Melkvee100Plus
Show article

Om vaarzen probleemloos op 22 tot 24 maanden af te laten kalveren is een gestructureerde opfok nodig. Protocollen en standaard jongvee opnemen in adviseursoverleggen zorgen ervoor dat jongvee de benodigde aandacht krijgt.

Bij de bouw van de nieuwe ligboxenstal is de afgelopen jaren door veehouders veelal goed nagedacht over arbeidsgemak. Een goede indeling ­levert optimale looplijnen en structuur in werkzaamheden. Maar met het groeien van de melkveestapel groeit over het algemeen ook de jongveestapel mee. Ongeacht of de opfok in een bestaande, omgebouwde ligboxenstal of een nieuwe stal is, jongvee moet zo probleemloos mogelijk naar een afkalfleeftijd van 22 tot 24 maanden gebracht worden. ­Arbeid is op veel bedrijven de beperkende factor waardoor het structureren van werkzaamheden noodzakelijk is. Op bedrijven met personeel is het het overwegen waard om één persoon verantwoordelijk te maken voor het jongvee. Daarnaast is het opstellen van protocollen rond geboorte, kalverhuisvesting en voeding een goed handvat om tot een gestructureerde opfok te komen. “Maak werk planbaar en voorspelbaar. Dan werkt iedereen op het bedrijf efficiënter. Dit maakt het ook makkelijker om taken over de dragen”, stelt Mariska van de Vosse, productmanager Denkamilk bij Denkavit.

Afkalven blijft aandacht vragen

Vrijwel alle bedrijven hebben strohokken waar koeien kunnen afkalven. De infectiedruk is daarin een belangrijk item. “Het afkalfhok blijft een aandachtspunt. Voor grotere koppels moet je gewoon meerdere hokken hebben. Voor een lage infectiedruk is een lage bezettingsgraad essentieel. Maar op veel ­bedrijven is het strohok ook seperatieruimte. Het beste is om een kalfkoe als ze gaat kalven uit die seperatieruimte te halen”, legt Marijn van Brakel, jongveespecialist bij Denkavit uit. Om de geboorte en de opstart van het kalf soepel te laten verlopen zijn een geboorteprotocol of goede afspraken essentieel. Neem daarin zaken als het droog maken van het kalf, navel ontsmetten en het klaar hebben van een eenlingbox of iglo op. Ook het gebruik van een warmtelamp of kalverdekje kan in het protocol worden opgenomen. Het zo snel mogelijk verstrekken van biest lijkt van zelfsprekend, maar mag niet ontbreken, net als het meten van de biestkwaliteit. Voor dat laatste zijn tegenwoordig voor een paar tientjes al refractometers verkrijgbaar die een nauwkeurige meting doen. Weeg vervolgens de kalveren. Een eenvoudige weegplaat waar het kalf opgezet wordt, is een praktisch voorbeeld. Het geboortegewicht geeft namelijk veel informatie over de droogstand van de koe, hetzelfde geldt voor de vlotheid van het kalf. Daarnaast is het gewicht ook toepasbaar als managementtool. Voor het bepalen van het inseminatiemoment is het gewicht ook leidend. De gegevens van de kalveren zijn goed bruikbaar in gesprekken met voervoorlichter en dierenarts over de droogstand en bij het jongvee. Gebruik geboortegemak, aantal doodgeboren kalveren, geboorte­gewicht en biestkwaliteit als parameters bij deze evaluatie.

Verlaag infectiedruk

Op grotere bedrijven is de infectiedruk automatisch groter, een infectie blijft ook langer in stand. Dit is te beperken door het aanpassen van looplijnen; van klein naar groot. “Mooi zou zijn dat veehouders net als in de varkens- en geitenhouderij andere laarzen voor de kalverstal hebben en de handen ­wassen voordat ze melk aan maken”, stelt Van der Vosse.

De kalveren moeten zo veel mogelijk op leeftijd bij elkaar gehuisvest zijn en de looplijn van jong naar oud. Het schoonmaken van ­iglo’s of eenlingboxen na elk kalf is een must. Ontstaan er toch gezondheidsproblemen dan is het prettig om samen met de dierenarts standaard behandelplannen op te stellen voor bijvoorbeeld diarree en luchtweginfecties. Neem daarin niet alleen op wat te doen met een ziek kalf maar ook wat er bij de eerste symptomen moet gebeuren. Ook is het belangrijk om in groepshokken op stro en op roosters meerdere drinkbakjes te hebben. Is er eens eentje vervuild dan kunnen de kalveren altijd bij de andere bak terecht. Om het overzicht te houden en het verzetten van kalveren eenvoudig te maken moeten groepjes niet groter dan 10 kalveren zijn. Dit voorkomt ook onderlinge verdringing.

Meten is weten

Het wegen van kalveren is niet alleen na de geboorte van belang. Om de ontwikkeling goed te volgen zou wegen standaard moeten worden bij de overgang van eenlingbox naar groepshok en vervolgens van strohok naar ligboxen. Daarna kan jongvee de gehele opfokperiode gemonitord worden met weegplaat, meetlint of meetstok. Ook is het monitoren van de ruw- en krachtvoeropname belangrijk, dit bepaalt mede de afbouw van de melkgift en het uiteindelijke spenen. Het gewicht bepaalt uiteindelijk het inseminatiemoment, het streven is rond de 375 tot 400 kilo. Door de groei te monitoren kan een harde groeier een of twee maanden eerder geïnsemineerd worden in plaats van te wachten tot het dier minstens 14 tot 15 maanden oud is. Verder is het gewicht ook een mooi selectiemiddel om groepen samen te stellen. Door kalveren en pinken meer op ontwikkeling bij elkaar te zetten, wordt verdringing van de kleinere dieren in een leeftijdsgroep voor­komen.

Breid overlegteam uit

Naast dagelijks of wekelijks overleg met medewerkers is het betrekken van dierenarts en adviseurs een goed hulpmiddel om vooruit te komen met de opfok. Een jongveespecialist kan helpen bij het opstellen van protocollen. Op veel bedrijven wordt op vaste tijden in het jaar al wel een driehoeksgesprek met dierenarts en voerleverancier gehouden. De jongvee-opfok hoort standaard in deze gespreken opgenomen te zijn. Voor meer specifieke ­aandacht voor de kalveren is het zinvol die gesprekken uit te breiden met een jongveespecialist. Het eind van de zomer/begin van het najaar is daar een goed moment voor, omdat dit meestal de periode met afkalfpiek én hogere ziektedruk is.

Auteur

Anne-Marie%20van%20der%20Linde
Verslaggever rundvee bij Boerderij

Reageren

U kunt alleen reageren wanneer u ingelogd bent met uw account. Heeft u nog geen account, meld u dan aan.