Melkvee100Plus
Show article

Het bedrijf van Carsten en Helle Asmussen maakt flinke veranderingen door. Na afronding van de bouw en versnelde aankoop van dieren komt de focus van deze Deense top Jerseymelkers weer op de fokkerij te liggen.

Carsten Asmussen is een echte koeienman. Hij is een stevige rekenaar, maar niet een ondernemer die op het scherpst van de snede opereert. Hij werkt het liefst op basis van vertrouwen. Als dat beschaamd wordt, heeft hij daar veel moeite mee. Daardoor werd de eerste keer bouwen van een nieuwe stal niet een feest, maar eerder een teleurstelling.

Die stal viel een slag groter uit dan gepland. De veehouder koerste op een uitbreiding van 130 naar 300 melkkoeien met 350 stuks jongvee. De bouwtekenaar kwam op basis van de wensen van de veehouder en zijn vrouw met een plan voor een bedrijf met 400 koeien en 460 stuks jongvee. “We hadden € 300.000 eigen middelen, de bank wilde er wel in mee, dus zijn we daarmee verder ­gegaan.”

De gemeente verleende de vergunning zes jaar na de eerste planvorming. Daarvoor moest de veehouder wel ruim 24 mille aan gemeentelijke belastingen aftikken. “Enkele maanden nadat we de vergunning kregen, is die belasting afgeschaft.” De veehouder is daar nog verbolgen over. Ook is hij teleurgesteld over de trage afwikkeling van toegezegde subsidies.

De eerste investeringen in de nieuwe stal, die uiteindelijk € 2,8 miljoen kostte, vonden al in januari 2015 plaats. Toch is er nog steeds geen cent subsidie binnen. Gelukkig kan hij ruim twee ton voorfinancieren binnen de ­familie. “En we moeten even de tering naar de nering zetten. Ondanks de huidige goede melkprijs, maar even niet een nieuwe trekker aanschaffen.”

De stal is uitgevoerd met een 2x16 Delaval rapid exit. “We hebben melkrobots overwogen, maar zagen op tegen de afhankelijkheid van service, de hoge kosten van onderhoudscontracten en de hoge energiekosten.” Energie is prijzig in Denemarken. De veehouders hebben net een nieuw contract afgesloten ­tegen een prijs van 11,2 cent per kWh bij een verbruik van 500 kWh per dag. Daarmee is de prijs ongeveer twee keer zo hoog als in ­Nederland.

Bouw levert frustraties op

De nieuwe stal is in september 2015 in gebruik genomen. De melkstal is enkele maanden na oplevering al aangepast. De maatvoering van de standen bleek namelijk te krap voor Asmussens Jerseys. “Dat is kostenloos verholpen, geen kwaad woord over deze zeer correcte afwikkeling.” Het zoeken is nog steeds naar de reden waarom de koeien de melkstal zo slecht in willen komen en waarom ze de melk niet meer willen laten schieten na de verhuizing naar de nieuwe stal. Er zijn om die reden al een dozijn koeien afgevoerd. “Waarschijnlijk is er ergens een lekstroom. Wie dat probleem voor me oplost, kan direct € 12.500 beuren.”

Asmussen verwacht daar wel een keer uit te komen. De afwikkeling van andere bouwzaken geeft hem meer kopzorgen. “In het contract is opgenomen dat er 188 lux lichtsterkte zou zijn op dierniveau. Bij 170 lux zou ik niet eens wat zeggen, maar het blijkt minder dan 80 lux te zijn. En dat in een nog schone, nieuwe stal. Zo netjes als Delaval haar foute inschatting herstelde, zo slecht doet de betreffende installateur dat. Hij geeft niet thuis, ondanks concrete contracten. Dat zal uitmonden in een rechtszaak en daar heb ik helemaal geen trek in. Dit soort akkefietjes maken dat dit de laatste bouw is die ik ooit ga doen. Als mijn dochter nog eens een groeistap wil zetten, mag ze dat allemaal zelf regelen.”

Asmussen wil nu zo snel mogelijk richting 400 melkkoeien gaan via aankoop van vee. “Onder de huidige melkprijzen is de investering in extra koeien binnen een half jaar terugverdiend.” Bij aankoop van vee ligt insleep van ziekten op de loer. “Maar Denemarken is vrij van de meeste ziekten, en bedrijven hebben duidelijke gezondheidsstatussen”, stelt de ondernemer. Aankoop van een koppel van 50 koeien werd geschrapt nadat een toeleverancier hem waarschuwde dat het verkopende bedrijf met een salmonella-uitbraak kampte in 2014. Van alle te kopen koeien is toen bloed getapt, enkele waren positief. “Uiteindelijk is de koop afgeblazen. De veehouder mag zijn dieren alleen nog voor de dood wegdoen.” Die ervaring maakt hem echter niet schuw voor aankoop. “Het zal waarschijnlijk uitdraaien op aankoop van meerdere koppels dieren, een grote, stoppende, goede Jerseystapel is niet voorhanden.”

Fokkerij levert veel extra rendement

De Deen wil zich na de uitbreiding weer richten op de fokkerij. In 2012 voerde het bedrijf de landelijke lijsten bij de Jerseys aan. Door bouwperikelen en verdeelde aandacht zakte het enkele plaatsen, maar Asmussen wil weer naar de toppositie. Die levert ook flink geld op. De verkoop van fokdieren levert meer rendement dan melken van de koeien. “Niet de productie, maar het geld telt”, stelt de vakman.

En rendement draait hij op zijn vee. Slechts enkele dieren per jaar gaan voor de dood weg, in 2016 waren dat er slechts vier. De rest gaat meestal als zeven maanden drachtige tweede of derdekalfs koe weg naar andere melkveehouders. Ze brengen december 2016 rond € 1.350 op door de grote vraag naar vee door de aantrekkende melkprijs. Regulier is de prijs circa € 1.075. Dat is veel hoger dan de slachtwaarde, die slechts € 350 is voor deze zware Jerseys. “De eerste lactatie dekt de opfokkosten, de volgende lactaties zijn voor mij en de bank”, stelt de veehouder lachend.

De verkoop voor het leven bracht de veehouder in 2014, het laatste jaar met een normale veestapel van 130 koeien, een omzet en aanwas van € 103.000 of krap € 800 per koe, ongeveer drie keer zo veel als gemiddeld in Nederland. In 2016 gebruikte de veehouder alleen gesekst sperma. Dat drukte de productie. Gemiddeld waren bij de oudere koeien meer dan 2 inseminaties nodig, over de hele veestapel 1,7. Het gaf wel veel vaarskalveren: ruim 92% van alle kalveren.

De opfokkosten zijn relatief laag doordat het bedrijf ruim in de grond zit, mede door huur van 100 hectare grond. Het grootste deel daarvan gaat op basis van vijfjarige contracten met een jaarlijkse huur van € 740. Er is nu al voldoende land voor mestrechten plus voerproductie voor de beoogde 400 melkkoeien. Er is een stevige ruwvoervoorraad aanwezig doordat jaren is voorgesorteerd op groei van de veestapel. Een deel van het overtollige ruwvoer is de laatste jaren afgezet als energiemais voor mestvergisters in het noorden van de Duitse deelstaat Sleeswijk Holstein, een transportafstand van een kleine 60 kilometer. De verkoop aan mais was goed voor een omzet van ruim € 100.000 per jaar. “2016 was een topjaar voor de maisteelt in deze regio. De opbrengst over de eigen percelen was gemiddeld 102 ton, de 25 hectare huurland bracht gemiddeld 75 ton product.”

Terug naar 60% eigen vermogen

De structureel goede rendementen gaat de veehouder inzetten om de financiële positie weer op peil te brengen. Hij streeft naar een financiering van maximaal 60% van de taxatiewaarde. Dan valt de financiering namelijk volledig onder Realkredit Danmark, tegen een rente van 2,5% en zachte aflossingsvoorwaarden. Er is daarboven nu ongeveer 3 ton bij commerciële banken geleend tegen 3,5%. “Ik wil zo snel mogelijk uit hun greep, gezien de manier waarop ze met hun klanten omgaan als de nood aan de man komt.”

 

Naam: Carsten (48) en Helle (45) Asmussen. Woonplaats: Christiansfeld, Denemarken. Bedrijf: 265 Jersey-melkkoeien en 311 stuks vrouwelijk jongvee op 280 hectare, waarvan 100 gehuurd. Er is 90 hectare mais, de rest is voornamelijk grasland. De gemiddelde productie is 8.636 kilo met 5,98% vet en 4.07% eiwit. Dat geeft 869 kilo vet en eiwit per koe per jaar. De gemiddelde koe haalt 1008 productieve dagen. Er zijn drie personeelsleden. 
Strategie: snelle groei naar 400 koeien en 460 stuks jongvee en daarna weer volop inzetten op verkoop dragende vaarzen.

Auteur

Robert%20Bodde
Chef rundveehouderij

Gerelateerde artikelen

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.