Melkvee100Plus
Show article

Een groot melkveebedrijf is nog steeds overneembaar door de volgende generatie. Belangrijk is dat moderniteit en financiering in balans zijn. Ook moet er richting andere kinderen een goed verhaal zijn.

Een bedrijfsovername is een complexe financiële puzzel. De overnamesom kan dusdanig hoog zijn dat een gezonde financiële exploitatie voor de opvolger niet meer haalbaar is. En dan zijn er nog de broers en zussen die moeten slikken dat veel vermogen achterblijft voor de bedrijfsopvolger (zie kader Positie van broers en zussen).

Dat melkveebedrijven groter zijn dan tien jaar geleden betekent niet dat de overdracht nu veel moeilijker gaat, constateert Ramon Klaassens. Hij is voormalig NAJK-bestuurslid bedrijfsovername en heeft een adviesbureau op onder andere dat vlak. “De waarde van ­bedrijven is zeker hoger, maar ook de financiering.” Dat blijkt uit cijfers van Wageningen UR: tussen 2008 en 2014 nam de totale waarde met circa 5 ton toe en de financiering met de helft daarvan.

Overigens heeft de melkveehouderij nog een relatief positieve uitgangssituatie, blijkt uit cijfers van het CBS; vergeleken met andere sectoren heeft de melkveehouderij relatief veel bedrijfsopvolgers klaar staan (zie grafieken hiernaast). Juist op grote bedrijven is het aandeel met 85% zeer hoog.

Bepalen overnamesom

Een groot bedrijf is zeker niet per se nadelig, benadrukt Klaassens. Zo is de positie van de ouders op grote bedrijven vaak gunstiger. Als ze economisch gezond hebben gedraaid, hebben ze gemiddeld meer mogelijkheden gehad om geld in de oude dag te steken. ­Bovendien zijn er op grote bedrijven per kilo melk relatief minder privé-onttrekkingen. Een nadeel is dat op grote bedrijven vaak vervangende arbeid nodig is wanneer ouders terugtreden.

Eén van de bepalende aspecten is de overnamesom. Voor de opvolger is dat belangrijk voor zijn toekomstige inkomens- en vermogenspositie; voor de ouders voor hun finan­ciële mogelijkheden. Er zijn meerdere mogelijkheden. De eerste is de feitelijke situatie rondom de waarde van het bedrijf. Gegevens uit het accountantsrapport zijn daarbij het uitgangspunt, zoals de balanswaarde, aan­gevuld met de taxatiewaarde. De tweede is gebaseerd op de wensen en verwachtingen van de ouders. Hoe willen ze wonen, hoe groot moet hun inkomen zijn na de overname, wat willen ze met de andere kinderen doen? Dat geeft een minimale overnamesom. Dan is er nog het belang van de opvolger. Wat is zijn financiering waarbij hij het bedrijf gezond kan exploiteren en hoeveel inkomen heeft hij nodig om te kunnen leven? Ouders en opvolger moeten hierin een gezamenlijke keuze maken, waarbij door beide partijen water bij de wijn moet worden gedaan.

Moderniteit en financiering

Als ouders de overname goed voorbereiden, hoeft omvang dus geen verschil te maken. Daarbij telt mee dat de fiscus bedrijfsover­name nog steeds goed faciliteert. Toch ziet Marijn Dekkers, sectorspecialist melkveehouderij bij Rabobank, dat overnames steeds complexer worden. “De grote omvang speelt een rol, maar belangrijk is dat het hele verhaal voor de overname al klopt. Dat is niet altijd het geval.” Op bedrijven die technisch en ­financieel goed draaien en waar in het verleden de juiste ondernemersbeslissingen zijn genomen om te komen tot een toekomst­gericht bedrijf, is een overname over het algemeen gemakkelijker realiseerbaar.

Als er problemen zijn met de overname is het vaak dat bedrijven qua exploitatie en rendement niet meekunnen. Dat is bijvoorbeeld omdat het bedrijf verouderd is of de financiering te hoog. Klaassen: “Een bedrijf dat niet goed verkoopbaar is, is ook niet goed overneembaar. Heel belangrijk is dat de moderniteit van het bedrijf klopt met de financiering. Bij grote bedrijven gaat dat om grote bedragen en is dat nog belangrijker.”

De bouwhausse van de afgelopen jaren pakt op bedrijven verschillend uit. De financieringslasten kunnen zwaar doodrukken waardoor een overname niet meer mogelijk is of moet worden uitgesteld. Dat is vooral op bedrijven die een (te) grote inhaalslag hebben gemaakt. Een deel van deze bedrijven wordt extra hard getroffen door de nieuwe fosfaatwetgeving. Dekkers: “Als deze bedrijven de tijd hebben om te werken aan efficiëntie en een lagere kostprijs is er nog wel een overname mogelijk. Dat kan wel betekenen dat overnameplannen moeten worden uit­gesteld.” Het is volgens hem ook goed om te beseffen dat als deze bedrijven niets hadden gedaan, ze zeker niet meer over te nemen waren. “Ondernemers kunnen hun plannen bijstellen rondom de overname. Maar dat is bij alle bedrijven het geval, zeker niet alleen bij de grote ondernemingen.”

Er is een aantal opties om een eventueel ­liquiditeitstekort weg te werken. Verkopen van grond is een mogelijkheid, maar omwille van de continuïteit niet gewenst. Via een erfpachtconstructie kan de opvolger de grond wel in gebruik houden en toch kapitaal vrijmaken. Een andere mogelijkheid is het omzetten van de ondernemersvorm naar een commanditaire vennootschap (cv). Dat is een speciale vorm van de vof waarbij één van de vennoten een stille vennoot is. De ouders staken dan nog niet en krijgen een winstuitkering. Daardoor blijven financiële middelen in het bedrijf en wordt het liquiditeitsprobleem naar de toekomst geschoven.

In erfpacht verhuren

En dan zijn er nog de andere kinderen. Formeel zijn ze geen partij (zie kader Omvang maakt niet uit, het gaat om het resultaat) maar ze kunnen een overname wel degelijk frustreren. Om die tegemoet te komen, wordt bijna standaard in de acte een meerwaardeclausule opgenomen. Andere kinderen delen dan mee in de winst bij het vroegtijdig staken van het bedrijf. Een voordeel is dat het overige kinderen beschermt, maar het kan de opvolger belemmeren.

Als ouders dat onvoldoende vinden, zijn er nog andere mogelijkheden. Zo kunnen ouders de gronden op de naam van de kinderen zetten en in erfpacht aan de opvolger verhuren. De kinderen houden dan een deel van de waarde. Iets soortgelijks kan ook door het ­bedrijf in een bv om te zetten en de andere kinderen aandeelhouder te maken. Met een maatschap eronder kan toch van de fiscale voordelen worden geprofiteerd om vermogen geruisloos door te schuiven. Dit soort ­oplossingen geven een rechtvaardig gevoel voor de korte termijn maar kunnen op de lange termijn wel voor problemen zorgen. Bijvoorbeeld als één van de kinderen zijn deel uit het bedrijf wil hebben of de volgende ­generatie zich aandient. Bovendien zitten er vaak wel wat fiscale en juridische haken en ogen aan, zodat het lang niet voor alle bedrijven interessant is.

Splitsing van eigendom en exploitatie ­gebeurt volgens Dekkers nog weinig in de melkveehouderij. “Een probleem is dat de marges dun zijn. Voor alleen exploitatie zijn de zekerheden voor de opvolger te laag en voor degene met het eigendom het rendement.” Hij ziet dat in de meeste gevallen voor de lange termijn een traditionele overname het beste uitpakt. Broers en zussen zullen het belang van de overdracht van familiekapitaal moeten accepteren. “Het is belangrijk dat ze het belang inzien van de voortgang van het familiebedrijf. En vergeet niet duidelijk te maken dat de getaxeerde waarde niet automatisch het bedrag is dat het bedrijf in de vrije markt zal opbrengen.”

Positie van broers en zussen

De positie van de broers en zussen bij een bedrijfsovername is een bijzondere. Juridisch zijn ze maar in beperkte mate partij. Hun invloed beperkt zich tot de aanspraak die ze kunnen maken op hun legitieme portie. De overdrager kan de andere kinderen nooit compenseren omdat de vrije waarde simpelweg te hoog is. Hij moet ­uitleggen dat met de overname een stuk ­familie­bezit en bezieling overgaat naar de volgende generatie.
Er zijn wel mogelijkheden om de andere kinderen tegemoet te komen, zoals een meerwaarde­beding bij vroegtijdige verkoop, het toekennen van een groter deel van de latere erfenis of mede-eigenaar maken van het bedrijf. Maar (ook) hier geldt dat alleen geld niet gelukkig maakt. Het idee dat niet serieus gevraagd is naar hun mening en de finan­ciële waardering, kan volgens adviseurs dieper ingrijpen en meer kwaad bloed zetten dan het exacte geldbedrag dat mensen theoretisch mislopen. Dit kan leiden tot verstoorde verhoudingen in de familie, soms voor jaren.

Tips voor succesvolle overname

* Schakel vroegtijdig een ­adviseur in om het proces van bedrijfsovername te ­begeleiden.
* Verdiep jezelf in bedrijfsovername en alles wat erbij komt kijken. Doe bijvoorbeeld een cursus of bijscholing. Dat draagt bij aan een betere gesprekspartner tijdens het proces.
* Maak een visie hoe het ­bedrijf de komende 10 jaar moet ontwikkelen. Denk goed na over het moment van grote investeringen. Voor de overname beperkt de ­financieringsruimte; net na de overname is het risico volledig voor de opvolger.
* Betrek alle gezinsleden bij de overname. Hou ze minimaal op de hoogte van de ontwikkelingen en wat de overname voor hun (finan­ciële) positie betekent. Een adviseur kan antwoorden ­geven op vragen.
* Leg afspraken rondom ­samenwerking en overname eenduidig vast. Denk ook aan formele documenten zoals het testament.
* Laat meerdere banken aan een financiering rekenen. Besef dat voorwaarden en rentetarieven voor financieringen onderhandelbaar zijn.
* Betrek als opvolger ook de pensioenvorming voor de toekomst.

‘Omvang maakt niet uit, het gaat om resultaat’

De overname van het bedrijf van de ouders van Mark Sinnege is ingezet. In 2014 is hij met twee broers in maatschap gegaan. Samenwerken is niet vreemd in deze familie want tot 2012 hadden zijn ouders het bedrijf samen met een oom. Beiden hadden opvolgers dus is het bedrijf gesplitst. Op de thuislocatie in Hurdegaryp (Frl.) daalde het aantal koeien van 280 naar amper 150. Begin februari 2015, voor de beruchte 2 juli, stond de teller alweer op 250 koeien. “Investeren in huisvesting was niet nodig. Wel hebben we een tweede locatie voor jongvee met 70 hectare grond bijgepacht.”
Omdat alle drie de kinderen het bedrijf overnemen, is er geen probleem met bevoordelen van broers of zussen. Maar, sowieso vindt Mark een overname een kwestie van elkaar wat gunnen. “De opvolger en de ouders moeten niet het maximale eruit willen halen, dan kom je er niet uit.”
Afgesproken is dat de maatschapsperiode duurt tot vader pensioen krijgt. Uit gesprekken met de bank is Mark bijgebleven dat het bij de beoordeling vooral gaat om te laten zien hoeveel de opvolgers in het bedrijfsresultaat de afgelopen en komende jaren bijdragen. “De omvang van het bedrijf maakt niet uit, het gaat om het resultaat en het vertrouwen dat de bank in ons als ondernemers heeft.”
Een risico bij de gekozen bedrijfsopzet is dat na de overname één van de broers alsnog besluit uit het bedrijf te stappen. In de maatschapsakte is vastgelegd dat de andere twee het bedrijf toch voort moeten kunnen zetten. Dat betekent dat dan een deel kapitaal van de vertrekker in het bedrijf blijft. Een andere opvallende afspraak is dat ze geen arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten; de € 30.000 die ze jaarlijks samen besparen komt op een aparte rekening. “Het is later voor ons eigen pensioen en mocht het wel nodig zijn, kunnen we daar arbeid voor inkopen.”
Sinnige heeft wel een paar tips voor jongeren. “Volg een cursus bedrijfsovername, dat heeft me veel inzicht gegeven in de overname. Maak een stappenplan hoe de overname eruit kan zien. En heel belangrijk: blijf praten met elkaar.”

Auteur

Rene%20Stevens
Freelanceredacteur Melkvee100Plus

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.