van de 65 leden tellende producentenvereniging maakt gebruik van het aanbod van Danone. Tot op heden zonder spijt, maar dat is gezien de marktonwikkelingen niet vreemd. Afge­lopen jaar was de markt slecht waardoor ­genoemde melkprijsbeslissing gunstig uitpakte. Pas begin dit jaar kwam het omslagmoment. Veehouders die gebruik maken van de alternatieve melkprijsvergoeding tekenen in wezen voor 3 jaar. Hillen spreekt dan ook het liefst over het afvlakken van de melkprijs. In navolging van België is Danone met een soortgelijk model gestart in Frankrijk. Al geldt het daar voor alle melk. De zuivelonderneming heeft met alle Franse producentenorganisaties, die leveren aan hun (zes) fabrieken ­afspraken gemaakt over de hoeveelheid te ­leveren melk en de maandelijkse melkprijs, zo licht Willem Koop van ZuivelNL toe. Wat ­betreft de melkprijs wordt uitgegaan van de gemiddelde melkprijs in het voorgaande jaar en een aanpassing op basis van door CNIEL ­gepubliceerde marktindicatoren voor Franse zuivelproducten, de waarde van boter en melkpoeder en de concurrentiepositie ten opzichte van Duitsland. Daarnaast houdt Danone vanaf 2017 voor de overige 50% van de melkprijs ­rekening met de ontwikkeling van de kosten. De kostprijs is opgebouwd uit door institut d’elevage berekende cijfers met betrekking tot zaken als arbeid, krachtvoer, energie en kunstmest. Wel is ook afgesproken dat Danone de af te nemen hoeveelheid melk kan beperken. Mogelijk dat net als in 2016 ook in 2017 het ­volume met 2% wordt beperkt. Ook hanteert Danone een A- en B-melkprijssysteem. Dat houdt in dat melkveehouders een quotum hebben en dat voor een bepaald deel van de levering niet de A-prijs wordt uitbetaald, maar de B-prijs die is gebaseerd op de opbrengstprijzen van boter en mager melkpoeder.

Spanningen binnen de coöperatie

Glanbia en Danone laten zien dat het mogelijk is om bepaalde risico’s te beperken. Dat heeft zowel voor de zuivelbedrijven als leveranciers voordelen. Leveranciers krijgen zekerheid om te kunnen voldoen aan hun financiële verplichtingen en bedrijven kunnen ­verder vooruit plannen en langdurige afspraken maken met hun klanten. Wel lijkt het werken met vaste prijzen voor een private zuivelverwerker relatief eenvoudiger dan voor een coöperatie.

Hoewel de coöperatie over het algemeen als een stabiele en betrouwbare partij wordt gezien, kan het flink gaan rommelen als deze zich gaat bemoeien met het afdekken van melkprijsrisico’s. Daar zijn ze in Nieuw-Zeeland inmiddels wel achter. Het uitbetalen van verschillende melkprijzen leidde onder de leden-melkveehouders van Fonterra tot zoveel discussie dat in 2015 besloten werd het zogenoemde Guaranteed Milk Price systeem te beëindigen. Een medewerker schrijft later in een rapport dat het stopzetten van het sys­teem vooral een gevolg was van onvoldoende kennis van het melkprijssysteem en daaruit volgende wantrouwen in genoemd instrument. Dat leidde tot een gevoel van ongelijkheid onder de leden-melkveehouders.

Herverdeling van melkgeld blijft een gevoelig onderwerp, zeker binnen een coöperatie.

Vaste melkprijs gevoelig binnen coöperatie

Fonterra startte in 2013-2014 met het aanbieden van een vaste melkprijs voor een deel van de melkaanvoer. Voordeel van de regeling was dat leden-melkveehouders die meer zekerheid wilden, na bijvoorbeeld een forse investering, hun risico’s op deze manier konden afdekken.
Eind 2015 trok de Nieuw-Zeelandse zuivelcoöperatie echter al weer de stekker uit het systeem. Het zorgde voor te veel onrust onder de achterban. De ene veehouder wist er slim gebruik van te maken, terwijl de ander het gevoel had dat niet alle leden gelijk en eerlijk werden behandeld. Daarmee zou het sys­teem ingaan tegen de coöperatieve gedachte. Belangrijk was seizoen 2014-2015 waarin de gegarandeerde melkprijs, als gevolg van snel gedaalde zuivelprijzen op de wereldmarkt, fors hoger uitviel ten opzichte van de ‘normale’ melkprijs. Een deel van de leden bleek met een 1,5 tot 12,5 cent hogere melkprijs voor een deel van hun productie, spekkoper.
De NZX zette in mei 2016 een alternatief ­instrument in de markt om melkprijsrisico’s af te dekken. Het beurs­bedrijf toont zich tevreden hierover. Sinds de start werd er voor zo’n 175 miljoen kilo melk (23 miljoen kilo milk­solids) aan derivaten verhandeld.

’Verzekeringen horen niet regelmatig uit te keren’

Het Amerikaanse Dairy Margin Protection Program werd in 2014 ingesteld. Het gaat om een overheidsprogramma waarmee melkveehouders zich voor een deel van hun productie kunnen verzekeren van een zelf gekozen marge tussen melkprijs en voerkosten. Ongeveer de helft van de melkveehouders, goed voor 80% van de melkaanvoer, neemt deel aan deze verzekering. Dat is niet voor niets. In de VS maakt voeraankoop een veel groter deel van de kostprijs van melk uit dan in Nederland. Tegen omgerekend € 90 administratiekosten per jaar kan een melkveehouder een catastrofe-dekking afsluiten. Hierbij wordt alleen uitbetaald bij uitzonderlijke prijsfluctuaties, waarbij de gemiddelde nationale marge minimaal twee achtereenvolgende maanden onder $ 9 per 100 kilo melk daalt. In 2015 maakte 45% van de melkveebedrijven gebruik van deze basisverzekering. Andere deelnemers kozen voor een aanvullende verzekering en dus een hogere margedekking. Opvallend is dat in 2016, als gevolg van teleurstellende ervaringen in 2015, 77% van de melkveehouders koos voor een basisverzekering en geen aanvullend pakket.
Volgens Meuwissen, die het systeem in opdracht van Brussel onderzoekt, is er in de ­afgelopen jaren inderdaad weinig uitgekeerd binnen dit programma. Op zich is dat geen probleem. Helaas is volgens haar in de landbouw de foute verwachting geslopen dat er regelmatig moet worden uitgekeerd. Een onbedoeld gevolg van overheidssubsidies. De vraag is of een soort­gelijk systeem wenselijk zou zijn in Europa. Meuwissen ziet mogelijkheden, maar dan moet het systeem zichzelf wel kunnen bedruipen. Andere partijen als verzekeringsmaatschappijen zouden moeten instappen en de overheid zou alleen moeten helpen bij de opstart.

Melkprijs Glanbia

Leveranciers van Glanbia krijgen regelmatig de mogelijkheid hun melkprijs voor een bepaald volume en een bepaalde periode vast te zetten. Een voorbeeld melkgeldafrekening laat zien hoe een en ander in zijn werk gaat. Een leverancier beurde in mei 2016omgerekend bij 4,4% vet en 3,2% eiwit € 20,03 per 100 kilo melk. Hij had 4 melkprijscontracten lopen voor verschillende volumes en periodes. De gemiddelde prijs van deze 4 contracten (schemes 4 tot en met 7) lag toen met € 29,84 47% hoger ten opzichte van genoemde melkprijs. Grofweg heeft de veehouder voor een kwart van zijn aanvoer melkprijscontracten lopen. Dat maakt dat zijn gemiddelde melkprijs in mei uitkomt op € 22,48 per 100 kilo. Dat dit verschil ook minder groot kan zijn, maakt een afrekening over oktober duidelijk. Toen lag het verschil tussen de ‘normale’ melkprijs en het gemiddelde van de 4 contracten nog maar op 4%.

Melkprijs Danone

De uitbetaalde melkprijs van Danone is gebaseerd op een maandelijkse referentieprijs voor melk met 38 gram vet en 32 gram (puur) eiwit plus toeslagen/kortingen afhan­kelijk van de werkelijke ­gehalten, kwaliteit et ­cetera. In 2017 was de ­gemiddelde referentieprijs (bron: LTO Internationale Melkprijsvergelijking) € 297,33 per 1.000 ­liter met 38 gram vet en 32 gram eiwit. Was rekening gehouden met een berekende kostprijs van € 320,00 per 1.000 liter dan zou de gemiddelde ­referentieprijs zijn uit­gekomen op 308,67 (= 0,5 x 297,33 + 0,5 x 320) per 1.000 liter. Een stijging van omgerekend zo’n € 1,10 per 100 kilo melk. Ook in 2015 zou deze systematiek een plus hebben opgeleverd voor de melkprijs, maar in de goede melkprijsjaren 2013 en vooral 2014 zou de melkprijs lager geweest zijn. In 2014 zou de melkprijs zo’n € 2 per 100 kilo lager geweest zijn.

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.