Melkvee100Plus

‘Split-calving’ voor behoud koe

Artikelen Wijnand Hogenkamp 14 jun 2017
Show article

De benutting van vers gras is voor de Ierse melkveehouder Pat Meade speerpunt. Toch kalft ook een deel van de koeien in de herfst af. Zij produceren op ingekuild voer.

In het heuvelachtige landschap van Hopkinstown, county Meath, ligt het bedrijf van Pat Meade. Hij start zo vroeg mogelijk met beweiding en eind april zijn de koeien aan het laatste deel van de eerste snede gras toe. “Dit gras is eigenlijk al vanaf november gegroeid. Heel traag verterend met veel ruwe celstof en hoog droge stof”, zo ervaart Meade. Hij wordt bijgestaan door Gerry Giggins, zelfstandig en onafhankelijk veevoedingsadviseur, die een snelle veldanalyse met een refractometer toont: 31 % droge stof, 21 % eiwit en 33 gram NDF. “Dat gras verteert nog niet zo snel. Dat wordt straks wel anders”, voorspelt Giggins. “Het NDF aandeel is dan veel lager, net als alle andere waarden. Dat gras vliegt door de koe en daar moet je je bijvoeding op aanpassen.”

In de weide zijn, door het koude voorjaar, nog niet veel klaverplantjes te vinden. Alle graspercelen van Meade bevatten klaver. Dit moet de bemestingskosten flink drukken. Na de bemesting van de eerste snede met drijfmest en kunstmest worden er nog amper meststoffen gebruikt. Dan moet de klaver de stikstoflevering verzorgen. Alleen als Meade tussentijds wil maaien gebruikt hij nog drijfmest. Na het maaien is er weer fris etgroen voor beweiding beschikbaar. De Ier beperkt het grasaanbod. De grootte van het te beweiden stuk hangt af van de verwachte grasgroei en het actuele aanbod. Nu lopen de koeien in een blok van 2,5 hectare. Met een rantsoendraadje zet hij het perceel af en denkt hij hier een week te kunnen beweiden.

Pensverzuring

Meade denkt de overgang van oud naar nieuw gras op te kunnen vangen door nog heel even door te gaan met alleen overdag weiden. Als ze goed gewend zijn aan het nieuwe gras, kunnen ze dag en nacht naar buiten. Het perceel waar de koeien nu lopen is 1,4 kilometer verwijderd van de stal. Het verste perceel is 2,5 kilometer. Dus 5 kilometer wandelen per keer voor de koeien. “Ik wil daarom koeien met beste benen. En klauwproblemen probeer ik te voorkomen door de voeding zo aan te passen dat de koeien in elk geval geen problemen hebben met pensverzuring. Dat heeft immers een negatief effect op de klauwgezondheid.

Meade beschermt de koeien tegen pensverzuring door een vitamine/mineralenpack door de bijvoeding te mengen. Daarnaast voert hij de gerst die hij vorig jaar oogstte. Hij gebruikt ongeveer 120 ton per jaar. Omdat hij vorig jaar ruim meer had, is het areaal dit jaar verkleind naar 5 hectare. Wat hij dan eventueel tekort heeft, koopt hij wel bij. De gerst ondergaat een behandeling met Maxammon, een product dat enzymen bevat. Door deze enzymen wordt het mogelijk om ammonium uit ureum (15 kilo per ton) in het graan op te laten nemen. Het eiwitgehalte neemt er door toe en de pH stijgt naar circa 9. “En dat past prima bij het snel verterende gras.” Hij voert er in de zomer drie kilo van en verder krijgen de koeien nog een kilo sojaschroot en een kilo bietenpulp.

Ook wintermelk

Van de 160 koeien die Meade houdt kalven er ongeveer 100 in het vroege voorjaar af, de resterende 60 in de herfst. In Ierland zijn de meeste bedrijven ‘full-grass-based’, ofwel volledig gericht op maximaal omzetten van vers gras naar melk. Daarbij past een veestapel die ook volledig in het voorjaar afkalft. “Ik heb dat in het verleden ook gedaan. Een prima systeem om de voerkosten per kilo melk tot 6 cent te reduceren. Dat realiseer ik nu ook, maar toch heb ik er voor gekozen om een deel wintermelk te leveren bij Glanbia.”

Aanleiding daarvoor is dat Meade moeite had om alle dieren binnen korte tijd drachtig te krijgen zodat ze ook in tien weken tijd, van begin februari tot half april kunnen afkalven. “Ik moest teveel koeien opruimen die eigenlijk verder goed gezond waren, maar niet op tijd drachtig.” De koeien die nu niet op tijd drachtig zijn, laat hij overlopen en hij insemineert ze later zodat ze in september/oktober afkalven. Het gaat daarbij om zo’n 60 koeien. Voor de wintermelk, levering oktober tot maart, ontvangt Meade 7 cent toeslag, maar die is hij kwijt aan de meerkosten voor de productie.

Naast klauwgezondheid is ook verbetering van de vruchtbaarheid reden geweest met Montbéliarde te kruisen. “Daarbij heb je ook een veel hogere prijs voor de stierkalveren.” Op dit moment gebruikt Meade weer volop Holsteinsperma om in elk geval de productieaanleg er goed onder te houden. Van de inseminaties gaat 70 % via k.i. De koeien die niet op tijd drachtig zijn, en het jongvee gaat onder de eigen Black Angus stieren. “De kalveren brengen al snel € 100 meer op, en ik weet zeker dat ik geen kalveren van de minst vruchtbare koeien aanhoud.”

Naam: Pat Meade (46).
Plaats: Hopkinstown (Ierland).
Bedrijf: 160 zwartbonte melkkoeien, deels gekruist met Montbéliarde. De productie ligt op 7.500 kilo melk per koe per jaar met 4,16 % vet en 3,54 % eiwit. Bij het bedrijf hoort 71 ha grond. Met uitzondering van 5 ha gerst is alle grond in gebruik als grasland. Het bedrijf heeft directe grasbenutting als speerpunt op het bedrijf, zoals op veel Ierse bedrijven.
De melk wordt geleverd aan Glanbia. Voor een deel van de melkproductie heeft Meade een winterleveringscontract.

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.